Posts tonen met het label Roodmus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roodmus. Alle posts tonen

dinsdag 11 juni 2013

Grauwe Fitis, Roodmus en Orpheusspotvogel: er spookt heel wat rond in de Kop van Limburg...

Had het navigatiesysteem 'Hummer' geheten, en ik bestuurder van zo'n gelijknamig stuk blik, dan zou ik zeer in m'n sas zijn met deze routeplanner. Met een sierlijke boog draaien wij over een zo te zien nieuw aangelegd stuk asfalt naar links. Het navigatiesysteem gaat letterlijk en figuurlijk van het padje af, en crosst rechtdoor onbekend groen terrein in. Af en toe licht een stippellijntje op: wanhopige pogingen van TomTom weer aansluiting te krijgen bij de dichtstbijzijnde weg. Geen idee of het komt door het staren naar dat stippellijntje, we blijven gewoon doorrijden, de A74 af. Het kwartje valt erg traag wanneer er teksten en plaatsnamen in het Duits langs de autobaan opduiken. Shit, we rijden Duitsland in! En het voelt niet als een binnendoorweg. De eerstvolgende ausfahrt er af: gütentag Kaldenkirchen. De trend voor vandaag lijkt gezet: iedere locatie die vandaag werd bezocht kende een gedwongen koerscorrectie. Na vertrek om zeven uur bij het huis van Joost van Bruggen, zouden we een uur en vier minuten later in de Romeinenweerd bij Venlo moeten arriveren. In de ochtend van 2 juni ontdekte Herman Smits hier een zingend mannetje Grauwe Fitis en nu al negen dagen legt deze luid lonkend naar een vrouwtje een parcours door de boomtoppen af. Dat we er nu een half uur langer over doen maakt op al die dagen eigenlijk ook geen bal uit.

De auto gaat op een parkeerplaatsje aan de rand van het gebied op slot en tegen half negen lopen Matthias Koster en ik langzaam de weerd in. Joost is iets vergeten en loopt terug naar de auto. Voor hij weer bij ons is, horen we de Grauwe Fitis al zingen. Thuis was natuurlijk de zang weer ingeprent, in het veld is het mijn tactiek de oren te sluiten voor alle bekende geluiden, om zo die afwijkende er uit te pikken. Al snel komt de fitis ook in beeld, hoog in een wilg. De kenmerken zijn net allemaal aardig gezien, of het zangertje is al verder het gebied ingetrokken.
Met z'n zang verraadt hij z'n nieuwe plek, een stukje noordelijker. Over een dijkje tussen de plas in het gebied en de Maas huppelen wij er achter aan. Met lichte verbazing kijk ik naar het grote verschil in waterstand tussen de Maas en de plas in het gebied, de Maas ligt zeker een paar meter lager. 
Joost en Matthias zijn al vooruit gelopen, kuierend en luisterend -die IJsvogel ontging me niet- neem ik dit nieuwe gebied in me op. Aan de overkant van de Maas klinkt de kerk van Tegelen.  En sluit me mooi op tijd weer aan: de fitis zit vrij in beeld, zingend vanaf een uitstekend takje in de top van een boom. Blijkbaar een favoriete zangpost, minutenlang is laat hij zich door de telescoop geweldig fraai bewonderen! 

Een aantal keer duikt ie een meter omlaag de kroon in, zingt hier korte tijd, om vervolgens de toppositie weer in te nemen. Door het goede licht is het met enig inzoomen nét of hij vlak voor je zit. De markante wenkbrauwstreep en het opvallende vleugelstreepje zijn goed te zien: kenmerken die altijd een kick geven wanneer je een zangertje met zulke details in het kleed ontdekt. Tientallen foto's en enkele filmpjes vullen de geheugenkaarten van onze telefoons en camera's. 
Gelukkig neemt de fitis het initiatief en verdwijnt ineens noordwaarts. Anders stonden we er nu nog, zo heerlijk is het kijken naar dit zingende mannetje. En zo tegen negenen is het ook voor ons tijd om verder te trekken. We starten de auto. En remmen weer: we zijn aan de De Berktweg in Hout-Blerick voor Europese kanaries. Slechts een kilometer van de Grauwe Fitis duw ik de voorstoel voorover en kruip van de achterbank af. Gelijk is de 'slecht geoliede derailleur' van de kanarie te horen. Of de 'draaiende stok in de glasbak'. Ezelsbruggetjes voor deze soort onder vogelaars.

