Posts tonen met het label Landelijke excursies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Landelijke excursies. Alle posts tonen

dinsdag 11 juni 2013

Grauwe Fitis, Roodmus en Orpheusspotvogel: er spookt heel wat rond in de Kop van Limburg...

Had het navigatiesysteem 'Hummer' geheten, en ik bestuurder van zo'n gelijknamig stuk blik, dan zou ik zeer in m'n sas zijn met deze routeplanner. Met een sierlijke boog draaien wij over een zo te zien nieuw aangelegd stuk asfalt naar links. Het navigatiesysteem gaat letterlijk en figuurlijk van het padje af, en crosst rechtdoor onbekend groen terrein in. Af en toe licht een stippellijntje op: wanhopige pogingen van TomTom weer aansluiting te krijgen bij de dichtstbijzijnde weg. Geen idee of het komt door het staren naar dat stippellijntje, we blijven gewoon doorrijden, de A74 af. Het kwartje valt erg traag wanneer er teksten en plaatsnamen in het Duits langs de autobaan opduiken. Shit, we rijden Duitsland in! En het voelt niet als een binnendoorweg. De eerstvolgende ausfahrt er af: gütentag Kaldenkirchen. De trend voor vandaag lijkt gezet: iedere locatie die vandaag werd bezocht kende een gedwongen koerscorrectie. Na vertrek om zeven uur bij het huis van Joost van Bruggen, zouden we een uur en vier minuten later in de Romeinenweerd bij Venlo moeten arriveren. In de ochtend van 2 juni ontdekte Herman Smits hier een zingend mannetje Grauwe Fitis en nu al negen dagen legt deze luid lonkend naar een vrouwtje een parcours door de boomtoppen af. Dat we er nu een half uur langer over doen maakt op al die dagen eigenlijk ook geen bal uit.

De auto gaat op een parkeerplaatsje aan de rand van het gebied op slot en tegen half negen lopen Matthias Koster en ik langzaam de weerd in. Joost is iets vergeten en loopt terug naar de auto. Voor hij weer bij ons is, horen we de Grauwe Fitis al zingen. Thuis was natuurlijk de zang weer ingeprent, in het veld is het mijn tactiek de oren te sluiten voor alle bekende geluiden, om zo die afwijkende er uit te pikken. Al snel komt de fitis ook in beeld, hoog in een wilg. De kenmerken zijn net allemaal aardig gezien, of het zangertje is al verder het gebied ingetrokken.
Met z'n zang verraadt hij z'n nieuwe plek, een stukje noordelijker. Over een dijkje tussen de plas in het gebied en de Maas huppelen wij er achter aan. Met lichte verbazing kijk ik naar het grote verschil in waterstand tussen de Maas en de plas in het gebied, de Maas ligt zeker een paar meter lager. 
Joost en Matthias zijn al vooruit gelopen, kuierend en luisterend -die IJsvogel ontging me niet- neem ik dit nieuwe gebied in me op. Aan de overkant van de Maas klinkt de kerk van Tegelen.  En sluit me mooi op tijd weer aan: de fitis zit vrij in beeld, zingend vanaf een uitstekend takje in de top van een boom. Blijkbaar een favoriete zangpost, minutenlang is laat hij zich door de telescoop geweldig fraai bewonderen! 

Een aantal keer duikt ie een meter omlaag de kroon in, zingt hier korte tijd, om vervolgens de toppositie weer in te nemen. Door het goede licht is het met enig inzoomen nét of hij vlak voor je zit. De markante wenkbrauwstreep en het opvallende vleugelstreepje zijn goed te zien: kenmerken die altijd een kick geven wanneer je een zangertje met zulke details in het kleed ontdekt. Tientallen foto's en enkele filmpjes vullen de geheugenkaarten van onze telefoons en camera's. 
Gelukkig neemt de fitis het initiatief en verdwijnt ineens noordwaarts. Anders stonden we er nu nog, zo heerlijk is het kijken naar dit zingende mannetje. En zo tegen negenen is het ook voor ons tijd om verder te trekken. We starten de auto. En remmen weer: we zijn aan de De Berktweg in Hout-Blerick voor Europese kanaries. Slechts een kilometer van de Grauwe Fitis duw ik de voorstoel voorover en kruip van de achterbank af. Gelijk is de 'slecht geoliede derailleur' van de kanarie te horen. Of de 'draaiende stok in de glasbak'. Ezelsbruggetjes voor deze soort onder vogelaars.

