Posts tonen met het label Klaas Wester. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Klaas Wester. Alle posts tonen

zondag 1 februari 2015

Harderwijk: twitch Kleine Topper eindigt in grote flopper

Hij was er op uit om een Oeverpieper te vinden, de reden waarom Roel Schwartz op 27 januari naar de Lorentzhaven bij Harderwijk toog. Hier trof hij geen Oeverpieper. Wel vond hij een, vergeleken met omringende Kuifeenden, enigszins afwijkende eend die wel alarmbellen af lieten gaan, alleen op dat moment kon hij er geen zekere naam aan plakken. Het meest had hij nog van een Topper weg. Niet geheel zeker van de determinatie voerde hij die middag de waarneming in als een mogelijke Topper, en voegde er enkele foto's bij. Ditmaal gingen bij Robert keizer, die de foto's onder ogen kreeg, de alarmbellen af, en hij plaatst een alert op de Gelderse whatsapp groep met de suggestie 'is dit geen Kleine Topper?' 
Kleine Topper, adulte ♂, Lorentzhaven, Harderwijk 29 januari 2015,
foto Lubbert Spaansen (bron: Waarneming.nl)
Deze foto's lijken inderdaad sterk te wijzen op een adulte man Kleine Topper en de determinatie komt al snel rond als de volgende ochtend deze voor Nederland zeer zeldzame eend op dezelfde plek wordt terug gevonden: indien aanvaard door de zeldzaamhedencommissie, -wat gezien de foto's wel gaat lukken- is dit een nieuwe soort voor Gelderland! Al enige tijd verblijven er minimaal twee Kleine Toppers op het Veluwemeer langs de Harderbosweg in Flevoland, vrijwel recht tegenover de Lorentzhaven. Het zou slechts een kwestie van wachten zijn, zo dachten velen. En die gedachte bleek een gegronde! Helaas was ik om diverse redenen niet in staat om de volgende dag ook deze supersoort te twitchen, en pas gisteravond bood de mogelijkheid zich aan met de vraag door m'n vader of ik die kant op wou. Dat was niet aan dovemansoren gericht! En terwijl hij in zijn fotoclub rondvraagt of er mensen mee willen, zocht ik de route uit en nam contact op met Lubbert Spaansen, een vogelaar uit Harderwijk waarmee ik diverse keren al contact had gehad.  
Tot zeker gisteren leek de Kleine Topper nog aanwezig, en aangezien Lubbert goed op de hoogte is over waar je het beste kunt gaan kijken en zo bij de Lorentzhaven, was hij de aangewezen persoon voor nadere informatie. Na een paar berichten over en weer bood hij zelfs aan om vanochtend ook te verschijnen voor aanwijzingen en hulp bij het zoeken. Iets na tienen vertrekken we richting Harderwijk, m'n pa, twee leden van zijn club, Ben en Corrie, en ik, waar om half elf pa de auto langs de Daltonstraat parkeert. Vanaf een uitkijkpunt hier werd de Kleine Topper sinds zijn ontdekking telkens gezien. Vlak voor we vertrokken checkte ik thuis snel even Dutch Birding.nl en Waarneming.nl of de topper misschien al was gezien. Met een grote lach kon ik melden dat hij ook vanochtend al weer bij het kijkpunt was gemeld. Dat kon niet verkeerd gaan! Onderweg bericht ik zoals afgesproken Lubbert hoe laat we ongeveer in Harderwijk zullen arriveren
Bij het uitkijkpunt zie ik tijdens het aanrijden al enkele vogelaars staan. Terwijl de rest zich nog rustig in de laarzen hijst loop ik al richting de schakelkast waar ik moet zijn. Na verschillende keren al mail en berichten met elkaar gewisseld te hebben maak ik nu in het veld kennis met Lubbert. Ook de anderen blijken van naam bekende 'locals', Timon van den Heuvel en Bert Geelmuiden. Tot grote mijn verbazing hebben zij de Kleine Topper nog niet gezien! Wél vonden ze een hybride Kuifeend x Tafeleend, die achter in de grote groep Kuif- en Tafeleenden met z'n kop in de veren een tukkie doet, en ze zetten hem voor me in beeld. Ja, dat is duidelijk géén Kleine Topper, met die enorme knobbel op z'n achterhoofd. Bij de Kleine Topper is dit slechts een klein subtiel puntje. Ik hoop dat de échte er ook nog ronddobbert. Mijn ervaring is dat in zo'n grote groep het met geluk soms snel, maar váák een hele tijd kan duren voor je vind wat je zoekt, en begin met m'n eigen telescoop de grote zwartwitte plakkaat aan eenden voor me af te scannen. Meerdere keren kijk ik zeer langzaam en zo secuur mogelijk heen en weer de groep af. De enige die zich er telkens snel uit laat pikken is de hybride. 
