Posts tonen met het label Regionale excursies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Regionale excursies. Alle posts tonen

zondag 9 juni 2013

Avondwandeling op de hei met Kwartel en Nachtzwaluw

Het zonnige temperatuurtje overdag zakt de laatste dagen in de avond nog altijd naar een frisse rilling. Toch wil ik graag, je hebt zo van die soorten, de Kwartel en Nachtzwaluw ook in 2013 wel weer zien. Wat, vooral bij de Kwartel, eerder 'weer horen' zal zijn. Met Ronald is een afspraak snel gemaakt als ik voorstel een avondwandeling te maken. Eerst naar de Arnhemse hei waar al een paar keer de Kwartel is gehoord, en daarna naar de Rozendaalse hei voor Houtsnip en de Nachtzwaluw. 
Daarnaast inventariseren we dit jaar ook de Veluwezoom op Ruigpootuilen -voor je je druk maakt: we hebben ze (nog) niet-,zodat we naast de Nachtzwaluw ook gelijk een telling in een van onze telgebieden er naast doen. 
Het is altijd een genot om op warme avonden op de Arnhemse hei de benen te strekken. Als we het gebied in lopen zijn Geelgors en Graspieper nog druk aan het zingen. Ronald loopt langzaam door, ik vermaak me korte tijd met een Graspieper die vanuit een laag meidoornstruikje op het veld zich mooi laat bekijken tijdens het zingen.
Al snel klinkt vanuit het hoge gras rechts van ons het herkenbare 'kwik-me-dit' van de Kwartel. Eerst kort, later op de avond wat langer. Ik stel me dan altijd zo'n klein bruin kruipertje voor, dat ergens daar in het hoge gras rondloopt. Volgens mij kan ie door het hoge gras geen bal voor ogen zien, en loopt ie alleen maar, in zichzelf gekeerd, te bedenken hoe hij een vrouwtje naar beneden kan lokken. Onderwijl af en toe wat eten naar binnen werkend. Je zal maar een Kwartel met claustrofobie zijn...We lopen een tijd rond en als de zon zo ver is gezakt dat het tijd voor de Nachtzwaluwen wordt, zoeken we de auto weer op. Met een beetje geluk zien we ze in het laatste avondlicht nog vliegen, immer een mooi gezicht als ze snorrend boven de heidevelden de eerste vluchten maken. Of worden we zelfs nog getrakteerd op een interactie met een ander mannetje of vrouwtje. We hadden op de Arnhemse heide kunnen blijven, daar broeden ook Nachtzwaluwen, het gebied wat we nu bezoeken kent ook de weinige -ons bekende- waarnemingen van baltsende Houtsnippen in de regio, een soort waar we ook op hopen. Rond tien uur parkeren we de auto aan de parallelweg en gaan door het klaphek. Al na honderd meter hoort Ronald links op een heideveld de eerste Nachtzwaluw snorren, net te kort voor mij om 'm op te pikken.
Aan het eind van het pad kijken we uit over een groot heideveld. Op een Koekoek  in de verte reageert een tweede vlak achter ons, die ineens pal naast ons door de bomen komt zetten en verschrikt weer terug draait. De knerpende zang van een Roodborsttapuit klinkt uit de hoek van het heideveld en één voor één beginnen de Nachtzwaluwen te ratelen. Eerst een in de verte, vlak er na direct achter ons. Zo'n rustgevend geluid. We pauzeren een tijd bij een bankje in de hoop een baltsende Houtsnip te kunnen zien. Dit blijft helaas bij ijdele hoop. Tot mijn verbazing vallen zelfs de Nachtzwaluwen al snel weer stil. Te fris? Of, zoals iemand zei, 's avonds zingen de vogels kort, omdat ze na een dag rust zo snel mogelijk willen eten. Later in de nacht, meer in de vroege ochtend, zullen ze met een volle buik meer de rust hebben om te zingen en langer te horen zijn. Een theorie die ik nog eens wil na gaan. We lopen een eind door ons uilentelgebiedje, wat slechts alleen een 'kuwiek'-ende Nachtzwaluw in de verte oplevert. En soms brekende takjes en een paar glimmende oogjes in het schijnsel van de zaklamp. Voor de rest is het doodstil. En fris. Tegen twaalven keren we huiswaarts, een Kwartel, ongeveer zes Nachtzwaluwen en een fijne avondwandeling rijker.

vrijdag 10 mei 2013

Streptopelia turtur-toer

Met 'Jut en Jul' als commentatoren voorin, op alles wat er maar op de snelweg gebeurd geven Ronald en Benny onderhoudend commentaar, kneuren we over de A12 van Arnhem richting Oberhausen. Zelf hang ik op de achterbank onderuit gezakt en maak me druk om andere zaken: de gedachte dit jaar bij Arnhem een Griel te vinden resulteert in het als een gek scannen van alle voren in de kale akkers langs de autobaan met een gangetje van 120km per uur. 'Nooit-gekeken-is-nooit-ontdekt'. Wie van ons drie zou zich het meest druk maken op dit moment....

Na de voeding van m'n kleine en haar in slaap gesust te hebben leg ik haar in bed en spring onder de douche. Benny zit inmiddels aan de koffie bij Ronald en als ik klaar ben vertrekken we. Rond half negen zou nog een buitje langs waaien, tijdens het onderweg zijn zal ook dat voorbij zijn. Heb geen direct idee waar heen te gaan en laat het graag over aan de anderen. Ronald ziet het wel zitten om bij het Netterdensche Broek de Zomertortel te gaan bezoeken, en als het kan ook de Spotvogel op te rollen. De Bonte strandloper die er vanochtend ak werd gemeld zou een nieuwe jaarsoort in de regio voor Benny zijn. We draaien zodoende de A12 op en na een korte bezichtiging van Beek, we nemen een afslag te vroeg, rijden we via de volgende afslag langs 's Heerenberg en naar de parkeerplaats aan de Azewijnsestraat waar de laatste tijd de Zomertortel, Streptopelia turtur. wordt gemeld.
Het waait fris en behoorlijk, heel even heb ik er een hard hoofd in of Streptopelia zijn turtur wel zal laten horen. Die gedachte verwaait gelukkig al snel als we al vlot het heerlijke, beetje spinnende 'toerrr toerrr toerrr' van de Zomertortel horen. Het mannetje blijkt schuin links voor ons bijna in de top van een boom te zitten, waar Ronald 'm al snel in beeld weet te krijgen. In de haag rechts van ons zingen Tuinfluiters. Met een omtrekkende beweging om een bosje weet ik de tortel fraai van opzij in de scoop te krijgen, wat een prachtige duiven zijn het ook! De zwartwitte strepen in de hals contrasteren mooi met de rest van het bruine kleed en de oranje veertoppen aan de vleugels. Een rood omrand oog staart je aan.
Dan schiet ie om onduidelijke redenen ineens de lucht in, gevolgd door een pijlsnel beest van gelijkwaardige grootte, misschien een tweede Zomertortel? Het mannetje vliegt richting de kale bomen bij de parkeerplaats, waar hij ook regelmatig in te vinden is. Wij sjokken verder langs de plas, een paar Oeverlopers schiet vanonder een langs het water staande boompje uit naar de andere oever. Altijd spannend, dit soort waarnemingen van deze soort op dit soort plekjes. Zouden ze er broeden? Grasmussen krassen rechts in de ruigte, Grutto's roepen vanaf de akker er achter.
Bij een bruggetje tussen twee de twee plassen in zetten we de telescopen op en scannen alles af. Een Grutto, Kleine plevieren, Stormmeeuwen en Oeverlopers passeren de lens. Erg leuk zijn de broedende Visdieven vlak voor onze neus op een eilandje van een vierkante meter.
In een ruig stukje langs de plas zingt een Blauwborst, door de wind zijn voornamelijk de hogere en herhalende tonen te horen. Voor Benny nog niet makkelijk 'm er uit te pikken, op een windstiller moment kan gelukkig ook hij 'm oppikken. We maken het rondje verder af zonder noemenswaardige soorten en rijden daarna een kilometer verder langs de Azewijnsestraat, om bij een nieuw aangelegd stukje 'natuur' te zoeken naar de Bonte strandloper. Al snel blijkt dat de vogel in zomerkleed er nog zit.
Kleine plevieren schieten druk roepend en baltsend wenkend door de lucht, Kuifeenden en een paar Krakeenden keuvelen op een zandplaatje, een drietal Tureluurs scharrelt door de lage vegetatie aan de rand van de slikplaten. Bij de boerderij naast het gebiedje kleppert een Braamsluiper, je moet verdomd goed luisteren om 'm boven de wind uit te horen. Helaas blijken de twee Casarca's die Benny hier gisteren had gevlogen. Aan de andere kant, op de grote plas staan twee Zwarte sterns op een oranje boei, Kleine mantelmeeuwen dommelen wat op de pijp van de zandzuiginstallatie.
We lopen nog even naar een nieuw stuk afgraving verderop, die ene Kleine plevier onthou ik wel om later op Waarneming.nl te zetten. Een man Gekraagde roodstaart en verschillende Tuinfluiters zingen vanuit het stukje wilgenbos wat we passeren, Visdieven vliegen laag over richting de grote plas. 