In eerste instantie twijfel ik, het is niet helemaal de zang die ik ken van de kanarie. Deze lijkt monotoner, waardoor de gedachte aan misschien een gekke Koolmees me van de wijs brengt: 'hoor je een gek geluid, en kun je het niet plaatsen, maak er dan maar een Koolmees van', zo leerde ik ooit. Een kleine vijftig meter verder in de straat zingt een tweede man, die zich leuk laat bekijken en fotograferen, alvorens verder te vliegen. Thuis zie ik op een foto dat het mannetje geringd is. Matthias en ik lopen er achter aan en maken zo een korte wandeling door het buurtschap. Groenlingen baltsen rond, een paar Huiszwaluwen nestelen onder een dakrand, een Zwarte Roodstaart zingt verderop. De Europese kanarie is een grote spar ingevlogen, die ik al wandelend in de gaten hou. En stoot zo nietsvermoedend vlak voor me niet alleen een groepje Groenlingen van de straat op, ook de kanarie blijkt er tussen te zitten. Balen zeg, gewoon vlak voor me op het asfalt! Hierna lijkt ie helemaal verdwenen.
Matthias en ik lopen daarom weer naar Joost, die nog rondhangt in de buurt van de auto. Hij kon de andere man mooi bekijken in de houtsingel. We lopen een stukje een wei in zodat de andere kant van de singel is te bekijken. Vanuit een rij sparren langs een huis aan de andere kant van het grasland klinkt de knarsende zang. Met de telescoop scan ik de rij af en krijg zo een geel puntje in beeld, onderin een spar.
Kijkend en keuvelend noteren we hier ook een overvliegende Havik en Grote gele kwikstaart, waarna we het tijd vinden onze volgende wenssoort op te zoeken, de Roodmus in het Reigersbroek bij Montfort. Vaak zijn deze na een ontdekking vrij snel weer vertrokken, zeker in het binnenland. Nu zingt al sinds 28 mei een mannetje zijn kenmerkende 'pleasetomeetyou' vanuit een min of meer vaste stek, een grote vlier langs een sloot. Dat het
ook nog eens een adulte man is, is een tweede bijzonderheid! Vrijwel altijd zijn het de onvolwassen, nog bruine mannetjes die opduiken. Deze is schitterend rood uitgekleurd. 

Je ontwikkelt er een soort oog voor: het herkennen en vinden van situaties in het veld die je eerder op een foto zag. We staan aan de Reigersbroekweg midden in een prachtig gebied, als we een paar weilanden verderop 'dé vlier' herkennen. Overigens vergeten te vertellen: gezwets over spärgel, kersen, en wat nog meer, betekende vlak voor aankomst nog een koerscorrectie: afslag gemist. Het is heerlijk zonnig weer, Matthias en ik willen over een pad tussen de weilanden door naar de vlier lopen, Joost rijdt terug naar de ingang van het gebied en steekt vanaf die kant er in. Een leuke tocht tussen de weilanden door, Roodborsttapuit en Blauwborsten zingen om ons heen, eindigt abrupt bij een brede sloot die haaks op de kop van het pad ligt. 
Weidebeekjuffer
Links- en rechtsaf zijn geen probleem, voor rechtdoor dan maar de schoenen en sokken uit en de broekspijpen omhoog. De gedachte dat de sloot wel eens dieper kan zijn dan verwacht vormt een mentale barrière: er vliegen dan wel leuk Weidebeekjuffers, een opdoemend beeld van een halve meter baggerbodem én een roestrode waterkleur die meestal gelijk staat aan 'onuitwasbare stank', zorgen dat in straf tempo de omweg wordt gelopen. Dat dit niet zo heel snel had gehoeven blijkt later. Het wachten is zeker geen crime, rondom de Vlier is genoeg te zien. Zo vliegen ook hier weer Weidebeekjuffers, een Vuurlibel en Grote keizerlibel. Een man Bosrietzanger laat zich ongekend mooi bekijken tijdens een zangsessie vanaf een dode tak in de top van de Vlier. 
Bosrietzanger
Ook Blauwborst en Roodborsttapuit komen even langs. Volkomen onverwachts is na een uur en drie kwartier de Roodmus ineens terug. Pal naast ons klinkt zijn luide doordringende '
tsjewie-tjewietjoe' vanaf een prikkeldraad. Kort erna begint de schitterende rode man vanaf hetzelfde draad de zaden uit een kruid te peuren. Joost is een rondje door het gebied aan het maken, snel bellen we dat de mus er weer zit.
Roodmus
Helaas niet voor lang, al snel vliegt ie van ons af, in de richting van Joost die verderop aan komt lopen. Door de telescoop is te zien dat de vogel nu vanuit een boom vlak naast Joost is gaan zingen. In de hoop dat ie daar langer blijft zitten spoeden we zijn kant op. Halverwege de run wijst Joost al weer onze kant op: de Roodmus is weer richting Vlier gevlogen. Vanuit de ruigte ergens langs de sloot klinkt nu de zang, langzaam lopen we op het geluid af. Voor we er zijn vertrekt de vogel al weer. Naar de tak in de top van de Vlier, waar eerder de Bosrietzanger zich prachtig liet zien! Helemaal vrij op de dode tak trekt hij z'n snavel wijd open.