In eerste instantie twijfel ik, het is niet helemaal de zang die ik ken van de kanarie. Deze lijkt monotoner, waardoor de gedachte aan misschien een gekke Koolmees me van de wijs brengt: 'hoor je een gek geluid, en kun je het niet plaatsen, maak er dan maar een Koolmees van', zo leerde ik ooit. Een kleine vijftig meter verder in de straat zingt een tweede man, die zich leuk laat bekijken en fotograferen, alvorens verder te vliegen. Thuis zie ik op een foto dat het mannetje geringd is. Matthias en ik lopen er achter aan en maken zo een korte wandeling door het buurtschap. Groenlingen baltsen rond, een paar Huiszwaluwen nestelen onder een dakrand, een Zwarte Roodstaart zingt verderop. De Europese kanarie is een grote spar ingevlogen, die ik al wandelend in de gaten hou. En stoot zo nietsvermoedend vlak voor me niet alleen een groepje Groenlingen van de straat op, ook de kanarie blijkt er tussen te zitten. Balen zeg, gewoon vlak voor me op het asfalt! Hierna lijkt ie helemaal verdwenen.
Matthias en ik lopen daarom weer naar Joost, die nog rondhangt in de buurt van de auto. Hij kon de andere man mooi bekijken in de houtsingel. We lopen een stukje een wei in zodat de andere kant van de singel is te bekijken. Vanuit een rij sparren langs een huis aan de andere kant van het grasland klinkt de knarsende zang. Met de telescoop scan ik de rij af en krijg zo een geel puntje in beeld, onderin een spar.
Kijkend en keuvelend noteren we hier ook een overvliegende Havik en Grote gele kwikstaart, waarna we het tijd vinden onze volgende wenssoort op te zoeken, de Roodmus in het Reigersbroek bij Montfort. Vaak zijn deze na een ontdekking vrij snel weer vertrokken, zeker in het binnenland. Nu zingt al sinds 28 mei een mannetje zijn kenmerkende 'pleasetomeetyou' vanuit een min of meer vaste stek, een grote vlier langs een sloot. Dat het
ook nog eens een adulte man is, is een tweede bijzonderheid! Vrijwel altijd zijn het de onvolwassen, nog bruine mannetjes die opduiken. Deze is schitterend rood uitgekleurd. 