We rijden een paar honderd meter verder naar het oosten en slaan rechts de Omsteg in, bij het Wiekens Gat zit al een paar dagen een Spotvogel, een nieuwe jaarsoort voor Ronald en mij. Al bij het uitstappen vangt Ronald z'n zang op, zelf hoor ik nog heel even niets, al snel gevolgd door de vrolijke tonen van deze soort, gemengd met het kenmerkende 'pneu' geluidje in de zang. Ondanks de flink bewegende boomtoppen krijg ik 'm toch enigszins in pixels vastgelegd.
Boven de plas vliegen druk Zwarte sterns en Visdieven heen en weer, 
reden voor mij om onder het hek door te sneaken, ik heb geen zin om naar de officiële ingang te gaan, en naar de rand van het water te lopen. Liefst 53 Zwarte sterns en een snel geschatte veertien Visdieven scheren over het water. Er lijkt beweging in de aantallen te zitten, een keer komt een groepje van hoog binnen en vertrekt ook een groepje weer hoog. Een Buizerd vliegt hoog over, een man Bruine kiekendief jaagt boven de akkers aan de andere kant van de plas. In eerste instantie denk ik een Zwarte wouw in beeld te hebben, een scherp afgesneden staart en hoekige vleugels voeden dit idee. De vogel vliegt helaas laag en verdwijnt snel achter de bomen.

Later bedenk ik dat het het mannetje Bruine kiek is geweest, die door het grauwere weer wat donker uitviel. In de verte cirkelen vier Ooievaars hoog hun rondjes naar onbekende bestemming. Ronald vindt aan de noordkant van de Omsteg, in een nieuw stuk afgraving van het Netterdense Broek, de Bonte strandloper terug die eerder leek verdwenen van de slikken waar we 'm kort zagen.  

Op de A12 zet Benny de vaart er kort in, om bij Elten weer de snelweg af te gaan. Door het (duitse) dorp Elten, langs het Erfkamerlingschap -voor de vorm kijken we of er ergens nog een Visarend vliegt- rijden we naar de Bijland. Misschien vliegen er Noordse sterns of Dwergmeeuwen: met dit buiige weer is daar in deze tijd van het jaar een kans op. Bij de Bijland parkeren we de auto, en omdat Ronald om twee uur vanaf huis naar z'n werk moet, zet ik de vaart er in om aan de waterkant van de grote plas te komen. Het water golft ruw, even snel kijken wat er aan eenden en zo zwemt gaat niet makkelijk. En natuurlijk helemaal aan de overkant vliegen de sterns. Snel, maar toch ook weer rustig bekijk ik de 'witte' sterns, wat allemaal Visdieven lijken te zijn. In een rustiger hoekje vliegen een twintigtal Zwarte sterns. Vlak naast ons drentelen een Kleine plevier en Oeverloper langs de waterkant, een viertal Buizerds hangen tegen de wind in boven de bomen aan de rand van de plas, blijkbaar jagend op iets waar ik geen idee over heb. Er wordt door Benny geopperd om de Kleine Gelderse Waard nog even snel te checken, wat ik ook wel zie zitten, het ligt aan Ronald of hij denkt nog tijd te hebben. En juist hij is degeen die op een lege tank niet kan bewegen en stil valt. Ken uw klassiekers. Ronald heeft geen eten bij zich, en het zijn, hoe opmerkelijk,  vaak altijd anderen die dan nog wel een reep van het een of ander in de tas hebben zitten om Ron weer op te starten. Op aangeven van Benny vis ik een peperkoek uit zijn tas. Het is een beetje als een half litertje in een lege tank gooien: het werkt net. We gaan naar de 'KGW'.

Langs het doodlopende weggetje naar 'Nootenboom' merkt Benny een man Tapuit op een paaltje op, altijd leuk voor de daglijst! De auto parkeren we aan het eind en wandelen verder naar het gebied dat al veel leuke soorten heeft opgeleverd. Tientallen Gier-, Huis-, Boeren- en Oeverzwaluwen scheren op ooghoogte boven de plassen en de ruigtes. Een prachtgezicht om die razendsnelle Gierzwaluwen vlak voor je ogen langs  te zien speren! Een Koekoek vliegt voorbij en aangekomen bij de plas waar de laatste tijd de meest leuke waarnemingen worden verricht is het eerste wat ik zie een Casarca! Als ik een foto wil maken met de telefoon blijkt dat ding pleitte. Een baalgevoel kruipt omhoog, niet echt omdat ik 'm kwijt ben, maar om het gevoel dat ik écht geen zin heb om precies het hele pad tot dit moment secuur terug te lopen. Want zoeken doe je dan toch automatisch. Hij zal wel in de auto liggen, wat later ook -gelukkig- zo blijkt. Gezien het ontbreken van een zwarte smalle halsring denk ik dat het een vrouwtje is. Thuis op de foto die ik van Ronald ontvang (en hiernoven te zien) lijkt er echter toch een smal bandje te zijn, mogelijk dus een mannetje. Afijn, het is een Casarca, nieuw voor dit jaar in Gelderland en dus de regio Arnhem. Een viertal Groenpootruiters, een Bosruiter, Kleine plevieren, Oeverlopers en een Bontbekplevier foerageren langs de rand van een grotere plas. Een 18-tal Bergeenden ligt evenals een zestal Tafeleenden loom op een zandrand. Verderop in het gebied staat een Lepelaar tussen de Grauwe ganzen. Tevreden met dit bliksembezoek haalt Benny iets later bij de auto nog de Kneu binnen voor dit jaar, om even later langs het weggetje een laagvliegende Boomvalk in het vizier te krijgen. Vanaf de achterbank volg ik, als luisterde ik naar 'Langs de lijn', met een half oor de commentaren van de voorstoelen. Ik overweeg kort om een filmpje van die twee te maken. Maar check ondertussen toch liever zoveel mogelijk kale akkers langs de A12. Niet gekeken...  

zaterdag 27 februari 2010

Een middagje Oude IJsselstreek

Hoe ze het doen, daar aan de oostkant van het Pannerdens kanaal, geen idee. De een na de andere leuke soort wordt in het gebied tussen ruwweg Arnhem en Gendringen opgeduikeld. Vooral het Azewijnse Broek en het vlak ten zuiden er van gelegen Wiekens Gat zijn ongekende goudpotjes aan bijzondere waarnemingen. Maar ook de Rhederlaag bij Lathum laat van zich horen met een Parelduiker en Grote Zeeeend.

Gisteren werd door Arjan Hell op een kleine voormalige zandwinplas bij Didam een Roodhalsfuut gevonden. Zelfs deze uithoekjes doen dus driftig mee. Samen met de twee nog immer aanwezige Grote Zeeeenden en een Geoorde Fuut op het Wiekens Gat en Ruigpootbuizerd in de Rouvenen (het gaat er zelfs om twee!) was een toerrit die hoek in nu best interessant. Na wat rondmailen en bellen blijken Jasper en Joep Hooymans er wel zin in te hebben. We spraken af het rustig aan te doen, twaalf uur was een mooie vertrektijd.

Om vijf over twaalf staan ze voor m'n deur en langs de waalstrang bij Lent rijden we op de pont van Doornenburg aan om het Pannerdens kanaal over te steken. Aan de overzijde rijden we over de dijk langs de Lobberdensche Waard. Aalscholvers zitten hier al weer op hun nesten en een eerste Grote zilverreiger hapt in een wei muisjes zonder beschuit. Herwen wordt gepasseerd en babbelend rijden we door Babberich. Na de brug over de A12 slaan we links Werfhout in en parkeren we een minuut later de auto aan de Pakopseweg.

De plas is zo'n 'duizend-en-een-gat'. Omzoomd door jonge bomen, een Herashekwerkje er omheen, ligt in de oksel van de A18 en de Bievanksweg nu niet bepaald een plas waar je veel van verwacht. Toch vond Arjan zoals gezegd gisteren hier een Roodhalsfuut. De put is in ieder geval bekend bij menselijke duikers, zo blijkt. Een viertal gaat net kopje onder. Als ze ons zien beginnen ze stoer over 'op zoek naar de Oehoe?'. Waarom ze daar nu weer over beginnen. Weten ze meer? Daarna beginnen ze over allerlei uilensoorten waar ik van ze levensdagen nooit van heb gehoord. Ze kennen hun soortjes blijkbaar wel. Of d'r zit een verkeerd soort gas in hun zuurstofflessen...