De haren op m'n armen schieten overeind zodra de eerste heldere toon de lucht in vliegt. Wat een schitterende vocale beloning voor ons geduld! Zodra dit pareltje voor de tweede keer wegvliegt, is dit ook voor ons een teken verder te gaan, er staat nog meer op het programma. Halverwege de wandeling naar de auto wordt het toch weer spannend. De Roodmus begint ergens langs het zandpad voor ons te zingen. Omdat ik niet helemaal de foto's heb die ik graag van de vogel had gehad -ik fotografeer eigenlijk vaker de vogelaars- zoek ik de zangpost op. Zingend voor me wordt ineens zingend achter me, zo sneaky hè, en dan zie ik 'm in een top zitten. En weg duikt ie weer. Met verbazing zie ik vervolgens dat de man in de struik met een andere, onopvallende, vogel ruziet. Is het wel bakkeleien vraag ik me vervolgens af, is hij misschien niet aan het stoeien met een vrouwtje? Een paartje Geelgors bekvecht met elkaar een struik verderop. Misschien had de Roodmus het wel met een van hen aan de stok? Voor er duidelijkheid is te verkrijgen wordt het stil in de bosjes, reden voor ons verder te lopen. De volgende soort wacht op bezoek. Mijn visualisatie van het woord 'Kruispeel' zag er uit als een leuke wandeling in een soort heide- en veengebied, waardoor het bezoeken van de Orpheusspotvogel in dit gebied bij Weert al enig voorpret kende.

Na de Roodmus gaat de tocht hierheen en bij het parkeren van de auto aan het begin van een zandpad aan de Lozerweg beeld ik me achter het bos waar we doorheen lopen een rustgevend landschap voor. Een enorme zandwinplas doemt links voor ons op. Dát had ik dan weer niet verwacht! Een kleine vijf minuten later kijken we op een kleinere, meer natuurlijke plas met druk roepende Kleine plevieren en rond scherende Oeverzwaluwen. We hebben geen idee waar we eigenlijk precies moeten zijn, volgens de telefoon van Matthias zijn we er al. Toch geeft het niet helemaal een lekker gevoel, waardoor we wat rondslenteren in de directe omgeving. En het is maar goed dat we bleven rondhangen. Eerst hoor ik een spotvogel zingen, door de 'pneu' stukjes in de zang blijkt dit een gewone Spotvogel te zijn. Dichterbij klinkt dan vanuit een hoek met lage struiken ineens een snel gebrabbel. Heel kort, maar helder: hebbes! En het is weer stil.
Ik roep de rest en we speuren de struiken af. Het zag er uit als 'lege struiken, er blijkt stiekem heel wat te gebeuren. Er schiet van alles van links naar rechts en weer terug. Zwartkop, Tjiftjaf en Orpheusspotvogel sneaken voor ons rond. Één voor een krijgen we de Orpheus goed te zien, net hoe we er voor staan. Gelukkig zingt hij nu vaker en het wordt spannend wanneer Joost de Orpheus ziet donderjagen met een andere. Zou hij een vrouwtje hebben? Of bakkeleien met de Spotvogel van verderop? Het viel me niet direct op, wanneer ik er aandacht aan geef hoor ik aan de andere kant van de plas het vrolijke geluid van een Wielewaal. Niet veel later vliegt er fraai geel/zwart mannetje vlak voor ons langs. Invoeren in ObsMapp gaat niet meer, door al het gefotografeer is de batterij van m'n telefoon leeg getrokken. Natuurlijk nét in het enige moment dat de Orpheusspotvogel vrij en fraai in m'n telescoop staat, volop zingend. 


Snel wil ik overschakelen naar m'n gewone camera en grijp naar de cameratas. Die er niet blijkt te hangen. De camera hangt direct om m'n nek, waar is die tas dan? En waar is eigenlijk de 'hoodie' die ik aan had? Fuck! Die heb ik allemaal afgedaan bij de Roodmus en aan een weidepaal gehangen. Cameratas kwijt is niet zo erg, het verlies van de capuchonjack maakt me bijna wanhopig. Een gevoel dat ik niet vaak heb, het is immers maar materiaal. Het jack kregen we cadeau bij de geboorte van onze dochter en is bewerkt tot een persoonlijk item. Een rotgevoel bekruipt me, en ik zeg het de anderen. Gelukkig is Joost meevoelend en stelt voor terug te rijden, het 'is maar een half uur'. De hele rit hoop ik dat alles er nog hangt en bij aankomst stap ik snel uit. Stom toevallig komt Joost er dan achter dat ook hij zijn jas is vergeten. In draf loop ik naar de Vlier, waar dezelfde twee fotografen als bij vertrek nog steeds. Alles hangt er nog! Anders, zo zeggen de fotografen, hadden ze via Waarneming.nl wel melding van de spullen gemaakt. Dolgelukkig loop ik terug naar de auto, in de verte klinkt als toegift de Roodmus.
Op naar Tradeport West bij Venlo voor de laatste soort uit onze rij van vijf: de Kuifleeuwerik. Het zal gelijk de moeilijkste vandaag zijn, Niet alleen is het de laatste vaste locatie in Nederland waar deze soort zit, met hooguit een tot drie vogels! Ook niet altijd laten deze kleintjes zich vinden op de immense truckersparkeerplaats met alle vrachtwagens en auto's. Uit automatisme kijk ik na het parkeren en uitstappen gelijk de plekjes na waar in het verleden de Kuifleeuweriken scharrelden. Ook het rondje waar ik aan begin is bijna standaard: langs het gras aan de buitenrand via het douaneterrein naar de grote parkeerplaats achter het tankstation. Af en toe een blik werpend op de rand van het enorme dak boven de benzinepompen, een heimelijke uitwijkplaats. Het eerste rondje levert niks op, en ook bij Matthias en Joost verderop is geen juichhouding te bespeuren.