Je ontwikkelt er een soort oog voor: het herkennen en vinden van situaties in het veld die je eerder op een foto zag. We staan aan de Reigersbroekweg midden in een prachtig gebied, als we een paar weilanden verderop 'dé vlier' herkennen. Overigens vergeten te vertellen: gezwets over spärgel, kersen, en wat nog meer, betekende vlak voor aankomst nog een koerscorrectie: afslag gemist. Het is heerlijk zonnig weer, Matthias en ik willen over een pad tussen de weilanden door naar de vlier lopen, Joost rijdt terug naar de ingang van het gebied en steekt vanaf die kant er in. Een leuke tocht tussen de weilanden door, Roodborsttapuit en Blauwborsten zingen om ons heen, eindigt abrupt bij een brede sloot die haaks op de kop van het pad ligt. 
Weidebeekjuffer
Links- en rechtsaf zijn geen probleem, voor rechtdoor dan maar de schoenen en sokken uit en de broekspijpen omhoog. De gedachte dat de sloot wel eens dieper kan zijn dan verwacht vormt een mentale barrière: er vliegen dan wel leuk Weidebeekjuffers, een opdoemend beeld van een halve meter baggerbodem én een roestrode waterkleur die meestal gelijk staat aan 'onuitwasbare stank', zorgen dat in straf tempo de omweg wordt gelopen. Dat dit niet zo heel snel had gehoeven blijkt later. Het wachten is zeker geen crime, rondom de Vlier is genoeg te zien. Zo vliegen ook hier weer Weidebeekjuffers, een Vuurlibel en Grote keizerlibel. Een man Bosrietzanger laat zich ongekend mooi bekijken tijdens een zangsessie vanaf een dode tak in de top van de Vlier. 
Bosrietzanger
Ook Blauwborst en Roodborsttapuit komen even langs. Volkomen onverwachts is na een uur en drie kwartier de Roodmus ineens terug. Pal naast ons klinkt zijn luide doordringende '
tsjewie-tjewietjoe' vanaf een prikkeldraad. Kort erna begint de schitterende rode man vanaf hetzelfde draad de zaden uit een kruid te peuren. Joost is een rondje door het gebied aan het maken, snel bellen we dat de mus er weer zit.
Roodmus
Helaas niet voor lang, al snel vliegt ie van ons af, in de richting van Joost die verderop aan komt lopen. Door de telescoop is te zien dat de vogel nu vanuit een boom vlak naast Joost is gaan zingen. In de hoop dat ie daar langer blijft zitten spoeden we zijn kant op. Halverwege de run wijst Joost al weer onze kant op: de Roodmus is weer richting Vlier gevlogen. Vanuit de ruigte ergens langs de sloot klinkt nu de zang, langzaam lopen we op het geluid af. Voor we er zijn vertrekt de vogel al weer. Naar de tak in de top van de Vlier, waar eerder de Bosrietzanger zich prachtig liet zien! Helemaal vrij op de dode tak trekt hij z'n snavel wijd open.

De haren op m'n armen schieten overeind zodra de eerste heldere toon de lucht in vliegt. Wat een schitterende vocale beloning voor ons geduld! Zodra dit pareltje voor de tweede keer wegvliegt, is dit ook voor ons een teken verder te gaan, er staat nog meer op het programma. Halverwege de wandeling naar de auto wordt het toch weer spannend. De Roodmus begint ergens langs het zandpad voor ons te zingen. Omdat ik niet helemaal de foto's heb die ik graag van de vogel had gehad -ik fotografeer eigenlijk vaker de vogelaars- zoek ik de zangpost op. Zingend voor me wordt ineens zingend achter me, zo sneaky hè, en dan zie ik 'm in een top zitten. En weg duikt ie weer. Met verbazing zie ik vervolgens dat de man in de struik met een andere, onopvallende, vogel ruziet. Is het wel bakkeleien vraag ik me vervolgens af, is hij misschien niet aan het stoeien met een vrouwtje? Een paartje Geelgors bekvecht met elkaar een struik verderop. Misschien had de Roodmus het wel met een van hen aan de stok? Voor er duidelijkheid is te verkrijgen wordt het stil in de bosjes, reden voor ons verder te lopen. De volgende soort wacht op bezoek. Mijn visualisatie van het woord 'Kruispeel' zag er uit als een leuke wandeling in een soort heide- en veengebied, waardoor het bezoeken van de Orpheusspotvogel in dit gebied bij Weert al enig voorpret kende.