Een eerste ronde met de telescoop brengt twee Brilduikers, een Fuut, Kuif- en Krakeenden, enkele Dodaarzen en Storm- en Kokmeeuwen in het vizier. Van een Roodhalsfuut geen spoor. Jasper en Joep lopen verder langs het pad langs het water, ik blijf op hetzelfde uitkijkpunt zoeken en voeg zo een derde Brilduiker aan het dagtotaal toe. Boven m'n hoofd roept een overvliegende Veldleeuwerik. Als Joep en Jasper terugkomen melden ze dat verderop Sijsjes leuk dichtbij zitten. Dan die maar bekijken, misschien is er nog iets te fotograferen. Langs het pad zitten op slechts enkele meters Sijsjes onder andere volop te zingen, leuk! Een degelijk fotootje lukt helaas niet. In de zuidhoek lijkt de plas een uithoekje te hebben, waar ik net niet op kon kijken, en loop daarom door. Helaas is deze hoek ook leeg. Dan valt m'n oog op iets wits langs de waterkant. Met een tak weet ik 'm naar de kant te halen en sta daarna met een schijnbaar vers dode Fuut in m'n handen. Waarschijnlijk was de afgelopen ijstijd teveel van het goede. 'Ik heb 'm!!', schreeuw ik met de Fuut hangend in m'n handen. De broertjes komen er snel aan, denkend dat ik de Roodhals heb. Verbaasd kijken ze naar m'n vondst. Ik lig in een deuk, tijd om verder te gaan.

Over de N335 rijden we verder naar het oosten. Jasper ziet vanachter het stuur een zestal ganzen direct langs de provinciale weg. 'Huh, Toendra's?'. Hij heeft gelijk, het blijken inderdaad Toendrarietganzen. Aparte plek zo langs de weg. Door een prachtig Bergherbos rijden we op Azewijn aan, waarna we naar de Omsteg rijden voor de gisteren nog aanwezige Grote zeeeenden en Geoorde Fuut. Ook dit blijkt weer zo'n voormalige zandwinningsplas, omgevormd tot soort van recreatieplas. Door een twee meter hoog draaihek (sinds wanneer staan die dingen bij zo'n plas?) komen we aan de rand. Op de plas dobberen tientallen Smienten, Kuif-, Krak- Tafel- en Wilde eenden. Jasper heeft al snel de zeeeenden gevonden. Een Rietgors duikt in rietkraagje en een vrouw Nonnetje blijft niet onopgemerkt. Mijn eerste Witte kwikstaart voor Gelderland vliegt roepend over. Grotere spetters komen neerwaarts, we gaan toch nog even naar de westkant van de plas, waar de Geoorde Fuut het meest wordt gemeld. Langs de rand liggen ook hier twee dode Futen in winterkleed op hun rug. Als door onze aanwandelen de eenden van de oever afzwemmen vindt Joep met de kijker een fuutje. Hij denkt aan een Dodaars, de telescoop brengt een Geoorde fuut in beeld. Ook die is gelukt!

Als het iets harder begint te sijpelen lopen we weer op de auto aan en rijden naar de Azewijnsestraat, waar een parkeerplaats blijkt te zijn om het Azewijnse Broek in te kunnen. Wist ik veel, de laatste keer ging ik vanaf de Maatweg door een ruigteveld. Een Zanglijster zingt fanatiek vanuit de bomen. Uiteindelijk komen we bij een bruggetje aan, vanaf waar we de plas afkijken. Een Grote zilverreiger vliegt langs en op een baggerpijp blijken m'n eerste veertien Scholeksters voor dit jaar in Gelderland te staan. Jasper is ondertussen iets verder gebanjerd, als hij ineens een schreeuw geeft. Over het water vliegt een uil weg, Velduil! Toeval bestaat niet. Tijdens de wandeling naar deze plek spraken we nog over Velduilen en nu stoot hij er ineens een op! Met een grote boog vliegt de uil over het water, om verderop weer plaats te nemen aan land op, natuurlijk, een Herashekwerk.

Alsof hij alweer vergeten is wat er net gebeurde zit de uil vanaf het hek rustig om zich heen te kijken en laat zich prachtig bekijken. Achter ons komen twee vogelaars aangekleid. Het zijn Jelle en z'n vader Lex Aalders. De Velduil blijkt vanochtend al gevonden te zijn en ze zijn op de melding afgekomen. Ze krijgen 'm in een presenteerscoop aangeboden. Samen met Lex loop ik een eind z'n kant op en nemen positie net achter een bocht in het hekwerk. Hij zit nog steeds te ver voor me voor leuke plaatjes, met telescoop en telefoon weet ik toch een recordshot te maken. Uiteindelijk vliegt de vogel op en verdwijnt in een omhekt gedeelte waar zand wordt gesorteerd en opgeslagen. Samen met Jelle blijven we nog een tijdje bij het bruggetje staan, genietend van deze onverwachte ontmoeting. Zelfs een zonnetje breekt even door. Twee Grote zilvers komen op kenmerkende wijze langsgeflapt. Op het water zwemt nog een Toendrarietgans, verder zoeken levert verder geen bijzonderheden op.

Langs de Bemmenstraat ten zuidoosten van Duiven zit al een tijd een Ruigpootbuizerd, later bleek dat er liefst twee aanwezig zijn in het gebied. Het is al later in de middag geworden, een bezoekje aan deze leuke soort kan net, dan zijn we ook nog op een schappelijke tijd thuis. Onderweg liggen ergens bij 's Heerenberg twee Bergeenden op de oever van een watertje. Bij aankomst in het weilandencomplex zien we al de eerste Grote zilverreiger in een wei foerageren, vanaf de Bemmenstraat zien we nog een paar 'sneeuwwitjes'. Met de telescoop speur ik de weilanden en akkers af. Een drietal Knobbelzwanen en enkele Buizerds komen voorbij, waaronder een erg witte die een paar dagen eerder voor Ruigpoot werd versleten. Dan blijf ik hangen bij een stip op een akker. Wittige kop, donkere buikschilden, daar zit ie! Met volle inzoom en scherpstelling tot het het randje is te zien dat het de/een Ruigpoot is. Joep en vooral Jasper hebben moeite met het vinden en middels aanwijzingen als 'blauwe trekker, blauwe bak' en 'het weidepaaltje erboven wijst 'm precies aan!' probeer ik duidelijk te maken waar de rover zich bevindt. Het blijkt te moeilijk, waarna we naar de Schoepikstraat aan de andere kant van de akker rijden. Bij aankomst is er geen spoor meer van de Ruigpootbuizerd te vinden, ondanks dat we toch precies in de lijn van onze oude plek en de blauwe trekker staan. En ook de Buizerds die we net ervoor hier zagen zijn ineens pleitte! Vol ongeloof zoeken we de omgeving af. Niets meer! Leeg!

Het schemert ondertussen behoorlijk als we op huis gaan. Vanaf een afstand zien we dat op de A12 bij Duiven het verkeer richting Velperbroekcircuit langzaam rijdt. Laten we net geen zin hebben in file. We proberen via wat tussendoorwegen bij de laatste oprit voor de IJssel de autobaan op te komen. Wat er in resulteert dat we uiteindelijk met een omweg bij de pont naar Huissen staan. Waarschijnlijk door enige moeheid komen de grappen dat we vandaag leuke soorten hebben gezien 'tussen twee pontjes' boven drijven. Een dertigtal Wulpen staat links naast de kade en vertrekt even later noordwaarts over het kanaal. Doornenburg komt weer langs, Gendt wordt doorkruist en Bemmel laten we links liggen. Ja, die Oude IJsselstreek heeft wel wat.

dinsdag 26 januari 2010

Pauzemoment met Dwerggans

Het is vandaag heerlijk lekker weer met een prachtig koublauwe lucht. Op het SOVON-kantoor kriebelt het dan ook en als de Dwerggans vanochtend weer wordt gemeld, is het plan om 'in de pauze' te gaan zoeken dan ook snel gemaakt. Met z'n vijven, Menno Hornman en Henk Sierdsema in de ene auto, Joost van Bruggen, Fred Hustings en ik in de andere, koersen we rond twee uur de polder in. De plek waar Jan Willem Jonkers en Jouke van der Zee 'm rond tien uur meldden, langs de Sint Hubertusweg, is leeg. Een stuk verder op de Hubertusweg slaan we links de Leuthsestraat in en rijden deze naar het westen uit. Groepjes ganzen die we onderweg controleren hebben geen Dwerggans in hun midden.

Aan de westzijde van de Leuthsestraat, achter de boerderij ter hoogte van de zuidelijke Groenlanden zit een hele grote groep ganzen. We parkeren hier de auto langs de weg en beginnen vanuit de auto de groep af te kijken. Deze groep levert niets op, waarna Joost een kleine dertig meter verder, net voorbij een haag waardoorheen we al ganzen zagen, de auto weer stilzet. Fred stapt uiteindelijk voorzichtig uit en begint geleund tegen de auto vanaf een net iets hoger standpunt de ganzen te bekijken. De ganzen blijken hier geen problemen mee te hebben. Als hij een tijd de groep heeft doorgespit, krijgt Fred de Dwerggans ineens in beeld! Hij is niet makkelijk, zo achterin tussen de Kolganzen. Uiteindelijk hebben Joost en ik 'm gelukkig ook in beeld. Hierna is het een hele toer de gans in beeld te houden. Gebruik makend van herkenningspunten in het terrein, vooral molshopen kunnen in zo'n geval érg handig zijn, weten we 'm elke keer weer te vinden. Af en toe laat de vogel zich tot onze opluchting wat openlijker tussen de groep bekijken. Max van Dongen die toevallig langskomt krijgt de Dwerggans op een groen bedje voorgeschoteld. Ook somt Fred de nodige halsbandringen van Kolganzen op, die netjes met een pen op de hand worden genoteerd. Dat wordt niet vergeten over te schrijven voor de handen worden gewassen straks!