Joost zoekt op een plek waar ik zelf eigenlijk nooit ben geweest, het douaneterrein. Het duurt dan ook niet zo lang voor er een poppetje in uniform naar 'm toeloopt, ongetwijfeld met de vraag wat hij daar doet. Op afstand kijk ik ze aan en bedenk hoe het gesprek zal gaan. Joost zal op zijn wijze rustig uitleggen wat de bedoeling van zijn aanwezigheid is. Wanneer ik 'm zijn portemonnee zie pakken, en de douanier naar de portofoon, kan ik een grijns niet onderdrukken: daar wordt er een nagetrokken. Ietwat opzichtig maak ik foto's van het tafereeltje, benieuwd of ik daarna ook op gesprek mag. Het blijft er bij, wat gelijk het meest spannende op deze plek is. Inmiddels hakt de weinige slaap er lichtelijk bij me in, ook Matthias en Joost zijn merkbaar gaar.
We besluiten onze zoektocht vanaf het terras van de Burger King voort te zetten. Vrij kansloze actie natuurlijk, zoeken met een rammelende maag werkt alleen ook niet echt motiverend. Met de gedachte '
vier-uit-vijf-gelukt' breien we er dan ook een eind aan. In de auto val ik al snel in slaap, om in Arnhem weer wakker te worden. De Grauwe Fitis werd twee dagen na ons nog een keer gehoord, daarna leek hij verdwenen. Hetzelfde overkwam ons ook bij de Kleine klapekster: de dag er na pleitte. Maakt me nieuwsgierig hoe vaak de wind in de Mongolenwaaier nog onze kant op waait.... 

zondag 7 juni 2009

Weekendje Terschelling

Bevriend medevogelaar Harvey van Diek (midden op de foto) zou een jaartje ouder worden en gaf daarom afgelopen weekend voor vrienden een feest in de Wierschuur op Terschelling. Een prachtlocatie aan de oostkant van Terscheling, grenzend aan de Boschplaat en de Waddenkust. Vrijdags vertrok ik met Rob Felix, Menno Hornman en Hein van Kleef richting Harlingen om de boot van 19:50 te kunnen halen. Ondertussen was er een melding van een Grauwe Fitis bij Kootwijk binnen gekomen. Tot m'n spijt was helaas geen tijd voor een kleine omweg, maar ook niet onlogisch, het zou de laatste boot die avond zijn.

In Harlingen liepen we meer genodigden tegen het lijf en gezamenlijk maakten we de oversteek, om, daar aangekomen, de bus naar Oosterend te nemen en de laatste honderd meter te lopen. Bij de Wierschuur waren al aardig wat mensen, waaronder Frank en Inge die uit Zambia over waren gekomen voor een maand. Enkelen dwaalden al rond over het eiland en kwamen 's avonds terug. 's Avonds was het een gezellige drukte met een hoop bekenden, lekker de tijd om bij te kletsen. Was geloof ik één van de laatsten die de todden inkroop.

De volgende dag waren sommigen er al vroeg uit in verband met een watervogeltelling van SOVON. Anderen waren zelf aan het struinen. Hein, Rob, Menno en ik waren enigzins in een lambalstemming en aangezien we geen fietsen hadden gehuurd maakten we een wandeling in de Berkenvallei ten oosten van de Wierschuur. Kleine Barmsijzen zongen vliegend rond en Rob en Menno weidden uitvoerig even uit over waar die Humes Bladkoning ooit in een bosje had gezeten. Bij een duinvallei was er blijkbaar genoeg gelopen en werd een welverdiende ligpauze ingelast. Zeker een dik uur werd actief niet gevogeld en de plaatselijke microflora en fauna onder handen genomen. Zover we het niet te ver buiten handbereik liep of lag.

We vervolgden de route en via een leuk wandelpaadje kwamen we terecht op het fietspad naar de Boschplaat. We verkozen er voor toch terug te keren naar de schuur. De vondst van een mannetje Grauwe Klauwier in de duinen ten noorden van Hoorn zorgde er voor dat Harvey, Erik, Menno en ik 's middags met de auto naar de plek reden om te zoeken. We mochten niet met de auto over de weg door het bos verder, zodat we lopend naar de noordkant moesten om bij de duinvallei te komen waar de man was gezien. Helaas krijgen we geen klauwier in de kijker. Wel hingen er een Bruine Kiekendief en enkele Tureluurs rond. Op de heenweg moesten er natuurlijk enkele foto's van orchideen in het bos worden gemaakt, wat Harvey en Menno min of meer dwong op de grond te gaan liggen. 's Avonds was er een heerlijke barbeque, omlijst met een al dan niet alcoholische versnapering. Waarschijnlijk omdat de avond ervoor al lekker was doorgehaald en sommigen er daarna ook al weer vroeg uit waren, werd de tweede avond rustiger en lagen we naar verhouding er vroeg in.