Daarnaast verschijnen er enkele vrouwtjes Topper en een enkele Tafeleend of Grote Zaagbek in de kijker. Op aanwijzen van Lubbert pik ik midden op het Veluwemeer de Parelduiker er uit, welke hij gisteren met Alex Bos terugvond. Zekers óók een leuke regiosoort, alleen nú zwemt hij echter nog in het Flevodeel van het meer. Door de afwijkende snavelvorm, in plaats van recht buigt bij deze de lange snavel licht omlaag. Hierdoor werd de duiker herkend als het exemplaar welke in december 2014 bij het Overijsselse dorp Welsum op een plas langs de IJssel bivakkeerde. Timon en Bert gaan ondertussen verder, en eigenlijk had ik voor aanvang van de excursie bedacht ook nog andere plekken langs de Randmeren te gaan bezoeken. De Kleine Topper staat echter zo hoog op mijn verlanglijst, dat ik graag wil blijven om verder te zoeken, je weet maar nooit. Ik vraag m'n vader of zij zich als 'natuurfotografen' op deze plek weten te vermaken en dat blijkt totaal geen probleem te zijn. Dat komt wel goed zegt hij, waarna ze al fotograferend langs de rietkraag de verte in verdwijnen. Rond kwart over twaalf komt Alex Bos aanrijden. Hij is de Maasvlakte afgeregend, en omdat de Kleine Topper ook nieuw voor Gelderland voor hem is, en een lange zoekactie gisteren niets opleverde, komt hij vanmiddag weer een poging wagen. 
Op Dutch Bird Alert verschijnt het bericht dat ook Toy Janssen vanochtend de Kleine Topper heeft gezien. Misschien dat hij meer informatie kan verschaffen over de plek waar hij 'm precies had, en ik stuur hem een bericht. Ook verschijnen er op waarneming.nl nu meerdere waarnemingen van mensen die 'm gezien zouden hebben. Echter allemaal voordat Lubbert arriveerde, vlák er voor zelfs. Helaas is bij geen van allen een foto of extra informatie toegevoegd die ons zou duidelijkheid kunnen geven over wat is gezien. Tegen half één wippen Erik Ernens en Mark Gal kort langs. om na het binnenhalen van de Parelduiker en het bekijken van de hybride weer te vertrekken. Bij Lubbert, Alex en mij dringt zich steeds hardnekkiger de gedachte op dat de waarnemingen van vanochtend berusten op de man hybride. Er hebben zich geen noemenswaardige verplaatsingen voorgedaan en de enige kandidaat die wij na uren scannen telkens weer aantreffen is de look-a-like. Alex blijft op de uitkijk staan, Lubbert en ik lopen over een paadje tussen struiken en bedrijven door noordwaarts, zodat we een blik kunnen werpen op wat er eventueel om de hoek nog aan eenden ligt, en waar we vanaf de uitkijk geen zicht op hebben.
Via een korte sluipdoor komen we terecht achter een rietkraagje. Er tussen door kan ik net om de hoek kijken waar echter alleen een groepje van hooguit zo'n dertig Kuifeenden ligt. Vlak langs de kant zwemmen tientallen Wintertalingen, Krak-, Wilde en Slobeenden. Na enige tijd komt ook Alex aangelopen, die vraagt of we de Parelduiker hebben gezien, wat we moeten ontkennen. Hij zou vlak voor ons moeten zitten, en al snel blijkt Alex goed te zitten: de duiker dobbert rustig voor ons langs, af en toe duikend, waarbij dan wel weer grote afstanden onder water worden afgelegd. Hij is dan ook al weer van ons af aan het zwemmen als ik er nog een paar plaatjes uit weet te persen.             
Naast de duiker is een IJsvogel die als een blauwe schicht vlak voor ons langs schoot het hoogtepunt in het half uur spieden vanachter de rietkraag. Ook vanaf hier geen Kleine Topper, zodat we kletsend langzaam terug slenteren naar het uitkijkpunt. Hier zijn inmiddels meerdere vogelaars gearriveerd waaronder Wim Wiegant. De Parelduiker is passé en ligt al weer ver weg op het Veluwemeer, zo te zien op koers richting de Harderhaven aan de Flevozijde.  
M'n vader en clubgenoten lijken zich nog steeds te vermaken, al geruime tijd zijn zij aan het fotograferen langs de rietkraag die vanaf het uitkijkpunt naar de Lorentzhaven loopt. Tegen twee uur vind ik het echter welletjes, en acht de kans eigenlijk nihil dat we de Kleine Topper er uit zullen peuteren. Die is gewoon weg. Ook denk ik nu dat de eerdere waarnemingen vanochtend óók de hybride zullen betreffen. M'n vader wijst me op een vogel die hij in een hoogspanningsmast ziet zitten. Het blijkt een aardig natte Slechtvalk te zijn, waarschijnlijk net door één of andere wolkbreuk getroffen. Al snel zullen ook wij nat worden, eerste druppels komen naar beneden zetten. Vanochtend ben ik door m'n rug gegaan, en het lange staan begint zich nu met flinke pijnscheuten te wreken: bij elke buiging steekt het door m'n onderrug. We besluiten ergens in Harderwijk eerst een uitsmijtertje naar binnen te gaan werken, om daarna langzaam weer richting Twente af te zakken. 