Een voorbijscherend roofvogeltje heeft de kenmerken van een vrouwtje Smelleken, maar verdwijnt toch te snel naamloos achter een haag. Joost vindt nog een Kolgans, die, door z'n witte kolvorm en witte oogring, enigzins doet denken aan een Dwerggans. Een uiterlijk die wel vaker wordt aangetroffen én versleten wordt voor Dwerggans. De 'pauze' is allang voorbij, als we met een korte stop bij de twee adult Wilde en twee Kleine zwanen op de Oude Waal weer naar kantoor rijden. Hier krijgen we te horen dat Menno en Henk nog wel in het veld waren, toen wij de Dwerggans zagen. Wij dachten dat ze al weer naar kantoor waren. Ietwat slordig dat we niet gebeld hebben. Zij hadden langs de Koudedijk dan weer een leuke Roodhalsgans! (Foto Dwerggans Fred Hustings)

zondag 27 december 2009

'Klunen' naar een Grote zee-eend

In het kader van gezellig iets met z'n tweeën ondernemen stappen m'n vriendin Marjanne en ik in de auto. De suggestie te gaan kijken bij een gemelde Grote Zee-eend op de Bijland bij Lobith werd gewaardeerd. De zee-eend, een adult vrouwtje, dobbert al enkele dagen op de recreatieplas en zou voor mijn provinciale jaarlijst een leuk plusje zijn. Binnendoor rijden we naar Doornenburg om daar met het pontje het Pannerdens kanaal over te steken. Langs Herwen komen we bij de Bijland aan. Een eerste stop op de dijk die ik in gedachte had, levert een plas op grote afstand op. 'T is ook al weer een tijdje geleden dat ik hier ben geweest. We rijden verder naar Tuindorp en parkeren hier de auto bij de jachthaven voor een slagboom. Het is heerlijk vies koud. Helaas heb ik vingerloze handschoenen aangedaan, mét vingers had net dat stukje extra comfort kunnen opleveren.

'Ja, we komen op plekken waar je wel met gewone schoenen aan kunt lopen' zei ik thuis nog tegen Marjanne. Want zo heb ik het hier altijd ervaren. Grijnzend staar ik naar een dijk welke zojuist door een kudde buffels onder voeten lijkt te zijn genomen. Van alle plekken op aarde moeten wij dus blijkbaar hier langs. Een eerste blik vooraf over de Bijland levert een man Brilduiker en een vrouw Grote Zaagbek op tussen Kuifeenden, Wilde eenden en Futen. Als in een parodie op 'Komt een vrouw bij', in dit geval Grote zee-eend, 'Kluunt' Marjanne over het 'pad'. Onder de gympen van haar worden door de rivierklei een paar elegante hakjes geboetseerd. Bij mij krult de klei zich om en wurmt zich zo door de aanwezige gaten in m'n bergschoenen naar binnen. Kan me niet indenken dat de Grote zee-eend zoveel bezoek heeft gehad dat de dijk tot blubber is verworden. Hoe dat wel komt blijft een intrigerende vraag. Na een uren durende lijkende steppingstone dans, daarbij te diepe gaten zorgvuldig ontwijkend, belanden we na vijf minuten aan het eind van het dijkje.

Met een beetje beweging was de kou nog wel te harden, nu ik op m'n hurken langs de waterkant zit snijdt de kou naar binnen. Met een ietwat trillende telescoop tuur ik over het kabbelende grijze wateroppervlak. Er drijven verschillende groepjes Kuifeenden, tegen de waterkant aan de overzijde zitten een aantal Tafeleenden in de luwte. Een groepje Grote Zaagbekken zwemt onopvallend rond. Een paar rustige zwaaien heen en weer levert niet de eend op waar ik op hoop. Nog een keer maar alles afkijken. Dan plopt ineens de zwarte eend met witte kopvlek in mijn beeld op. Ja, daar is ze! Kleiner dan ik in gedachte had, dit zal ook mede komen doordat ze zowat helemaal aan de overkant zwemt, een flink eind. De vriendin werpt ook een blik door de telescoop. Ze neemt voor waar aan dat die zwarte vlek' de zee-eend is.
In de Havikerwaard bij Rheden werd gisteren een groep Wilde Zwanen gezien. Laat ik die nu ook nog niet voor de jaarlijst hebben. Marjanne wil ook wel even kijken op de Elterberg, misschien is dit, met dit weer, toch iets meer voor de zomer. Wel rijden we door Elten richting Arnhem. Vlak voor de grensovergangs staat een Grote Zilverreiger langs het water. We genieten van de duitse huizenbouwstijl, het lijkt wel of ze van het begrip 'welstandscommissie' nog nooit hebben gehoord. Dat zal ook bijdragen aan het prachtige chaotische karakter van het dorp. Uiteindelijk belanden we op de autobaan naar Arnhem. Bij de vuilverbranding bij Duiven staat een Grote Zilverreiger langs een sloot. Afslag 3 bij de Steeg voert ons de Havikerwaard in.

Langs de weg foerageren twee Brandganzen met drie Grauwe Ganzen, na een paar honderd meter slaan we links af. Hier waren de Wilde Zwanen gezien. Op een paar groepen Kolganzen, een grote groep Zwarte kraaien en een Buizerd na is het leeg. Geen grote langnekkige stippen in de velden. We rijden de weg helemaal uit, wat voor de brug, die de waard weer uitleidt, wederom een Grote Zilverreiger en een groep van zo'n honderd kramsvogels oplevert. We draaien om en rijden dezelfde weg terug. Niets te vinden wat een nieuwe jaarsoort zou kunnen zijn. Bij een weggetje, welke we op de heenweg zijn gepasseerd, stoppen we. Deze ziet er zo bevroren uit dat we op de heenweg er niet in zijn gegaan. Nu ga ik er lopend in. En het is inderdaad spiegelglad. In het eerste weiland zitten twee Knobbelzwanen, bij een met populieren omzoomt tichelgat verzamelen Aalscholvers zich om de nacht in te gaan.

Een korte wandeling het pad in laat wonderbaarlijk geen enkele vogel zien. Nou ja, de vier overvliegende Kolganzen niet meegeteld dan. Langzaam glibber ik terug en rijden we later de waard uit. Door De Steeg en Velp rijden we naar het Velperbroekcircuit en slaan hier af naar Arnhem. Het valt me op dat er in de open slootjes langs de weg hier en daar paartjes Knobbelzwanen vertoeven. Blijkbaar bevalt dit stekje ze wel. Thuis slobberen we een kom welverdiende erwtensoep naar binnen. Het leukste moment van de dag was toch wel het pontje. Vond Marjanne...

woensdag 6 mei 2009

Noordse Sternen'regen'!

De ochtend was evenals ons plan, niet geheel helder. Geert Lamers en ik hadden andere plannen, maar het roer werd omgegooid na de melding van een Cetti's Zanger bij plas 5 van de Kraaijenbergse Plassen en reden we op 'de Ganzenorgel' aan, een gebied aan de noordzijde van de plas. Het gebiedje ziet er geschikt uit, een klein plasje met aan één zijde wilgjes, een klein beetje riet en meidoorns. Hierin zingen verschillende Tuinfluiters, Zwartkoppen en tjilpen Huis en Ringmussen. Boven het water scheren Gierzwaluwen. Vanuit de bosjes langs het watertje horen we ineens een 'gekke' Tjiftjaf: 'tje tji tje tje'. Zou dit een Tjiftjaf zijn die voor 'Cetti's' is uitgemaakt? Het heeft er wat van weg. Een echte Cetti's krijgen we helaas niet te horen. Om kwart over negen valt een oog van Geert op een laagovervliegende rover. Rustig cirkelt een Zwarte Wouw naast ons. Eerst van ons af, om daarna om te draaien en prachtig langs ons heen naar het noordoosten te vliegen. Geert pikt nog een IJsvogel mee als ik verderop loop te struinen.