Op zondag kon Menno een huurfiets van iemand lenen en uiteindelijk lukte mij dat ook ('mits je 'm wel terug brengt naar de verhuurder...') en fietsten we over het 'abortuspaadje' (vanwege de dermate onregelmatige hobbelingen in het pad zou het kunnen leiden tot bepaalde onprettigheden) de Boschplaat op, ons doel was onder andere de gisteren waargenomen Strandplevieren te vinden. Langs het pad schoot een Velduil omhoog en cirkelde prachtig boven onze hoofden, een mooi begin! Een jonge Grote Lijster liep verderop langs het pad en schoot bij onze nadering de bosjes in. Boven de Boschplaat 'biebert' een Regenwulp. Ter hoogte van paal 26 maakten we de doorsteek het Noordzeestrand. Door andere feestgangers waren gisteren hier Strandplevieren waargenomen en het ziet er inderdaad leuk uit. Wij troffen er in eerste instantie niets aan en liepen over het strand naar het westen, om uiteindelijk bij een grote inham de duinen in aan te komen. Nog steeds niets, Menno keek gelukkig achterom en vindt dan twee Strandplevieren langs het strand. Ik kreeg er helaas maar een van in beeld, maar Strandplevier is Strandplevier.

Vanuit het oosten kwam een smalle strook donkere dreigende wolken aan, en wel precies op het eiland aan. Toch fietsten we door naar de oostpunt van de Boschplaat. Hier stonden Kleine Mantelmeeuwen en nog wat strandvogelspul, maar weinig spectaculairs. De bewolking werd nu wel erg dreigend en er kwamen nu ook druppels los. Tijd om terug te fietsen dan maar. We moesten ook nog een keer de boot halen...Ongemakkelijk hobbelend fietsten we over het pad terug. Een telefoontje van Erik van Winden: hij zat bij Hoorn aan zee en had zojuist een door de branding naar oost vliegende Noordse Stormvogel. Er klonk wat gebrabbel, door de wind hoorde ik niet alles even goed, wat een snelheid/afstandsberekening bleek te zijn en Erik kondigde aan dat de vogel over ongeveer een kwartier bij ons langs kon komen. Wel of niet? Uiteindelijk banjerden we toch fluks door de duinen naar de zee en installeerden ons op een top. Vijf minuten later plukte Menno de Noordse Stormvogel uit de lucht. Hoger vliegend dan verwacht, maar wel nog steeds ontzettend mooi vloog de vogel langzaam naar oost. Dat was dan weer mooi meegenomen!
Bij de schuur terug waren de meeste mensen inmiddels vertrokken. Een aantal maakten nog een korte wandeling. Ik besloot de geleende huurfiets terug te brengen. Aangezien ik niet precies wist waar de verhuurder zat ging ik wat eerder. Deze was echter snel gevonden, zodat ik tien minuten later met Rob en Hein de bus naar west in stapte. Een Spotvogel een paar huizen verderop werd nog even meegenomen. In de haven werd nog even rap een visje (nou ja, kibbeling dan), naar binnen gewerkt en stapten we de boot op. Bepaald rustig genieten was het overigens niet van de vis, de Kokmeeuwen lagen op de loer om bij de minst geringste onoplettenheid de vis uit je handen te stelen (foto rechts gemaakt door Rob Felix)

Een geslaagd weekend met feesten, uitwaaien en lekker al vogelend omlummelen.

zondag 8 oktober 2006

Niet alleen drie Zeearenden tijdens de VWG Nijmegen Flevoexcursie

Behoorlijk rozig hang ik nu boven de computer, de ene topper na de andere tolt door m'n hoofd. Wat is me vandaag eigenlijk overkomen? Ik geloof dat ik in de Flevopolder ben geweest, maar het besef zit nog ergens in een auto een rondje te maken. Maar het is voorbij. Poe hé! Nadat twee auto's sterk mij om zeven uur oppikken aan de Groenestraat rijden we in het schemerduister naar de Flevo. Ik mag de auto delen met Frans, Ria en Sjak, in de andere rijden Peter, Farah en Pieter mee als bijrijder van Atholl. Langzaam de slaap uit de oogjes werkend rijden we naar onze eerste stop, de Grote Praambult.

De wegen er naar toe zijn onduidelijk en in de Flevo rijden we onszelf even vast. Dit blijkt later een reden te hebben. Terwijl we via wat omwegen richting de goede ingangsweg naar de Praambult rijden, komt er als een sierlijk luchtschip een Kraanvogel over de autobaan geschommeld, langzaam verdwijnend richting Almere. Nadat we nog een keer moesten draaien, wat een vlucht Goudplevieren opleverde, slaan we niet veel later de weg in langs het kanaal naar de bult. Aandachtig bekijken we de akkers langs het kanaal, ergens in deze hoek werd de Kraanvogel uit het oog verloren. Flodderige lijnen Aalscholvers vliegen langs het kanaal, hier en daar zit de onvermijdelijke Buizerd, Futen in winter- en zomerkleed bevolken het water.
Twee Grote Gele Kwikstaarten, drie Koperwieken, honderden Vinken, een paar Sijsjes, Kepen, een Kramsvogel wordt gehoord. De trek is in volle gang als we op de Praambult over de grote vlakte turen. Mezen, Grote Bonte Spechten, Witte Kwikstaarten, Boerenzwaluwen, links en rechts worden we er door gepasseerd. Op de bult voegt Albert uit Utrecht zich bij de groep. M'n korte broek compenseer ik met een extra trui, het is ondanks andere beloften behoorlijk fris. Massa's Edelherten burlen krachtig, prachtige groepen paarden struinen over de vlakte. Een Sperwer zorgt voor opschudding onder het kleine vogelvolk en voert een mislukte aanval op een groep Houtduiven uit, een flink eind rechts van de bult vliegen zo'n vijftiental Grote Zilverreigers op.

