In verband met de landelijke Klapekstertelling aankomend weekend had ik vandaag een afspraak met Rob Buiter voor een interview voor Vara's Vroege Vogels. De vraag was eerst of het interview kon plaatsvinden in de Kennemerduinen bij Haarlem, maar aangezien ik afhankelijk ben van het openbaar vervoer, of de fiets, stelde ik voor in de Blauwe Kamer bij Rhenen af te spreken, wetend dat hier al langere tijd een Klapekster pleistert. Dit scheelde mij een hoop gereis en voor Rob bleek het gelukkig geen bezwaar.
We hadden om twee uur afgesproken op de parkeerplaats bij de woonboten op de hoek Grebbedijk/Cuneralaan. Gisteravond had ik al een beetje zitten rekenen hoe lang ik er over zou fietsen en of het sneller zou kunnen met een deel van de reis via openbaar vervoer (eerst de trein naar Arnhem en dan verder fietsen). Uiteindelijk werd ik van dit gereken zo gaar, dat ik besloot gewoon met de fiets vanuit Nijmegen naar Rhenen te peddelen. Had ik ook nog wat te zien onderweg. En het was helemaal niet verkeerd om op deze stralende winterdag buiten te zijn, zo bleek tijdens de tocht.
In Nijmegen steek ik via de fietsbrug de Waal over en neem de dijk langs de Waal naar het westen. Gelijk aan het begin zitten binnendijks twee Roeken, buitendijks wemelt het van de Kolganzen, met ertussen Grauwe en enkele tientallen Brandganzen. De tocht naar de brug bij Ewijk lijkt een peuleschil, voor ik het weet ben ik er. Onderweg tref ik nog meer grote groepen ganzen en een aardige groep van zestig Kramsvogels. Vlak voor de brug schiet een Grote Lijster de bomen in en zingt binnendijks een Matkop. Met dit geluid in m'n hoofd fiets ik de brug onderdoor en sla rechtsaf de Waalstraat naar Andelst in. Hop de A15 over en rij naar Indoornik en Randwijk. Bij Randwijk zitten in de weilanden langs de weg zeker 500 Kramsvogels en ook de lucht wordt bezet door 'tsjakkers'.
Al in Zetten krijg ik een telefoontje van Rob. Een eerdere afspraak was vlot verlopen, zodat hij er eerder kon zijn. Mijn fietstocht had ik enigzins qua tijd berekend, ik zou er waarschijnlijk pas later arriveren.
We spreken af dat hij me rond kwart over één oppikt bij de pont bij Lexkesveer. Voor ik het doorhad sta ik om half een al bij het veer. Dan red ik met doorfietsen ook nog wel de afgesproken tijd, waarop ik Rob weer bel dat we gewoon bij de Grebbedijk konden treffen. In Wageningen bekijk ik een roestboom met enkele Ransuilen en om kwart voor een sta ik, te vroeg, op de afgesproken plek. Ging de hele tocht toch weer voorspoediger dan ik had gedacht. En daar moet ik, mezelf kennende, wel mee oppassen. Straks is Nijmegen-Harderwijk óók een eitje. En dat is dan wel weer stiekum een eintje.

Rob is er nog niet, ik ga daarom vast kijken hoe de lokatie er uit ziet waar de Klapekster moet zitten. Over de Cuneralaan kom ik bij de punt van het schiereiland, welke in de Blauwe Kamer ligt.
Al fietsend zie ik in de verte het langstaartige silhouet al afsteken tegen de blauwe lucht. Boven in de top van een boompje houdt Lanius de wacht. Die zit er gelukkig dus nog! Terugfietsend naar de parkeerplaats sta ik ineens oog in oog met een fraaie Roerdomp, een onverwacht kado! Op de parkeerplaats staat Rob al te wachten en na kennismaking lopen we de Cuneralaan weer af naar de plek van de Klapekster.
Onderweg wijs ik natuurlijk de Roerdomp aan, die nog op z'n stek rondbanjert. Korte tijd kijken we naar deze normaal schuwe reiger en lwandelen dan verder. Het boompje op het schiereiland is nu leeg en een tijdje wachten levert nog niets op. Ondertussen nemen we het interview op en kijken wat rond. En dan duikt de klauwier weer op, in hetzelfde boompje. Toch fijn als zo'n interview ook enige ondersteuning krijgt van de vogel waar het om draait!


Hoog in de blauwe lucht gakken, of beter gezegd, 'blaffen' Brandganzen naar het westen, een IJsvogel roept langs het water. Iets verder in de kreek dobberen een drietal Nonnetjes tussen de Wilde Eenden en een Waterpieper vliegt raspend over. Een bekend gezicht komt aangefietst en fietst langzaam door. Hans Dorrestijn vraagt snel of we iets zien, en als we zeggen Klapekster komt hij weer terug. Het boomtopje is echter weer leeg, zodat we 'm de tip van de Roerdomp geven. Met een 'oh ja? Ja? Dat is wel erg leuk zeg' draait hij om en vertrekt in de richting waar ie vandaan kwam. Leuk kereltje is het ook!
De aankondiging van het interview op de website van Vara's Vroege Vogels staat hier
Geen opmerkingen:
Een reactie posten