Na anderhalf uur zonder resultaat geven we het op. We besluiten te gaan zoeken naar een gemelde Buidelmees in de Roswaard bij Doornenburg. Na stiekem toch een eindje rijden staan we even later bij het omhekte gebied. Het ziet er interessant uit: een plasje, wilgen, riet. Het zou moeten kunnen. De inmiddels aangewakkerde lichte regen kan wel eens roet in het eten gooien, het blijft op enkele Kleine Karekieten na stil. Een formatie steltlopers vliegen snel over, het blijken Goudplevieren te zijn. Een telefoontje van Justin Jansen die bij het Ringselven bij Budel Dorplein staat laat ons volgende plan beginnen. Justin meld namelijk Noordse Sterns, zowel bij hem als op de Strabrechtse Heide zijn ze wederom naar beneden gekomen. Voor ons tijd om een kijkje te gaan nemen bij het Grote Grindgat van Weurt. Een korte stop bij de Waalstrang van Lent levert tot onze leuke verbazing een bijna volledig zomerkleed Kanoet en een Bonte Strandloper op, vooral de eerste is een erg leuke soort voor onze regio.

Op een druilerige en winderige dijk genieten we een tijd van de Kanoet en rijden daarna naar het Grindgat. Ter hoogte van het dijkmagazijn parkeren we de auto en gelijk valt het grote aantal sterns op. Een snelle telling levert zo'n 40 a 50 sterns op. Een goede tweede blik laat tot onze grote vreugde een flinke hoeveelheid Noordse Sterns zien. Ongeveer 35 Noordse Sterns blijken boven het water te dwarrelen. Het werkelijke aantal is wat onduidelijk. Een volgende telling levert namelijk zo'n 60 a 70 sterns op. Soms schroeven de sterns op tot redelijke hoogte, maar wij krijgen niet echt hoogte of er nu groepen hiervan doorvliegen naar het noorden. In ieder geval komen er ook weer vogels naar beneden. We lichten enkele mensen per telefoon in en ik ontdek en passant wederom een Kanoet die aan de overkant van de plas op de oever loopt, vegezeld van een Groenpootruiter.

Bij het Grindgat krijgt Geert een 'piepje' per telefoon: een adult man Roodkopklauwier is zojuist gezien bij Vught! Da's 'in de buurt'. Ach, doe eens gek! Nu meerdere mensen op de hoogte zijn gesteld van de Noordse Sterns spoeden we ons naar de Grobbendonksekooiweg in de Vughtse Cement. Om na drie kwartier rijden tegenover een prachtig adult mannetje Roodkopklauwier te staan! Al snel vliegt de vogel stapsgewijs langs de doodlopende weg naar achteren. Uiteindelijk zien we het mannetje een flinke tijd halverwege een hogere boom zitten. Uiteindelijk besluiten we de vogel met rust te laten en keren huiswaarts.

's Avonds fiets ik wederom naar de strang bij Lent. Er zijn vandaag zoveel stelt en strandlopers over oost Nederland gevlogen, ik hoop ook op nog iets geks. Nu loopt langs de rand van de strang een Kanoet die nog roder is dan de vogel van vanmiddag en een ander exemplaar betreft. Niet gek, aangezien er 's middags hier twee werden gezien. Met een 'je weet nooit' gedachte kijk ik over de Waal en krijg zowaar een stern in beeld die laag over het water naar het westen vliegt. Snel kijk ik waar de vogel heen gaat en krijg zo nog negen sterns in beeld. Het zijn alle Noordse! Vlak voor de Waalbrug cirkelen ze omhoog en verdwijnen over Lent naar het noorden. Wat een spektakel vandaag! Een Paapje vormt een leuk extraatje bij de strang. Een plevier 'spec.' speert snel over me heen. Het is een grotere, maar ik pik de vogel pas boven me op en is al snel uit zicht. Gevalletje 'jammer'.

Een snel en uiteindelijk toch nog ver fietsrondje door de Ooijpolder, tot aan de Kaliwaal en weer terug, halverwege de avond levert nog diverse Bosruiters, twee Watersnippen, Groenpootruiters, een vrouwtje Bruine Kiekendief en een roepende Roerdomp bij Tiengeboden op.
Ongeveer vijf en veertig Noordse Sterns op één dag in het werkgebied zien laat een wel erg grote indruk op me achter. In bed zie ik nog het beeld van al die krioelende sterns boven de plas voor me. Gevolgd door het groepje van tien. Op weg naar het hoge noorden.

zondag 19 april 2009

Dagje veld eindigt met Velduil

Zes uur. M'n wekker gaat af. Ik doezel nog wat en spring er dan uit. Altijd weer gevaarlijk met een hoogslaper. Koffiezetapparaat aan, spullen klaarzetten en bammetje maken. Na een half uur ben ik klaar en wacht op Jouke van der Zee, die me zo komt oppikken om naar Princepeel te gaan waar al een paar dagen een Velduil is gemeld. Ik kijk op de klok thuis: 5:42. Huh? Wat is hier gebeurd? Blijk ik het afgaan van de wekker gedroomd te hebben en ineens nog flink wat tijd over te hebben. Op Waarneming.nl kijk ik of er gisteren nog iets leuks is gezien waar we eventueel nog heen zouden kunnen en wandel om de tijd te doden een klein rondje in m'n buurt. Dit levert in ieder geval alvast een overvliegende Sijs naast m'n huis op.

Om kwart over zeven rij ik met Jouke naar Princepeel. Bij Haps zitten Roeken langs de weg, altijd leuk voor de daglijst en even later parkeren we de auto op de veldweg waar we moeten zijn. Veel Gele Kwikstaarten, zingende Veldleeuweriken, Kieviten, een drietal Grutto's en twee Wulpen vullen ons lijstje. Jouke vind nog een man Roodborsttapuit. Maar geen Velduil. We wachten zo'n tweeënhalf uur zonder een uil en vermaken ons met het maken van foto's van de Gele Kwikstaarten. We hebben nog wat tijd en besluiten naar het Nieuwe Heerenven op de Hamert te gaan.

Bij 'het hek' aan de Heerenvenweg maken we halt en kijken over het ven. Het is 'rustig': een zestal Zwarte Ruiters, enkele Groenpootruiters, Kleine Plevieren en een Kemphaan weten we aan steltjes in het tegenlicht te determineren. Vanuit de bosjes klinken Gekraagde Roodstaarten, Koekoek, Boompieper, Fitis en Grasmus. Een Kleine Bonte Specht roffelt links in een bos en recht tegenoverons roept een Zwarte Specht. Huiselijke zaken zorgen er voor dat we terug naar Nijmegen rijden. We maken een principeafspraak voor het begin van de avond om wederom de Velduil te proberen. Later op de middag maken we hier half zes van.

Thuisgekomen fiets ik snel een rondje over de stuwwal bij Berg en Dal en door de Ooijpolder. Op beide plekken is het rustig, op de stuwwal tikt een Appelvink en tot de Erlecomse Waard kom ik weinig bijzonders tegen. Dan vliegt binnendijks een roofvogel in glijvlucht naar het oosten. Zwarte Wouw! Dat is dan wel weer erg leuk. Bij de Erlecomse Waard kom ik Mark Wilkinson tegen, die me wijst op twee Oeverlopers, een nieuwe jaarsoort. Een paartje Kleine Plevieren is nog steeds aanwezig, een Groenpootruiter speelt verstoppertje, maar loopt later toch m'n telescoop in. Bergeenden en Tureluurs lopen de kantjes er van af. In de Waal dobbert een adult Grote Mantelmeeuw, op het strandje er voor staat een club Wulpen. Peter Hoppenbrouwers maakt even een korte stop en fietst later door.

Na met Mark afgesproken te hebben 's avonds mee te gaan ga ik vlak na Peter ook door richting huis. Langs de Waal ter hoogte van het dorp hoor maakt het gebrabbel en gezang me attent op een mannetje Blauwborst. Opmerkelijke locatie, ze lijken nu 'overal' in de Ooijpolder te zitten. Via de Hezelstraat en de Oude Waal kom ik aan bij de ijskraam op de dijk ter hoogte van de weg naar de Vlietberg. Hier staan Harvey van Diek en vriendin en Peter weer. In de korte stop die ik ook even maak hou ik de lucht contstant in de gaten, die Gierzwaluwen waar ik de hele dag al op hoop moeten toch een keer langskomen. Wat een drietal dan ook binnen een paar minuten doet. Heerlijk die zwevende halve maantjes door de lucht. Vanaf de ijscoboer('in' eigenlijk) horen we iets verderop in een rietsloot binnendijks een Blauwborst zingen, een nieuwe locatie dit voorjaar voor me. Gaat lekker met die soort! Mark komt ook aanfietsen maar mist ze net. Samen fietsen we een eind op. Thuisgekomen regel ik nog het één en ander, gooi een hap eten naar binnen en hoef dan nog maar even te wachten tot het half zes is.