's Avonds plaats ik als admin van Waarneming.nl bij de waarnemingen van de Kleine Topper vandaag de vraag of men misschien foto's heeft, of een beschrijving kan toevoegen. Langzaam wordt duidelijk dat zowel 31 januari als 1 februari géén Kleine Topper is gezien, maar de negen waarnemers zich in de luren hebben laten leggen door de hybride Kuif x Tafeleend. Hieronder de Kleine Topper en de hybride van de Lorentzhaven in dezelfde slaaphouding, beide foto's door Lubbert Spaansen (bron: waarneming.nl)


Kleine Topper, Lorentzhaven, 30-1-2015

Kleine Topper 
met een miniem puntje op het achterhoofd. 

een duidelijk wit-zwart 'gemarmerde' rug, waarbij het 'marmer' wat overloopt op de witte flank. 

De kopkleur lijkt zwart, onder bepaalde lichtinval wordt een donkergroene zweem zichtbaar.



KuifeendxTafeleend, Lorentzhaven, 5-2-2015




hybride Kuif x Tafeleend
kuif grof gepunt

rug egaal grijs. Rug en flank zijn duidelijk gescheiden.

De kop is zwart, onder bepaalde lichtinvallshoek wordt een rode zweem zichtbaar

zaterdag 10 januari 2015

Met vaders op sleeptouw naar de Koereiger van Azewijn

Al geruime tijd hangt er in de weilanden ten zuiden van het dorp Azewijn, nabij het welbekende Azewijnse Broek, een Koereiger rond. Aangezien ik vanmiddag om half zes m'n dochter weer in Arnhem moet ophalen, en de snelwegroute Enschede-Apeldoorn-Arnhem een herhalende droom wordt, ziet m'n pa het wel zitten om binnendoor te gaan, en deze leuke kleine witte én zeldzame reiger met een bezoek te vereren. Na eerst andere zaken op de dagplanning afgewerkt te hebben, trappen we iets na drieën 'de brommer an' en zakken over diverse wegen en door verschillende dorpjes door de Achterhoek naar het zuiden af. Buiten is het vies vies koud, de kachel in de wagen is met een soepele draai open gezet en verwarmt het binnen tot een aangename temperatuur tijdens de reis van drie kwartier.
De zon raakt de horizon reeds als we iets voor half vijf de Laakweg ten zuiden van het dorp Azewijn in draaien. Aan het andere eind van deze weg, in de hoek bij de kruising met de Meilandsedijk, ligt aan de westkant een weidecomplex waar de Koereiger zich, gezien de dagelijkse waarnemingen, vrijwel altijd lijkt op te houden. Ook voor deze dag stond al weer een melding op waarneming.nl. Mijn verwachting is dan ook dat het een appeltje-eitje zou moeten worden, zeker ook omdat de Koereiger wel tot vlak langs de weg foerageert. Blijkbaar moet hij dus niet te missen zijn. Na het dorp Azewijn uitgereden te zijn, passeren we eerst een weiland met schapen -dáár moet ie tussen lopen; nee toch niet- gevolgd door het grotere grasland. M'n pa parkeert de bus bij de eerst komende ingang van een wei langs de rand van de weg. Omdat ik door eerdere ervaringen de grond enigszins ken, zeg ik 'm voor ik uitstap voor de gein met twee banden op de weg te blijven: anders sta je vast in de modder. 
Recht voor ons staat in de hoek van een wei, ver weg, een groep witte vogels bij elkaar. Grote Zilverreigers, zo blijkt wanneer ik mijn telescoop er op richt. Geen Koereiger erbij, die ik eigenlijk stiekum direct in beeld hoopte te krijgen. Ik zeg tegen pa dat ik de Laakweg ga aflopen richting het kruispunt met de Meilandsedijk. Hij vermaakt zich wel. De wind voert een gure koude wind langs m'n lijf, met één oog bekijk ik met de telescoop regelmatig de velden, het andere oog houdt de snel zakkende zon én de tijd in de gaten. Strak een half uur staat er voor deze 'twitch: het is van hier nog een half uur rijden naar Arnhem, om vijf uur moet ie dan ook binnen zijn. Liefst er voor al dus. In de bomen- en struikenrij langs de weg verschuilen zich tientallen Kramsvogels, die tjakkend weg peren als ik langs wandel.   