Na de Roodmus gaat de tocht hierheen en bij het parkeren van de auto aan het begin van een zandpad aan de Lozerweg beeld ik me achter het bos waar we doorheen lopen een rustgevend landschap voor. Een enorme zandwinplas doemt links voor ons op. Dát had ik dan weer niet verwacht! Een kleine vijf minuten later kijken we op een kleinere, meer natuurlijke plas met druk roepende Kleine plevieren en rond scherende Oeverzwaluwen. We hebben geen idee waar we eigenlijk precies moeten zijn, volgens de telefoon van Matthias zijn we er al. Toch geeft het niet helemaal een lekker gevoel, waardoor we wat rondslenteren in de directe omgeving. En het is maar goed dat we bleven rondhangen. Eerst hoor ik een spotvogel zingen, door de 'pneu' stukjes in de zang blijkt dit een gewone Spotvogel te zijn. Dichterbij klinkt dan vanuit een hoek met lage struiken ineens een snel gebrabbel. Heel kort, maar helder: hebbes! En het is weer stil.
Ik roep de rest en we speuren de struiken af. Het zag er uit als 'lege struiken, er blijkt stiekem heel wat te gebeuren. Er schiet van alles van links naar rechts en weer terug. Zwartkop, Tjiftjaf en Orpheusspotvogel sneaken voor ons rond. Één voor een krijgen we de Orpheus goed te zien, net hoe we er voor staan. Gelukkig zingt hij nu vaker en het wordt spannend wanneer Joost de Orpheus ziet donderjagen met een andere. Zou hij een vrouwtje hebben? Of bakkeleien met de Spotvogel van verderop? Het viel me niet direct op, wanneer ik er aandacht aan geef hoor ik aan de andere kant van de plas het vrolijke geluid van een Wielewaal. Niet veel later vliegt er fraai geel/zwart mannetje vlak voor ons langs. Invoeren in ObsMapp gaat niet meer, door al het gefotografeer is de batterij van m'n telefoon leeg getrokken. Natuurlijk nét in het enige moment dat de Orpheusspotvogel vrij en fraai in m'n telescoop staat, volop zingend. 


Snel wil ik overschakelen naar m'n gewone camera en grijp naar de cameratas. Die er niet blijkt te hangen. De camera hangt direct om m'n nek, waar is die tas dan? En waar is eigenlijk de 'hoodie' die ik aan had? Fuck! Die heb ik allemaal afgedaan bij de Roodmus en aan een weidepaal gehangen. Cameratas kwijt is niet zo erg, het verlies van de capuchonjack maakt me bijna wanhopig. Een gevoel dat ik niet vaak heb, het is immers maar materiaal. Het jack kregen we cadeau bij de geboorte van onze dochter en is bewerkt tot een persoonlijk item. Een rotgevoel bekruipt me, en ik zeg het de anderen. Gelukkig is Joost meevoelend en stelt voor terug te rijden, het 'is maar een half uur'. De hele rit hoop ik dat alles er nog hangt en bij aankomst stap ik snel uit. Stom toevallig komt Joost er dan achter dat ook hij zijn jas is vergeten. In draf loop ik naar de Vlier, waar dezelfde twee fotografen als bij vertrek nog steeds. Alles hangt er nog! Anders, zo zeggen de fotografen, hadden ze via Waarneming.nl wel melding van de spullen gemaakt. Dolgelukkig loop ik terug naar de auto, in de verte klinkt als toegift de Roodmus.
Op naar Tradeport West bij Venlo voor de laatste soort uit onze rij van vijf: de Kuifleeuwerik. Het zal gelijk de moeilijkste vandaag zijn, Niet alleen is het de laatste vaste locatie in Nederland waar deze soort zit, met hooguit een tot drie vogels! Ook niet altijd laten deze kleintjes zich vinden op de immense truckersparkeerplaats met alle vrachtwagens en auto's. Uit automatisme kijk ik na het parkeren en uitstappen gelijk de plekjes na waar in het verleden de Kuifleeuweriken scharrelden. Ook het rondje waar ik aan begin is bijna standaard: langs het gras aan de buitenrand via het douaneterrein naar de grote parkeerplaats achter het tankstation. Af en toe een blik werpend op de rand van het enorme dak boven de benzinepompen, een heimelijke uitwijkplaats. Het eerste rondje levert niks op, en ook bij Matthias en Joost verderop is geen juichhouding te bespeuren.