Mark komt iets voor half zes bij me en niet veel later pikt Jouke ons op, zodat we rond zes op de inmiddels bekende plek staan. We zijn de eerste mensen en wachten op wat komen gaat. Gisteren vloog de uil al vroeg, hopelijk nu weer. Er komen meer mensen en met een babbel en genietend van de zingende Veldleeuweriken brengen we de tijd door. In een veld achter ons horen we jonge Kieviten, later zien we er één over een akker ploeteren. De drie Grutto's blijken er vier te zijn en de Gele Kwikstaarten vliegen nog steeds actief rond. Een noordwestwaarts vliegende valk blijkt m'n eerste Boomvalk voor dit jaar te worden. Nog meer mensen, voornamelijk van de Vogelwacht Uden, arriveren, maar van de uil nog geen spoor. Een dikbuikige valk vliegt stevig door naar wederom het noordwesten en blijkt een man Slechtvalk te zijn. Iets later volgt een Torenvalk dezelfde weg. Twee Wulpen maken een rondje over de velden.

De Veldleeuweriken zingen stevig door. Verder niets van iets wat lijkt op waar we voor staan te wachten. Rond kwart voor negen geven we het op. We gaan. Ik weet niet waarom, maar kijk tijdens het wegrijden in m'n telefoon of ik het nummer van Carel van de Sanden heb. Een voorgevoel? Nagenietend van een zwoele lenteavond, maar toch lichtelijk teleurgesteld rijden we naar huis. Net op het moment dat we Mill binnen rijden gaat m'n telefoon, het schermpje laat de naam 'Carel' zien. Aiaiai, zul je het hebben. 'Hij vliegt nu net op!' krijg ik te horen. Krijg nou wat! Resoluut draait Jouke de auto om en spoeden we ons terug.

Het is inmiddels behoorlijk gaan schemeren, maar als we op de veldweg aankomen blijken de mensen van net er nog te staan. Terwijl ook zij net het plan hadden te vertrekken, vloog de Velduil ineens op. Precies waar we stoppen wijst Carel naar een akkerrand bij een sloot. Ik zie het bruine koppie al en niet veel later kijk ik in het serieuze witte gezicht van de Velduil. Zie ik daar een lichtelijke grijns rond z'n snavel? 'Gotcha!' hoor ik 'm denken. Het avondlicht verdwijnt van het gezicht van de uil en hij verwordt tot een bruin propje in het veld. Jouke weet toch nog enkele leuke plaatjes te maken. Vlak voor we wegrijden 'schrik' ik nog even van iets rechtopstaands in het veld. Zou het? Het blijkt een klein paaltje te zijn. De stopactie levert nog wel twee heimelijke Patrijzen langs de rand van een akker op. Behoorlijk opgelucht dat de avond toch nog geslaagd is rijden we naar huis. Een heerlijk eind voor een geweldige dag in het veld.

vrijdag 10 april 2009

Een rondje inventariseren en daarna een uitspattinkje

Gistereren geëindigd met een opkomende maan, nu met een lekker opkomend zonnetje. Vanochtend was het weer ouderwets gezellig. In die zin dat ik de wekker een tets gaf voor ie mij met volle overgave kon wekken. De meeste inventariseerders weten hoe het dan verder gaat: bammetjes smeren, kopje kof (of thee) zetten en ondertussen de benodigde spullen in een rugzak douwen. Nog eens een keer alles checken: veldkaarten mee, pen, extra pen, noodgevalletje potlood (mocht het gaan regenen, dan loopt inkt uit...), kijker, telescoop en tegenwoordig ook camera.
Dan rap op de fiets richting Paardewei. Ik neem de weg langs de Vlietberg en pik zo mijn eerste zingende Grasmus van dit jaar mee. Later op de dag zit de vogel er nog steeds en weet ik wat geinige fotootjes te schieten. Om 6:30 kom ik op de Paardewei aan. Ondertussen zingt alles al lekker behoorlijk, maar de soorten die ik tijdens deze ronde in de gaten moet houden zijn nog niet volop aanwezig, het is te overzien...
Ik heb net een klein struintochtje door wat bosjes langs een watertje achteraf gemaakt als ik weer op een open weilandje kom en een bekend geluid hoor: 'tsjoktsjoktsjok'! Vlak voor me uit schiet een Beflijster geschrokken een boompje in waar hij zich mooi laat bekijken. Na een minuut vliegt de Kransmerel op en gaat in een hoge boom langs de dijk zitten. Ik vervolg mijn ronde en loop via de wildovergang bij de Bisonbaaistrang weer westwaarts over de weg, om daar weer de uiterwaard in te steken. Een Sperwer schiet een bosje in, een paar Kneutjes zoeken snel een veiliger heenkomen.

Langs het boerenpad achter de Bisonbaaistrang zit een man Roodborsttapuit op het prikkeldraad, een man Graspieper voert zijn baltsvluchten uit. Op de kleine plas hoor ik Zomertalingen 'krekken', afkomstig van vijf mannetjes langs de waterkant. Af en toe een soort op de veldkaart noterend loop ik naar de ruigte achter de Bisonbaai. Een Grasmus laat z'n zang horen, Graspiepers schieten heimelijk tussen het gras door. Een stuk voor me uit vliegen zwarte en bruine vogels op: weer Beflijsters! Nu tel ik er zeven en weet wat plaatjes te schieten.

Op het Waalstrandje blunder ik tegen mijn eerste Tapuit van dit jaar aan. Het vrouwtje zit, Tapuiteigen, vaak op hogere uitkijkpuntjes zoals een steen. Na een zomers broedonderzoek naar deze soort in 2007 in de duinen van Noordholland kijk ik heel anders tegen deze schitterende soort aan. Als een soort met een bepaald karakter waarbij ik het gevoel heb dat ik ze nu wat beter begrijp. In ieder geval geniet ik met volle teugen.

Aan de zuidkant van de Bisonbaai loop ik over het houten bruggetje weer naar de strang aan de westkant. Naast Futen, Kuifeenden en een enkele Smient tref ik ook een vrouwtje Mandarijneend aan op de baai. Een Braamsluiper kleppert vanuit het struikgewas en de roepende Boomkruiper noteer ik op de kaart. Verderop steek ik de 'wildwissel' op de Oooijse bandijk over en slenter de Paardewei weer op. Halverwege zie ik een drietal vogels opvliegen ter hoogte van de Staatsbosbeheerboerderij. Een blik door de kijker levert mijn volgende drie Beflijsters op. Het houdt niet op vandaag! Mijn tweede, eveneens naar maatstaven vroege, Nachtegaal zingt uit volle borst langs de Langstraat.

Ik maak nog een rondje over de Paardewei en weet zo nog een Groene Specht voor de inventarisatieronde te pakken. Daarna pak ik mijn grote held, de fiets en ga op weg naar huis. Want vanochtend kreeg ik een sms van Jos van Oostveen. Of ik nog mee wilde naar de Spaanse Mussen in de Eemshaven. Na een afweging, ik wist niet precies hoe lang de inventarisatie nog zou duren, heb ik ja gezegd. Dit natuurlijk ook na een gesprek met m'n vriendin, incluis mijn bedelende blik van 'ik zou zó gráág...'

Uren later sta ik dus in de Eemshaven. Ja, zo kan het verkeren. Bij aankomst staat er al een rijtje auto's, de inhoud loopt verspreid over de weg. De mussen zijn echter al zeker een uur uit beeld. Maar ik heb geduld, enigzins gevoed door een luiheid die ik heb opgebouwd na een vroege en actieve wandelochtend. Ik vermaak me met een man Gekraagde Roodstaart die in de buurt verblijft en bekenden die er ook zijn. Ik hoef ik practisch alleen op mijn statief te leunen en te wachten op geluiden als: 'HIER!'. Wat (gelukkig!) ook vrij snel gebeurd. Iemand heeft de mussen ontdekt langs een stenen kade. Met de aanwezige mensen sprinten we er heen. In de drukte van de mensen zet ik de kijker voor de ogen en zie zo meerdere mooi getekende mussen in de kijker verschijnen. Even later gaan ze even op een reling zitten, om daarna weg te vliegen.
In de uren erna krijgen we de mussen nog een paar keer dichtbij in beeld, onder andere een luid tsjilpend mannetje, zittend op het prikkeldraad van een hek. Waarna het mooi is geweest. Ergens in Groningen wordt in een wel erg troosteloos winkelcentrum, die van Lewenborg, een avondmaaltijd bij elkaar gekocht, iets met vet van de friettent en drinken van de Coop. Halverwege de rit naar huis val ik een paar keer in een dommelslaap. Ja, het was best een indrukwekkende dag. Wat rest is de vraag hoe ik op een verjaardag uitleg dat ik voor 'een mus' naar de Eemshaven ben gegaan. Misschien maar niet...

zaterdag 28 februari 2009

'Well' done

We hadden een ander plan. Maar plannen horen op z'n tijd gewijzigd te worden. Zodoende togen Geert Lamers en ik niet volgens plan naar het hoge noorden van ons landje, maar rijden juist zuidwaarts. In het nieuwe natuurontwikkelingsgebiedje bij Linden, onderdeel van de Kraaijenbergse Plassen krijgen we na een korte zoekactie de hier al een tijd rondhangende Krooneendman in beeld. Iets verderop, aan de andere kant van de weg, dobberen op plas 8 een tweetal van de eveneens al geruime tijd aanwezige Toppers.