Langzaam loop ik tot aan de hoek met de provincialeweg, waar me de moed op een succesvol bezoek net zo langzaam begint te zakken als de temperatuur. De klok dirigeert me weer richting de bus. Toch blijf ik verwachten dat érgens ineens de Koereiger op zal duiken. Zeker omdat ik merk dat, in tegenstelling tot wat ik had verwacht, de Grote Zilverreigers niet vertrekken richting een slaapplaats elders, maar juist bij elkaar lijken te komen in de hoek van de wei waar ik het eerst m'n scoop op richtte. Enkele tientallen hebben zich tegenover de bus verzameld. Halverwege de terugweg valt me op dat de bus nu ín de wei staat. En dat er een trekker stil bij staat. Pa,zo bedenk ik, weet altijd wel ergens een praatje aan te knopen, hij zal wel aan de klets zijn met de boer die kwam vragen wat hij daar doet of zoiets. Wanneer ik nu mijn scoop op de groep zilverreigers voor de bus richt, valt m'n oog ineens op een wit gevalletje half zo hoog als de rest. Het zal toch niet? Jawel, tóch wél! Waar hij vandaan is gekomen, geen idee. Vermoedelijk ergens uit een van de diepe sloten die door de weilanden liggen. Het is tien voor vijf.        
Snel loop ik nu naar de bus. De trekker rijdt door en ik zwaai vriendelijk wanneer hij me passeert. Bij de auto aangekomen zie ik hoe laat het is. Een enigszins weggezakte indruk en diepe bruine sporen bij de voorbanden doen me het ergste vrezen. Vijf voor vijf. Pa kijkt me lichtelijk schaapachtig aan. 'Tja, het ging toch niet zoals ik verwacht had. Gelukkig had ik nog wat wisselgeld', terwijl hij zwaait met een paar briefjes van vijf. De bus staat muurvast, en gelukkig kwam er een boer langs. De boer bracht eerst aanhanger naar huis, iets verderop, en zou dan terug komen om te helpen. In eerste instantie bekruipt me een wanhoopsgevoel. Als dit maar goed gaat. Het is bijna vijf uur en om op tijd in Arnhem te zijn moet alles wel soepeltjes gaan verlopen. Maar al snel moet ik ook lachen om de situatie: zeggen met twee bandjes op het asfalt te blijven en dan toch niet doen. Eigenwijs.     
In de verte  zie ik de trekker al weer van de boerderij vertrekken en onze kant op komen. Ondertussen geniet ik van de Koereiger, die voor de groep Grote Zilverreigers recht voor ons foerageert. Hoewel het aardig schemert is hij door de telescoop leuk te bekijken. Foto's maken is echter al wat lastiger. Achteruit de bus komen een aantal lange staalkabels te voorschijn, die blijkbaar standaard voor 'je-weet-maar-nooit' mee gaan. Pa had de Koereiger overigens ook al opgemerkt, in dat opzicht is onze trip wel geslaagd.  
En terwijl door de boer en z'n bijrijder met een glimlach de bus achteruit het asfalt wordt opgetrokken, knip ik snel nog een serie foto's weg. De boer wordt met een handje euro's bedankt en zodra pa de kabels weer heeft opgeruimd rijden we met slechts een paar minuten vertraging naar Arnhem. We moeten een stuk over de autobaan in Duitsland, die verloren tijd halen we wel weer in. Onderweg moeten we allebei nu hard lachen om onze 'even langs de Koereiger'-trip. Het kon ook weer niet gewoon gaan. Een volgende keer zal ik hem wederom wel vol vertrouwen weer op sleeptouw nemen: de kabels liggen voor de grijp. De zon is achter de horizon verdwenen, de laatste stralen kleuren de hemel prachtig oranje. 