Joost zoekt op een plek waar ik zelf eigenlijk nooit ben geweest, het douaneterrein. Het duurt dan ook niet zo lang voor er een poppetje in uniform naar 'm toeloopt, ongetwijfeld met de vraag wat hij daar doet. Op afstand kijk ik ze aan en bedenk hoe het gesprek zal gaan. Joost zal op zijn wijze rustig uitleggen wat de bedoeling van zijn aanwezigheid is. Wanneer ik 'm zijn portemonnee zie pakken, en de douanier naar de portofoon, kan ik een grijns niet onderdrukken: daar wordt er een nagetrokken. Ietwat opzichtig maak ik foto's van het tafereeltje, benieuwd of ik daarna ook op gesprek mag. Het blijft er bij, wat gelijk het meest spannende op deze plek is. Inmiddels hakt de weinige slaap er lichtelijk bij me in, ook Matthias en Joost zijn merkbaar gaar.
We besluiten onze zoektocht vanaf het terras van de Burger King voort te zetten. Vrij kansloze actie natuurlijk, zoeken met een rammelende maag werkt alleen ook niet echt motiverend. Met de gedachte '
vier-uit-vijf-gelukt' breien we er dan ook een eind aan. In de auto val ik al snel in slaap, om in Arnhem weer wakker te worden. De Grauwe Fitis werd twee dagen na ons nog een keer gehoord, daarna leek hij verdwenen. Hetzelfde overkwam ons ook bij de Kleine klapekster: de dag er na pleitte. Maakt me nieuwsgierig hoe vaak de wind in de Mongolenwaaier nog onze kant op waait.... 

zaterdag 13 juni 2009

Ik ga op vakantie en neem mee...

wel, nog snel even die Roodmus in de Millingerwaard natuurlijk die vanmiddag via het nieuwe smssysteem van de VWG Nijmegen werd doorgegeven. Door één sms te versturen kunnen aangesloten leden worden geïnformeerd over ontdekkingen van zeldzaamheden in ons werkgebied. Thuis ligt de vloer half bezaaid met kleren en nutteloos spul waarvan ik in eerste instantie denk ze nodig te hebben voor de tien dagen Terschelling die vanaf morgenavond begint. Daarna is het m'n bedoeling weg te laten wat niet écht mee hoeft, zodat één rugzak volsdoende zal zijn. Morgenvroeg ga ik echter eerst met Geert Lamers en Bram Ubels op pad door Nederland, het is dus wel zaak vandaag gepakt te hebben, onder andere omdat ik gelijk doorreis. Echter zodra de sms binnenkwam prop ik gewoon van alles in m'n rugzak tot ie vol zit en ben klaar in een half uur; een nieuw record. In m'n telefoon kijk ik wie ik snel zou kunnen bellen en zin heeft om er met de auto heen te rijden. Als snel is een afspraak met Jouke van der Zee gemaakt, een kleine drie kwartier later sta ik bij hem voor de deur en rijden we op de Millingerwaard aan.

Bij het kerkje van Kekerdom parkeren we de auto op de kleine parkeerplaats en lopen de Millingerwaard in. Al lopend worden Matkop, Grauwe Vliegenvanger, Tuinfluiter en meer van dit soort gevederte op gehoord meegenomen. Bij de grote plas lopen we aan de zuidwestkant het dijkje erlangs op. Het gehoor gaat op scherp, de vogel zou namelijk zingend in de andere hoek van de plas voor ons langs de dijk zitten. Aangekomen vatten we post en blijven staan luisteren. Grasmussen krassen, een Matkop zit vlakbij en een Grauwe Vliegenvanger hopt door de bomen. Over het Millingerduin komt een grote roofvogel aangevlogen. Mooie witte staart met zwarte eindband: de lokale Buizerd die eens in de zoveel tijd het predikaat Ruigpootbuizerd opgeplakt krijgt en netjes wordt doorgegeven via onze waarnemingensite. Jouke en ik struinen, eigenlijk meer schuifelen, ieder een kant op, maar we blijven rond de hoek hangen.