Om 13:28 krijgen we een sms van Rob Voesten: 'eerste winter Zwartkopmeeuw bij Well aan de kade'. Well, daar maar naar toe dan hé! Als we er aankomen zit Rob er al weer: hij moest er even tussen uit voor een voetbalwedstrijd. En dat is te zien ook! In trainingspak, voetbalsokken en in gympen zit hij op een krukje kaas vanuit een vuilniszak te strooien. Hiermee lokt hij meeuwen, zodat hij de ringen af kan lezen. En de nog steeds aanwezige, zeer gretige Zwartkopmeeuw maakt er ook dankbaar gebruik van. Wat weer prachtige beelden oplevert van deze meeuw op slechts een paar meter afstand van de aanwezige vogelaars.

We krijgen een belletje: Kraanvogels komen ongeveer onze kant op. Nu moeten we ook nog eens de lucht in de gaten houden. Gespannen turen we in de richting waar ze vandaan zouden moeten kunnen komen. Weer iets later een telefoontje vanaf de Hamert: vier Kraanvogels aan de grond op het Nieuwe Heerenven! Dát willen we natuurlijk ook wel zien, en de aanwezige vogelaars springen in de auto, zich opmakend voor een mooi schouwspel. Helaas gooide een overvliegende groep Kraanvogels roet in het eten, door de ter plaatse vogels mee te trekken. Bij aankomst dus geen Kraan meer te bekennen. Nu het hele Wellse clubje hier staat, kunnen we net zo goed wachten of er misschien meer over komen. Dit levert wel sferische plaatjes van een Nieuw Heerenven die de nacht ondergaat. In de verte horen we vier Bosuilen de dag afsluiten en is het tijd huiswaarts te gaan. Zwaar nagenietend van een lekkere dag rijden Geert en ik terug.

De volgende dag zet ik verkeerd in, blijf thuis en mis zo zo'n slordige 1100 Kraanvogels over de Hamert. Ai!

zondag 15 februari 2009

Een dagje lande rijen

Gisteren werden twee Roodhalsganzen ontdekt in de buurt van de Leemput bij Milsbeek. Meestal dwaalt er elk jaar wel een enkeling of aantal door het werkgebied van de VWG Nijmegen, maar twee bij elkaar is een buitenkansje. Met Geert Lamers rij ik 's morgens er naar toe en al snel vinden we langs de Biezendijk de op zich kleine groep Kol en Toendrarietganzen waar ze in zouden moeten zitten. Al snel ontwaren we rode vlekjes in het grauwe grasnoeiende gekrioel. Naast elkaar lopen de twee door het weiland, geen moment wijken niet van elkaars zijde, wat zou kunnen duiden op een paartje. Later voegen Rob en Henny Gorissen, Jouke van der Zee en Jan Hartog zich bij ons en lange tijd bewonderen we deze prachtganzen.

Geert en ik besluiten daarna naar de eveneens gisteren bij Tuindorp gemelde Kleine Rietganzen te gaan zoeken. Vanaf de Veenweg ten noordwesten van Tuindorp vinden we de grote groep Toendrarietganzen waarin ze zaten. Er waait een frisse wind, het gaat wat moeizaam om over deze afstand goed de telescoop stil te houden en er doorheen in het doffe licht de grijze ruggen van de Kleine Rietgans er uit te pikken. Uiteindelijk weten we ze te vinden. Eerst één, en dan verderop een tweede. Ook een Casarca blijkt rond te banjeren. Via een omweg bereiken we de andere kant van de groep en hoewel het nu is gaan regenen zitten we íets dichterbij. De Kleine Rietganzen blijken nu alledrie bijelkaar te lopen. Hoewel de afstand niet zo heel groot is, zorgt de sombere lucht en de regen voor slechts een 'duidelijke glimp'. Desondanks is het erg leuk om eens drie Kleine Rietganzen in een groep van ongeveer 3500 Toendra's in de regio te zien.

Bij plas 5 van de Kraaijenbergse Plassen treffen we de op dat moment practisch gegarandeerde Kuifduiker aan. Zo'n 21 Brilduikers, 21 Brilduikers en een Pontische én Geelpootmeeuw hangen in de buurt rond. Hierna rijden we naar Princepeel, waar al een tijd een groep Kleine en Wilde Zwanen zich tegoed doet aan het groene gras. Vooral de Wilde Zwaan is een bijzonderheid in ons werkgebied.

Nu we toch in deze hoek zijn besluiten we nog even door te rijden naar de Reekseweg bij Landerd, waar op een klein perceeltje al een tijd een tweetal Kraanvogels verblijft. Soms zijn de vogels al dan niet langere tijd weg en lijken dan iets noordoostelijker, bij de Graafse Raam rond te hangen. Althans, in dezelfde periode wordt hier ook een aantal keer een tweetal Kranen gemeld. We zijn de scherpe bocht in de Reekseweg nog maar net door en kijken terug op de akker, of we zien ze al lopen. Ze laten zich prachtig bekijken terwijl ze zich opvetten met resten op de maisakker. Een waardige afsluiter van een mooie dag!

donderdag 1 mei 2008

Waar zijn de mensen vandaag niet heen? Daar gaan wij heen!


Vandaag als een afstotende magneet zo ver mogelijk van Nijmegen-centrum ons werkgebied ingeslingerd, hopend op andere massa's dan de menselijke. Dus stond ik vanochtend met Jouke van der Zee bij het hek aan het Nieuwe Heerenven. Hier geen topdrukte, maar een bescheiden feestje met dertien Kemphanen, twee Kleine Plevieren, een zevental Groenpoten, een Nachtegaal en een Gekraagde Roodstaart. Een jagende Blauwe Kiekendief werd opgepikt boven het grote heideveld.Langs de Twistedenervenweg hoorden we onze eerste Wielewaal voor dit jaar. Een mannetje Goudvink en Bonte Vliegenvanger en enkele Gekraagde Roodstaarten zongen ons toe als waren we koningen, een overvliegende Appelvink had andere gedachten hierover. Een man Kleine Bonte Specht liet zich alleen horen. Bij het bramenveld een drietal Roodborsttapuiten, waarvan twee mannetjes elkaar niet echt konden verdragen. De eerste opstootjes vandaag.

Ook gebruikelijk op een dag als deze zijn telefoontjes als 'waar zit jij?'. Ik had de auto van Geert Lamers al zien staan, dus even peilen waar hij uit hing. Dat bleek in de buurt, maar we zouden net langs elkaar heen lopen. Een belletje later zorgde voor een afspraak op de trektelpost, hij met de auto er heen, Jouke en ik met de benenwagen. En dat was nog wel een wandeling, gelukkig werd deze opgeleukt met Zwarte Mees, Gekraagde Roodstaart en Bonte Vliegenvanger en in de buurt van de telpost een drietal prachtig volwassen mannetjes Tapuit. Jouke wilde deze digitaal vastleggen, zodat hij kruipend verder ging en ik de Dikkenberg opstiefelde. Geert was er al, en zowaar ook Paul Gnodde. Het enige wat goed noordwaarts trok was de wind. Na een tijd kwamen er een aantal roofvogels de lucht in, voornamelijk Buizerds. Een man Bruine Kiekendief trok juist zuidwaarts, een Zwarte Specht trok nergens heen, en stak alleen het heideveld over. De Blauwe Kiekendief lummelde rustig over het heideveld voor de berg, terwijl de Koekoek aangaf dat de tijd langzaam vooruit ging. Jouke wist tijdens het besluipen van de Tapuiten trouwens ook nog een man Paapje vast te leggen.

Na bij onze auto afgezet te zijn door Paul reden Jouke en ik naar het Eendenmeer op de Bergerheide, in de volle verwachting een leuke Geoorde Fuut te kunnen platen. Bij het ven aangekomen vlogen op een T-splitsing van paadjes een aantal vogels op, waaronder een smalle, kleine lijster met een duidelijke rugstreep. Draaihals! De vogel ging in een boompje zitten, maar alleen een paar kleuren en de typische houding waren zichtbaar. Jouke trachtte zo snel mogelijk zijn apparatuur in de aanslag te brengen, ondertussen verplaatste de vogel zich naar een den en ging iets onder de top zitten. Nu kreeg ik de vogel redelijk mooi in beeld. De bandering was goed zichtbaar. Ik wrong me in allerlei bochten om door de takken heen te kunnen kijken, langzaam en bedaard lopend, om even later dezelfde houding als de vogel aan te nemen: stil en bewegingsloos staarden we naar elkaar. Als ware het Beatrix (oké, twas leuk, mensen gezien, spelletje gedaan, snel door naar de volgende locatie) vloog de Draaihals naar een andere boom, waar we de vogel uit het oog verloren.Verbluft, beetje balend dat Jouke de vogel niet in vol ornaat had mogen zien, liepen we richting het watertje van de Geoorde Futen. En weer terug: rugzak vergeten, en weer verder.