Een mooiere foto van de Koereiger van Azewijn is deze van Jasper Janssen, gemaakt op 14 december 2014 (bron: waarneming.nl)

zaterdag 3 januari 2015

Kleine Vliegenvanger, Tenkinkbos, Winterswijk: eerste januari geval Nederland

Elk jaar eindig je met een x aantal soorten in een gebied, provincie, of in Nederland. Soms een doorsnee aantal, soms een leuk record, weer anderen maakt het geen bal uit. In ieder geval hebben veel vogelaars elk jaar wel weer een reden om 'opnieuw' te beginnen. Traditiegetrouw gaan op 1 januari dan ook veel vogelaars op pad om de eerste soorten in een nieuw jaar bij elkaar te sprokkelen. Zo ook Christiaan Teule die een wandeling maakte in het Tenkinkbos bij Ratum. Volgens de lokale bordjes Landgoed Hesselink geheten. In ieder geval een nat loofbos met hier en daar naaldhout. Verspreid liggen enkele poeltjes en kapvlaktes, pal tegen de grens met Duitsland aan. Net na het middaguur loopt hij bij een kaalslag tegen een druk bewegend en actief op insecten foeragerend vogeltje aan, die hij determineert als een Kleine Vliegenvanger. Met overtuigende foto's voert hij zijn ontdekking later in op Waarneming.nl. Het is een zeer bizarre waarneming zelfs! Niet alleen is de Kleine Vliegenvanger in Gelderland vrij zeldzaam, met voornamelijk waarnemingen in mei-juni van zingende mannetjes, voor Nederland zou het zelfs het eerste gedocumenteerde geval voor januari zijn. Zou de vliegenvanger ergens anders in het land hebben gezeten, dan was m'n adrenaline lowlevel gebleven.
Nu het echter in Gelderland is, blijft de gedachte zich opdringen 'er eigenlijk wel graag bij te willen zijn geweest'. De volgende dag wordt de vliegenvanger laat op de ochtend terug gevonden, alleen zo'n 150 noordelijker en soms zelfs lange tijd (1,5 uur) uit beeld. Er verschijnen nu ook meer en mooiere foto's op waarneming.nl wat op een vogelaar nou niet bepaald een rustgevend effect heeft. 's Nachts kan de slaap mij niet vatten door andere omstandigheden. Wanneer ik naar beneden loop om een nachtelijk peukje te roken blijkt m'n pa ook nog wakker. Halverwege m'n peuk plopt het idee op om misschien vandaag met leden van zijn fotoclub op (be)zoek te gaan. 's Morgens gaan ma en pa eerst boodschappen inslaan en zijn daar wel even mee bezig. Aangezien ik pas laat in slaap kon vallen open ik m'n luiken ook pas weer rond het middaguur. Buiten motregent het, pa en ma zijn net terug, we bespreken wat te doen. Gewoon gaan wordt het. Hij belt rond of er leden van z'n club mee willen, ik plaats een uitnodiging op de whatsappgroep van vogelend Twente. Helaas blijkt, zoals lichtelijk verwacht door de korte termijn, niemand te kunnen, zodat we de spullen in de bus laden en om twee uur richting Haaksbergen rijden, waar we de afslag richting Oldekotte nemen en zo binnendoor via Duitsland op de Bredelerweg willen komen.