Mijn ogen flitsen alle kanten op, opnemend wat er allemaal gebeurd in het Millingerduin. Mijn oren daarentegen staan in de filterstand en luisteren practisch alleen naar geluiden die níet 'normaal' zijn. Zo blijf ik stilstaan bij alarmerende Grasmussen, hoor ik jonge mezen piepen in het bos, neem een Zomertortel mee en ontgaat me ook een van ver klinkend 'meetjoe' niet. Hé, dat is een bekend geluid. Het klinkt zwak en lijkt uit een bosje een flink eind verderop te komen. Ik ben niet geheel zeker, maar sein Jouke in en langzaam lopen we naar het hek langs de steenfabriek welke naast het Millingerduin ligt en vanwaar het geluid kwam. Vanuit het bosje klinkt nu steeds duidelijker 'toemeetjoe'. Bingo! Als we uiteindelijk op een paadje langs het hek staan klinkt ineens een bijna oorverovend 'pleasetomeetjoe' van deze nieuwe soort voor Jouke. De vogel zit op slechts een paar meter van ons af in een meidoorn, maar laat zich bijna niet zien. In een flits zie ik dat het een jonge vogel is, dus een andere dan de adult welke 1 juni in de Millingerwaard zong. Zo heb je ze nooit, zo heb je er twee in korte tijd!

De Roodmus laat nog een paar keer z'n prachtige geluid horen, schiet dan het paadje over een hoge wilg in en vervolgens door naar het wilgenbos een stuk verderop. Terwijl ik de terugvondst via het smssysteem meld lopen Jouke en ik achter de vogel aan. Ondanks dat zijn gezang de aanwezigheid wel verraad laat de vogel zich hier niet terugvinden. Ondertussen zijn ook Niki Boerland en later Justin Jansen aangeschoven. Gezamenlijk blijven we een tijd staan, in de kijker kunnen we 'm helaas niet krijgen. Justin gaat weer op huis aan, en de afspraak thuis te zullen koken dwingen zowel Jouke als mij huiswaarts te gaan. We besluiten over het dijkje langs de grote plas terug te lopen, en tot mijn verbazing hoor ik de vogel ook ineens uit deze hoek. De vaart gaat er in en tot grote vreugde krijgen we de vogel nu vlakbij in de picture. Snel worden fototoestellen er bij gepakt en de eerste plaatjes gemaakt.

Met de kop omhoog zingt de vogel in een boom voor ons, nog mooier wordt het als de vogel nog dichter langs de dijk in een lage wilg gaat zitten. Hoewel deze tweede kalenderjaar vogel enigzins 'saai' bruin gekleurd is, met een opvallend zwart kraaloog, is het genot door de zang en het van dichtbij kunnen bekijken enorm. Ondertussen hebben nog een aantal vogelaars zich aangesloten, een blik op de klok leert dat Jouke en ik er nu echt vandoor moeten. Napratend over de uiteindelijk toch nog prachtige blikken die we nog op de vogel mochten werpen lopen we over het pad door de waard op de auto aan. De tien Lepelaars die we op de heenweg bij de Kaliwaal lepelen nog lekker rond.

maandag 1 juni 2009

Roodmus in de Millingerwaard

De ervaring met Roodmussen is dat ze urenlang de snavel kunnen houden én soms zelfs snel weg kunnen zijn. De frustratie van een dip vorig jaar van deze soort bij de Bisonbaai in de Ooijpolder had z'n sporen nog wel nagelaten merkte ik vanochtend, toen rond tien voor elf een telefoontje van Harvey van Diek liet horen dat er 's ochtends rond half zeven een Roodmus was gehoord en gezien en zelfs gefotografeerd in de zuidelijke Groenlanden in de Ooijpolder. Rustig giet ik zelfs eerst twee koppen koffie naar binnen en pas rond half twaalf vertrek ik loom richting de Hezelstraat waar de vogel was gemeld.