Je hoort ze wel, maar waar zitten ze? Met moeite weet ik een aantal Kolganzen bij de Kleine Praambult in de verte te ontdekken. Na de nodige uitleg krijgen ook de anderen ze in het vizier. Peter merkt daarna doodleuk op dat net over het slootje voor ons ook één Kolgans zit. Laag over de wilgen golft weer een Grote Gele Kwikstaart richting zuidwest, een Baardmannetje wordt alleen door mij gehoord. Een Vos zit in het veld te kluiven aan iets lekkers. De warmte van de auto bevalt uitstekend. Bij het wildrooster aan de Praamweg draaien we de raampjes omlaag, even autovogelen hoor! Op de plas bij de Krakeend-hut dobberen Tafeleenden, Krakeenden, Kuifeenden en een paar Bergeenden door het beeld. Tien minuten later laveert Frans 'onze' auto de drukke parkeerplaats bij het SBB-info-centrum op. Opwarmen!

Vanachter het glas van het info-centrum worden de honderden eclipskleed Slobeenden die op de plas er voor zwemmen doorzocht op andere soorten. Kuif-, Tafel- en Wintertalingen blijken de totalen flink te verhogen. Warme koffie wurmt zich een weg door de lichamen, een aantal mensen nemen afscheid op het toilet van de koffie eerder die ochtend. Drie Zeearenden meldt het logboek. Dat is niet mis! Zou leuk zijn als we...De bekende Paflov-karpers zwemmen net na het paviljoen onder het houten bruggetje. Zodra de eerste trilling van voetstappen door het bruggetje trillen, liggen ze met open bekken te wachten tot ze weer iets eetbaars toegeworpen krijgen. De bekken blijven geopend, de boterhammen blijven voor ons.

Na het bruggetje over het kanaal slaan we rechts het pad in, richting de open vlakte waar altijd wel iets leuks is te zien. Al rap is dat ook deze keer, vanuit het westen komt een gigantische deur aanvliegen, conclusie Zeearend is snel gemaakt. De adulte vogel vliegt op enige afstand langs ons heen richting het infocentrum, draait daar weer terug naar het zuiden en laat zich in het verbeterde weer mooi bekijken. Speenvarkens krijsen in het riet, voor sommigen is het geluid van de Waterral nieuw. Evenveel aandacht krijgen de ping-producerende Baardmannetjes in een rietkraag naast het pad. Slechts vliegend kunnen twee vogels worden bekeken door een aantal mensen. Een groot deel van de groep is doorgelopen en missen daarom de IJsvogel die, ontdekt op de roep, over het pad scheert. Twee opvallend lichte Buizerds zitten in de toppen van een struik, van deze kleurvariatie zullen we er vandaag nog heel wat te zien krijgen. Spreeuwen liften mee op de ruggen van een aantal paarden, wat een idyllisch schouwspel oplevert. Ook treffen we twee vogelaars die ‘s ochtends net iets te laat op de ontmoetingsplek bij het Natuurmuseum waren en op eigen houtje naar de Flevo zijn gegaan. Ze sluiten zich bij ons aan voor de rest van de excursie en zijn enthousiast over de waargenomen vogels.

Na het veld verlaten te hebben lopen we door het wilgenbos naar de hut 'De Zeearend'. Voor de hut is het rustig. Een IJsvogel scheert plots vanuit het bos rechts langs de hut om voor de hut langs een sloot in te duiken en op een rietstengel te gaan zitten. Grote glimlachen verschijnen op de gezichten van de aanwezigen: de rest van de groep kan de IJsvogel nu ook noteren, evenals een grote groep andere excursiegangers die de hut bevolken. Het is dringen om een plaatsje voor één van de irritante schuine ramen van de hut. Voor de hut spelen drie Roodborsttapuiten in de ruigte, verspreid in de verte kantelen een aantal Flevo-logo's boven het riet, de Bruine Kiekendief. Bij het verlaten van de hut worden de mede-excursiegangers gewezen op de gaten bij de deur onder de hut: een Vossenhol.