Dit plan komt niet helemaal goed uit de verf wanneer we bij een grensovergang op zo'n kilometer van ons doel geconfronteerd worden met paaltjes op de weg en niet verder kunnen. In toenemende schemering, door de grauwe bewolking lijkt deze vroeg in te zetten, rijden we verder zuidwaarts, om bij Oeding de grens over te steken en weer naar het noorden rijden. Met een kleine twintig minuten uitloop parkeren we de auto aan de Hesselinkweg, in tegenstelling tot wat ik had verwacht, pal tegenover de ingang het bos in. Dat scheelt weer! Terwijl m'n pa de bus parkeert kachel ik alvast het bos in. Het is even zoeken, dankzij een zeer goede uitleg door Roel Schwartz lukt het gelukkig toch vrij snel de plek te vinden. Waar tot mijn volgende verbazing géén enkele vogelaar aanwezig lijkt, hierdoor een twijfel over de juistheid creërend. Gelukkig blijkt de gekregen routebeschrijving zo duidelijk dat het de plek wel móet zijn: "tussen twee poeltjes door, dan gelijk links een perceel dennen en rechts een kapvlakte met berkjes. Hier foerageerde de Kleine Vliegenvanger vlak boven de grond met een soort Roodborstachtig gedrag".
Tussen de bomen door zie ik m'n vader met de kijker mij zoeken, even later lopen we los van elkaar, soms vlak achter elkaar - pa kijkt vanachter of ik iets laat opvliegen, wat ik niet merk - een paar rondjes om de kapvlakte. Het is stil in het bos. Té stil naar mijn zin: ik bedenk me dat slechts een Sijs, Geelgors, Grote Bonte Specht als eerste soorten in 2015 voor Gelderland staan genoteerd. Wanneer ik tegen een groepje, van drie a vier, boomkruipers aanloop, laat ik heel kort de zang van een Kortsnavelboomkruiper horen. Direct reageert er zingend één: de Kortsnavel is alvast binnen! Voor de rest blijft het bos zwijgen. De donkere deken boven het bos trekt zichzelf steeds verder op naar het westen, luchtvochtigheid gaat over in druppelvorm, en ik begin er naar te neigen het op te geven. Regelmatig heb je in de namiddag een kleine opleving aan activiteit bij vogels, onder andere in geluid. Lichtelijk zet ik hier op in, na het zoveelste paadje uitstruinen gaat ook deze gedachte op de loop.

Een Glanskop wordt als nieuwe genoteerd, waarna plan 'wanhoopsdaad' wordt ingezet: ik besluit een pad rechtdoor te lopen, van de wat ik denk, bekende plek af. En kom hierbij aan de 'achterkant' van het dennenperceel terecht, in een open stuk met verspreid eiken, berken en hier en daar een hulstboompje van amper een meter hoog. Vrij direct zie ik een 'KBV'-tje ('Klein Bruin Vogeltje') uit de top van zo'n hulst schieten, gevolgd door een ratelgeluidje in die hoek. Pleitte. Stilte. Zoeken! Zit ie weer! Snotverju, blijf zitten! De 'jizz' van een vliegenvanger verraad het eigenlijk al: dat móet 'm zijn! En wéér weg. En weer op de top van een tak. Vliegenvanger-profiel, draait zich om, witte staartzijdes, ringetje om het oog...
Ik loop terug naar m'n vader en trek met gehoekte arm m'n vuist naar achter en omlaag, buig iets krom en voorover. Ofwel: DÁT IS 'M!! YEAH!! De klok tikt de eerste seconden net na vieren af: 'slechts' een uur zoeken met z'n tweeën. En 'm dan óók nog terugvinden in dit druilerige weer in de schemer! We bekijken deze grote bijzonderheid met de kijker en het lukt me enkele zeer brakke bewijsplaatjes te maken. Makkelijk fotograferen laat hij zich namelijk niet. Vaak duikt hij naar de grond en verdwijnt dan in de grauwe achtergrondkleuren, om ineens verderop weer op een uitstekend takje te verschijnen. Een paar keer is z'n ratelroepje te horen, het geluid waardoor de adrenaline snel steeg. Rond kwart over vier is de vliegenvanger al weer uit beeld, opgelost tussen de bomen.
Een Zwarte Specht laat z'n prachtige harde 'pruup pruup pruup pruup' horen, niet eens zo ver van ons vandaan. Het is gelukt, de handjes zijn wat koud, maar we kunnen met gerust hart en verhoogd adrenalinepeil (mmm, tegenstrijdigheid in de zin...ach...) op de auto aan. En daar doe je het toch ook voor! Op het eind van de Hesselinkweg slaan rechtsaf: weer over Oeding rijden hoeft niet als je weet dat het korter kan. Buiten is het donker, binnen in Esnchede wacht lekkere soep, mét ballen, van moeders! Een fijn gevoel: we waren er bij in dit mooie begin van 2015! 
Kleine Vliegenvanger, Tenkinkbos, 2 januari 2015, foto Ad Postma

Ter illustratie een foto van de vogel gemaakt door Ad Postma in het Tenkinkbos op 2 januari 2015, bron waarneming.nl, waarneming Ad Postma. Hij heeft ook een opname van het geluid