Langs de Hezelstraat is het stil, op de gebruikelijke rietvogels na dan. Ik parkeer de fiets in de berm en na eerst wat heen en weer te hebben gelopen begin ik de sprinkhanen in de berm eens nader te onderzoeken. Mocht de Roodmus zingen, dan hoor ik 'm wel was de gedachte. Een kwartier later komt Jan Hartog met z'n vrouw aangereden en vrijwel gelijktijdig komt ook Erik van Winden in langzame tred aangefietst. Gezamenlijk staan we een kwartiertje te kletsen, als ik om de één of andere reden m'n telefoon pak en zie dat Peter Hoppenbrouwers had gebeld. Vrijwel gelijk daarna krijg ik een sms van Bram Aarts dat Peter zojuist in de Millingerwaard een adult mannetje Roodmus heeft ontdekt! Ik bel Peter weer op en hoor precies waar hij de vogel heeft ontdekt.

Erik gaat op de fiets, ik parkeer de mijne op slot tegen een weidepaal en stap bij Jan in de auto. Onderweg licht ik alvast verschillende mensen in dat er nu een Roodmus in de Millingerwaard zit. Op de dijk bij de Waiboerweg bij de Millingerwaard bel ik Harvey om ook hem in te lichten, hij blijkt er echter al te staan en heeft hem nu zelfs zingend. Of ik het door de telefoon wilde horen...Ik zie Harvey practisch verderop staan en krijg het daarom ook op m'n heupen. 'Laat maar' zeg ik, in de verwachting dat ik 'm zo écht live zou horen. Halverwege de Waiboerweg parkeert Jan de auto en snel loop ik door de ruige vlakte naar de plek waar Harvey staat, ondertussen voor lief nemend dat distels en brandnetels langs m'n blote benen hun sporen achter laten en al lopend informeer ik Arjen Poelmans over de exacte locatie, omdat ook hij weer telefoontjes krijgt over de plek.

Peter Hoppenbrouwers loopt ook nog op de plek rond, evenals een club NJNers zo te zien, ik loop door naar Harvey die iets verderop langs de wilgen schuifelt. Had hij 'm echt nog maar een kleine twee minuten geleden zingend, nu is het stil. Ik zie al weer een bekend 'nét weg'scenario zich ontwikkelen, terwijl vijf minuten later ook Erik van Winden komt aangespurt. Angstvallig stil. Harvey moet er weer vandoor, en Peter struint weer verder, op zoek naar libellen waar hij tijdens de ontdekking van de Roodmus ook mee bezig was. Wij geven het nog niet op. Na een klein uurtje moet ook Jan Hartog weg, ik gok er op dat ik wel weer mee terug zou kunnen rijden met één van de mensen waarvan ik wist dat ze nu onderweg waren. Na allerlei telefonische routeondersteuning komen iets later ook de andere gealarmeerde mensen aan. In plaats van een Roodmus worden er een Zomertortel, twee Visdieven, een Ooievaar, een Groenpootruiter en ander lokaal gevederd spul bij elkaar gesprokkeld. Even is er beroering als de vogel lijkt te zingen, later wordt dit afgedaan als een gekke zanglijsterstrofe of andere soort die even zin had in een pestgeintje. De zang die we nu hoorden is, zoals gewend van de Roodmus, niet echt helder en opvallend.

Een dik uur later houden de meeste mensen het voor gezien. Ik blijf achter met Erik, Aart en Henny Vink en Wim Jansen. Je weet nooit. We lopen wat rond, het gemis aan het bekende Roodmussengeluid 'pleasetomeetyou' laat het humeur wel enigzins in mineurstemming omslaan. Een foeragerende Visdief zorgt voor wat afleiding evenals een veulen van één van de paarden die te water is geraakt en niet direct weer op de kant kan komen. Ondertussen verteld Erik dat er bij de Bisonbaai zelfs een veulen van de 'wilde' paarden bij de Bisonbaai is gejat. Je moet maar zin hebben in zo'n wild beest aan huis.