Tussen de Zeearend en de volgende hut vangen we een glimp op van een Goudhaantje op, die schielijk in de top tussen de wilgenbladeren foerageert in een groep mezen, waaronder de Matkop. Boomkruipers en Tjiftjaffen roepen vanuit de bomen. De volgende hut is spannender. Eigenlijk is het meer een kijkscherm met een uitgespoelde bodem, zodat je moeite moet doen om door de kijkgaten te turen. De hut is snel gevuld, veel mensen staan dan ook voor de hut. Met een flink aantal mensen moet het mogelijk zijn het één en ander te ontdekken. Voor veel mensen zijn een aantal soorten nieuw, zodat ook aan de 'algemenere' soorten aandacht wordt gegeven. Onder andere de Slobeend, Wintertaling, Pijlstaart, Smient en Krakeend in eclipskleed worden eens goed bekeken en vergeleken. De ganzen reageren rustig als er een Vos voorbij komt gekacheld en stappen gewoon iets opzij. Hoe het mogelijk is, weten we nóg niet, maar waar de Vos vanwege water niet verder kan verdwijnt deze 'gewoon', ons met de grote vraag achterlatend waar hij nu kan zitten.

In de grote compacte groep schuifelende eendenlijven voor de hut wordt plotseling een groep steltjes ontdekt. Kleinere strandlopertjes die snel weer opgelost zijn in de groep, de twee Kemphanen zijn iets makkelijker. De strandlopers worden teruggevonden en als Bonte Strandlopers beoordeeld, eerst twee, later blijken er zes te lopen. Zelfs een Wulp wist zich redelijk te verstoppen en wordt pas na een tijd ontdekt. Een groepje Kolganzen pikken we verderop op de plas eruit. Dan komen er vanuit de verte twee gevaartes op ons af, maar draaien op grote afstand richting zuid. Zeearenden! De opwinding rolt door de groep en iedereen geniet van deze prachtige vogels.

Met verschillende onderwerpen in de gesprekken lopen we kletsend terug richting het infocentrum. Het is best intensief zo'n excursie, iedereen is wat moeiig, bij het infocentrum nemen we een kleine pauze. Door de medewerkers van het centrum wordt ons een kort filmpje over het broedgeval van de Zeearend in de Flevo aangeboden, die we geïnteresseerd bekijken. Prachtige beelden van het jong op nest geven een close-up invulling aan de Zeearenden die we net zagen. Kopjes koffie worden met graagte genuttigd en de volgende plek wordt besproken: het Bovenwater bij de Knardijk, onder andere bekend om z'n Rosse Stekelstaart(-eend). Albert neemt afscheid van de groep en keert huiswaarts.

Op de hoek van de Knardijk en Oostvaardersdijk parkeren we dan ook de auto's. Aan de kant van de Oostvaardersplassen dobberen honderden duikeenden. Baardmannetjes roepen vanuit het riet en volgens de kleine geschapen verwachting wordt tussen de Futen op het Bovenwater inderdaad een Rosse Stekelstaart duikend gezien. De vogel is in winterkleed en daarom niet gemakkelijk, door het actieve duiken wordt een lange blik op de vogel dan ook niet gegund. Toch kan iedereen de vogel mooi bekijken. Met behulp van vogelboeken worden de juiste kenmerken vastgesteld. Na de korte stop gaan we linksaf de Oostvaardersdijk op, richting de Blocq van Kuffeler. De dijk is vernieuwd, voor veel vogelaars is het lang geleden dat ze over deze dijk zijn gereden en de aanblik van de open ruimte is dan ook overweldigend. De bomen langs de dijk zijn weggehaald en je kunt nu weer ver het gebied inkijken. Op het IJsselmeer zie ik een eenzame Visdief op een paal zitten, de rest mist 'm helaas. Langs de dijk dobberen af en toe groepjes Futen, Kuifeenden en Meerkoeten.

Met 'Ach waarom ook niet' draait de kopgroep ter hoogte van km-paal 19 een parkeerplaats op. We volgen. Een goede zet, binnen tien minuten staan we te kijken naar twee Zeearenden in een boom langs de plas! Een zeldzaam moment, zeker door de geringe afstand en de langdurigheid. Een blik op het IJsselmeer brengt de Visdief ook bij anderen op het lijstje. De Zeearenden maken geen aanstalten te vertrekken, de volwassen vogel laat zelfs z'n mooie witte staart zien door iets te verplaatsen en ons een betere blik te gunnen. Groot is de verbazing als nauwelijks vijftig meter verderop een Zeearend vliegt. Snel terugkijkend naar de eerste plek leert dat hier de derde vogel vliegt. Nóg dichterbij gaat de vogel in de top van een dode boom zitten. Aalscholvers er pal onder houden de machtige roofvogel met een schuin nekje goed in de gaten, maar blijkbaar is de dreiging niet groot genoeg en zwemmen gewoon door. Door de afstand leveren Dodaarsjes wat determinatieproblemen op, er wordt aan Geoorde Futen gedacht, maar de Doddige aarsjes en het kopprofiel geven uitsluitsel.

De naam 'Witoogeend' is al een paar keer gevallen, een paar dagen er voor zat er één in de jachthaven bij de Blocq van Kuffeler. De auto's parkeren we voor het info-centrum 'De Trekvogel' en we lopen automatisch naar de steiger waar de vogel zou kunnen zitten. Peter vraagt de rest van de groep of ze ook die Dwergmeeuw langs de dijk hebben gezien, helaas. De palen van de steiger worden bezet door Kokmeeuwen, een Stormmeeuw en een Grote Mantelmeeuw. Aandachtig worden de Kuifeenden op het water bekeken, maar het opvallende witte kontje van de Witoogeend springt er niet uit. Ik besluit even de sluis over te steken, aan de andere kant had ik al een andere groep eenden gezien en hoop de vogel hier te vinden. Of Toppereenden, die ik bij een eerdere excursie hier ook zag.