Bij het ven geen fuutjes. Een paar Waterrallen gedroegen zich als een enthousiaste menigte en gilden er op los, een Blauwborst deed z'n voordracht. Een Wintertaling had zich verkleed en wij konden niet zo snel thuisbrengen waarin: de vogel leek een kruising tussen een man en een vrouw Wintertaling (groene oogstreep, bruin lijf), maar had ook een merkwaardige beige wangvlek. Kruising met het één of ander? Hierna togen we toch nog weer even naar de ontdekplek van Beatrix, maar ze was verder. Wel zat op een afstand een man Tapuit op een schraal heideveldje. Een tweede vraag die bleef hangen in ons hoofd was een raar lachend geluid vanuit het ven. Het klonk als een kruising tussen het hinniken van een Koekoek en een Dodaars, een soort traag lachende triller. We dachten aan de baltsroep van de Geoorde Fuut, maar moeten het antwoord schuldig blijven.Bij de Haart bij Beugen was blijkbaar wel alles de stad in gegaan: geen Noordse Kwikstaart of steltlopers. Een paar Gele Kwikstaarten, een twintigtal Witte en wat stoere mannen Grasmus zaten op het natte weiland en langs het pad. Twee Visdieven kwamen kijken of er op deze vrijmarkt nog wat te halen was, een IJsvogel riep vanuit een struik langs een beek. Hierna sloten Jouke en ik deze 30 april af als een gezellige, maar rustige feestdag.

woensdag 5 maart 2008

Tussen regenbui en zonnestraal past altijd een leuk verhaal

Het plan van Jan Hartog en mij was wat 'verder' in het land op excursie te gaan. Verwachte weersverwachtingen doen ons anders besluiten en zo sluiten we rond half negen het autoportier bij de nieuwe afgravingen aan de Ewinkel bij de Kraaijenbergse Plassen. We worden vrolijk begroet door een zingende Tjiftjaf. Dat stemt ons gelijk zonnig en doet wensen naar meer zomervogels. So you wish...Niet veel later ('goh, een Kleine Plevier of zo zou leuk zijn'), wordt de aandacht getrokken door een vogel op een zandhoopje: Kleine Plevier! Volgens de fenologiestatistieken in ons waarnemingenscherm één der vroegste, zoniet dé vroegste tot heden in ons werkgebied. Een Tureluur vliegt fluitend over. Hoezo hagelbuien?
KBP-5 is akelig leeg. Een Brilduiker, drie Bergeenden, wat Kieviten en een paar Tafeleenden en Kuifeenden kruipen door het telescoopbeeld. Langs de Maas ten noorden van Linden foerageren zestig Wulpen op een wit achtergrondje van 21 Knobbelzwanen. Één van m'n weinige Kneuen dit voorjaar vliegt over. Via Gassel rijden we naar de Tongelaar. Op een akker langs de weg Broekkant hangt een groep van zo'n tien Veldleeuweriken rond. Twee ervan zingen biddend hun zomerhit, melodieus ondersteund door een zingende Geelgors. Zo'n veertig Kramsvogels tsjakken over het bos. Een korte stop op een bruggetje over de Lage Raam levert niet directe de gehoopte IJsvogel op. En net als je weg wil rijden: túúrlijk.
Langs de Uilweg bij het grindgat De Kuilen eerst één Geelgors op een ruige akker, later komen er nog zeven uit de bomen omlaag. Prachig die gele 'kupkes'! Alles moet natuurlijk op de vlucht voor drie overpendelende Buizerds. Via een kleine ingang aan de Valkweg wandelen we naar het grindgat. Het vrouwtje Topper is vlot gevonden in een klein groepje Kuif- en Tafeleenden, twee Scholeksters staan er voor op een pijpleiding en iets verder staan er nog eens twee op een vierkante plastic boei. Bij de eenden zwemt nog een merkwaardige eend, welke strak weigerde de kop uit de veren te doen. Ook als soms alles verschrikt de kop opricht, de eend was ver heen. Thuis laten vergelijkende foto's zien dat het toch de hier eerder door John van Zuijlen ontdekte Krooneend betrof. Aan de westkant van het grindgat trippelt een Oeverloper langs het water, bij een groep van acht Scholeksters kwikt een witte staart.
Het idee om naar de Ullingse Bergen te gaan laten we varen op het water welke later met bakken naar beneden komt. Onze redding, u leest zo waarom. Op de plas De Vilt bij Beugen zwemmen minimaal zes paar Fuut, drie Wintertalingen en een paartje Krakeend. Op een ondergelopen weiland bij De Haart lopen twee Scholeksters, twee Witte Kwikstaarten, vier Brandganzen en twee Bergeenden. Lange tijd geleden dat ik hier was geweest, maar wat een prachtplek!'De laatste keer dat we hier waren hadden we geen Klapekster', zeggen Jan en ik nog tegen elkaar. Ik ben de auto half uit, of ik zie 'm al boven in de top zitten bij de haagjes bij de Leemput van Milsbeek. Schitterend! Later vliegt de vogel meer rchting de zandput en voert hier een korte aanval uit op een Koolmees, die snel de dichte bosjes indook. De tweede Tjiftjaf voor vandaag zingt uitbundig tussen de meidoornbloesems, een groep Koperwieken zingt verderop uit volle borst. Twee Grote Lijsters doen mee vanaf een heideveldje langs de grens in het Reichswald. Dat gaat voortreffelijk!
Eindje wandelen dan maar op de Jansberg, lekker weertje er toch voor? En potverdriekacheltjes! Terwijl we net aan de Zwarteweg het bos zijn ingelopen zie ik een specht aan komen vliegen, de éérste specht. De vogel gaat net half achter een boom zitten, een roze broek is echter voldoende om naar Jan te juichen: 'Middelste bonte!' YES! Vlak daarna laat de vogel zich prachtig bekijken. Het, zo te zien, mannetje wordt behoorlijk getreiterd door twee Grote Bonte Spechten, wat er voor zorgt dat de vogel geheel vrij op zo'n meter boven de grond vlak voor ons komt zitten. Jan weet enkele platen te kieken en ik kan m'n geluk niet op. De derde Tjiftjaf voor vandaag zingt aan de noordkant van het bos.
We lopen een rondje langs de drie Bosvijvers in een atmosfeer van opvallende stilte, enkele Glanskoppen zingen uitbundig, daar blijft het bij. Elke specht wordt bekeken, elk klopje onderzocht. Aan de noordkant van de vijvers hoor ik een opvallend, maar zacht 'Kro'. Mmm, klinkt als Raaf. Zou ook een krakende boom geweest kunnen zijn. Tussen de boomkruinen door speur ik toch maar de lucht af. En daar vliegt ie! Een grote zwarte vogel met wigvormige staart flapt richting Reichswald, gevolgd door een tweede. Ik kan de vogels een tijd volgen en zie nog net hoe één van de vogels een prachtige stuitervlucht inzet, om daarna omlaag te duiken. Weer aanbeland op het bospaadje langs de Diepen ontwaren we een Grote Zilverreiger in een moerasig stukje in de Diepen, de andere kant levert tot onze verbazing weer de Middelste Bonte Specht op, nu zo'n 100m westelijker opgeschoven.

Met een grote grijns verlaten we het bos. In de hoop nog weer een glimp van de Raven op te vangen rijden we langs de Holleweg naar Groesbeek. De enige vogel die we in de lucht er uit pikken is een hoog noordwaarts glijdende Ooievaar. Via Kranenburg koersen we naar de Sint Hubertusweg bij Beek en draaien de Ooijpolder in. Langs de Persingensestraat weinig, langs de Kouwedijk een leuk aantal Kieviten, helaas zonder enig Goudplevier. Een deken van Kol- en Grauwe Ganzen ligt in de hoek Kruis-/Hezelstraat, niet veel later vindt een boer het nodig deze eens goed op te kloppen, zodat ook de veertig Brandganzen ertussen mee omhoog gaan. Een kekkerende man Havik vliegt door de Groenlanden.
De lucht betrekt nu behoorlijk serieus en onder dreiging van sneeuwwolken bekijken we bij de Oude Waal de slikplaten. Een groep Grutto's foerageert tussen de ruigte, alleen een overduidelijk baksteen rood en gestreepte Grutto iets verder gaat als IJslandse de notities in. Ik ben blij met m'n eerste twee werkgebied-Tureluurs vooraan, nog blijer word ik van het groepje van minimaal zes achteraan. Ze zitten ver weg, het exacte aantal is moeilijk vast te stellen. Een tiental meters rechts ervan waadt een Grote Zilverreiger door de hoge ruigte. Drie Watersnippen, toch weer die onvermijdelijke Kleine Rietgans, vele Pijlstaarten en Slobeenden en een leuk aantal Bergeenden vormen het einde van een geweldige, zonnige dag. Maar door het wegvallen van de zon wordt het nu wel vies koud op de dijk. Tijd om te gaan. En het zonnige humeur: dat gaat mee naar huis!