Dan hoort Wim om iets over half vier ineens het 'pleasetomeetyou' van de Roodmus! En dit keer is het 'm, in tegenstelling tot het eerdere vage geluid wat we hoorden, wel echt, waanzinnig! Vrijwel direct hoort iedereen 'm en treedt er in de steeds verder dichttrekkende donkere lucht een grote opklaring op de gezichten van de aanwezigen op. Daarna krijgen we de vogel, wel wat moeizaam, ook in beeld. Het mannetje zit boven in een wilg die vol rupsenrag zit, het rood van de kop en borst steekt er mooi in af. Alsof tie voorover in een pot rode verf is gekukeld.

Al speurend bel ik ondertussen de vertrokken mensen weer op met deze heugelijke herontdekking, aan de andere kant zijn het ongeloof en bepaalde krachttermen goed te horen. De vogel zingt een kwartier uitbundig en ik heb goede hoop voor de mensen die nu alweer in de verte aan komen lopen en fietsen. Helaas, zo'n vijftig meter heeft de eerst arriverende vogelaar nog te gaan, als de vogel zijn snavel weer houdt. Nee hé! De stemming slaat weer om en we moeten zelfs schuilen onder een overhangende wilg voor een grote wolkbreuk inclusief enig dreigend gedonder. Aangekleed op een zomerse dag en de verwachting dat ik eigenlijk niet verder dan de Groenlanden zou gaan, sta ik daar in slechts gympen, een korte broek en een mouwloos hemdje. Hopend op een klein mirakeltje duik ik in mijn rugzak om zo een regenjas op te duikelen. Slechts juist het vest met het grootst absorberende vermogen van al mijn kleren ligt opgepropt onderin. Dan maar nat. Ik ben niet de enige in een zomerse outfit. Als de bui, die ons gelukkig slechts schampt, voorbij is gaan we weer op het pad langs het bos staan. Een aantal mensen geven nog een hal uur. Het wordt al later en er is ook nog een sociaal leven thuis. Het wordt spannend...

Een plompe vogel die in de top van de hoge raggende rupsenwilg gaat zitten trekt mijn aandacht. Met een 'hé, is dat 'm' waarschuw ik de rest. Ik kan nog niet snel iets weer vinden, maar zie dan ineens de rode borst van de Roodmus. Is tie weer! en gelukkig wat sneller dan eerder op de middag. Hij laat nu ook weer volop z'n prachtige zang. De blijdschap bij de mensen straalt van de gezichten. Voor de meeste mensen is het een nieuwe soort voor de provincie Gelderland, zelfs voor Aart Vink met inmiddels een respectabele lijst. Vlak voor mensen wilden vertrekken komt de vogel toch gelukkig boven wilg. En hoe! Vrijwel vrij zittend foerageert de vogel in het wilgenrupsenpluis, druk er door heen wroetend en af en toe zingend. Als tie ook nog eens op zo'n dertig meter vrij voor ons komt zitten kan de dag helemaal niet meer stuk. In de telescoop kan ik de verrichtingen van man goed volgen en probeer enige fotootjes te maken. Ook maak ik wat geluidsopnames. Dan vliegt de vogel oostwaarts het open veld in. Zou hij vertrekken? De meeste mensen gaan nu voor de tweede keer weg. En ik kan, zoals gegokt, een lift van Reinoud Vermoolen en Robert Keizer krijgen. Even later maak ik aan de Hezelstraat het slot los van m'n fiets en bel naar huis: ik kom er aan en heb zin in pannenkoeken. Gelukkig lees ik later op Waarneming.nl dat toch weer de oude plek is betrokken, hopelijk blijft deze schitterende soort nog even hangen. Maar dat zal waarschijnlijk niet zo zijn. Dit was de eerste twitchbare Roodmus voor Gelderland. En ook dat ging bijna niet door als we niet zo lang waren blijven hangen. Pfoei!