Als miniatuur-typistes zo klinkt het; een groep mussen vlak langs de weg tikt onafgebroken met hun snaveltjes op het wegdek, en peuzelen iets wat ik zo niet kan zien. Totaal niet bang voor auto's die op minder dan een meter voorbijrazen, hooguit worden ze door de kracht van de auto's iets opzij geblazen, en gaan dan onverstoorbaar door. Een ‘topper-kop’ Kuifeend vrouw zwemt tussen de overige Kuifeenden, geen Witoog- of Toppereend. Achter een strekdam wordt dan een Dwergmeeuw ontdekt, en nog één en nog één! De vogels vliegen ver en zijn erg beweeglijk. Voor de mensen zonder telescoop zijn de vogels érg moeilijk te vinden, maar de scopen worden gedeeld, zodat iedereen toch een glimp kan opvangen. Zwarte Sterns blijken, in tegenstelling tot het Nijmeegse, hier nog stevig door te trekken richting zuid, tientallen vliegen er over het IJsselmeer. Dan zie ik een aparte witte vogel aan komen vliegen bij de kop van de strekdam. Ik denk aan een Stormmeeuw, of eigenlijk meer een belachelijk grote stern. De vogel draait iets en gelijk wordt een rode snavel zichtbaar: een Reuzenstern! Ik brul het uit en gelijk worden de kijkers gericht. De vogel draait een paar rondjes en laat op afstand z'n kenmerken zien. Helaas vliegt de vogel daarna van ons af, een betere blik wordt niet mogelijk.

Atholl rijdt met kennis van de route voorop naar het Jan van de Boschpad, en loodst ons door de wijken van Almere naar het uitzichtpunt. Op het heuveltje staan al vogelaars, zodat de kijkers snel kunnen worden gericht op een adulte Kraanvogel die tussen de paarden foerageert. Onwerkelijk om één vogel zo te zien. De Zeearenden worden voor de zoveelste keer vanaf een andere positie bekeken. De enige Lepelaars van vandaag trekken in een groep van achttien voorbij, een Witgatje in de verte komt alleen door mijn kijkerbeeld gevlogen. Na de vraag van een vogelaar wat voor steltjes 'daar' in het water staan, kan iedereen een tiental Zwarte Ruiters bekijken. De afstand is groot, de vraag waarom het geen Groenpootruiters zijn, wordt met geduld beantwoord. Op de grote vlakte steken Grote Zilverreigers hun kop af en toe boven een slootrand uit, een tweetal Sperwers brengt twijfel over de soort, maar het blijken toch géén Haviken te zijn. Een sympathieke vogelaar uit Almere ontdekt op een dode omgevallen boom in de verte een roofvogel met een lichte onderkant en een donkere kopkap. Meer kenmerken dan het contour en een simpele licht/donker-kleurverdeling zijn niet te zien. Dat het om een Slechtvalk gaat is wel de conclusie, maar de vogel zit zo ver, dat aan mede-excursiegangers moet worden uitgelegd waarom het geen andere soort is. Het plaatje in het vogelboekje laat toch duidelijk een gestreepte donkere borst zien, en deze vogel is duidelijk zeer licht. De laatste Boerenzwaluwen spurten naar het zuiden, even wordt gemeend een Waterpieper te horen roepen, het blijft bij één roepje.

Atholl, Peter, Farah en Pieter gaan terug naar Nijmegen. Sjak heeft nog nooit een Krooneend in Nederland gezien, met ons groepje besluiten we nog naar deze soort te gaan zoeken. Een kleine race tegen de zonsondergang wordt ingezet, we koersen naar Zeewolde, waar op het Wolderwijd een bekende verzamelplek van deze soort is. Na een soort van architectuur-tocht die de ANWB-borden ons door Zeewolde naar het meer leiden, arriveren we rond kwart voor zeven bij de juiste plek. De zon staat laag in het westen, de kleedkleuren zijn moeilijker te onderscheiden, maar binnen vijf minuten na aankomst ontgaat het slapende mannetje ons toch niet. Het blijkt de enige te zijn. Eén Krooneend is óók een Krooneend, en met een nieuwe soort voor Sjak rijker, is ook voor de rest van ons de excursie voltooid. De telescopen gaan terug in de tassen, de nacht neemt het over van de dag, moe, voldaan, nagenietend, met allerlei heerlijke gevoelens over deze excursie start Frans de auto en rijden we weg uit Zeewolde. Via een leuke, nachtelijke, binnendoorroute door - opvallend stille- dorpjes over de Veluwe worden we naar huis gereden. Driehonderd kilometer telt de meter, ongeveer 93 soorten de daglijst

De eerste mail die ik thuis open gaat over het zweefvliegveld en 'Knetterende trek'. Ik zet me ook aan een groot bord eten...