De reistijd tussen acht uur vertrek en kwart over tien aankomst worden door Geert en mij vakkundig volgeklept. Alles loopt gesmeerd. Nou, bijna alles dan. Zo'n handig dashboardlampje geeft aan dat de auto dorst heeft. Bij een eerstvolgend tankstation wordt het lampje gedoofd met een litertje olie. En daar sta je dan. 's Morgens aan één of ander bollenveld in Noordholland. Nee, geen kleurig veld. Gewoon onder water gezet. Staat het normaal vol met kleurige bloemen in een polder met de minder kleurige naam Polder OT PV, nu lopen we langs kale akkers aan de Korte Ruigeweg bij het gehucht 't Zand om zo uit te komen bij een vierkant laagje water. Steltloperparadijs!
Nog twee sulky's passeren ons als we iets rapper nu de andere kant oplopen en aankomen bij de juiste plek. Hier moet het gebeuren. Op een nat bollenland voor ons lopen zo'n achtenveertig Kemphanen, zitten er wat Kieviten op de dijkjes en staat een Watersnip eenzaam alleen om zich heen te staren. Maar geen sterns of ruiter. Het licht is ook enigzins belabberd om op zo'n afstand alles goed te kunnen determineren. Terug bij de auto rijden we een klein stukje verder en kunnen dan vanaf de weg over de bollenvelden kijken. Een dertiental Goudplevieren die opvliegen en over een dijkje erachter weer omlaag schieten doet vermoeden dat hier ook nattigheid is. We rijden de Korte Ruigeweg tot aan de spoorlijn in het noorden uit om te kijken of er nog meer bollenlandjes onder water staan (nee) en draaien dan om, om dan rechtsaf via de Keinsmaweg weer linksaf de Korte Belkmerweg in te slaan.
Hier ligt inderdaad ook een geïnundeerd bollenland mét de Goudplevieren. Het licht is hier nog beroerder en na een tijd besluiten we verder te rijden. Vlak voor ik instap denk ik een Bruine Kiekendief te zien cirkelen. Een betere blik laat een mooie Wespendief zien die naar het zuiden verdwijnt. De meldingen van de Waterrietzanger bij de Bakkersdam worden nu interessant en we koersen in dertien minuten op de locatie aan. Als we aankomen loopt net Dick Groenendijk met een vogelcompaan de dijk op. Zo'n honderd meter verder blijven we staan. Naast enkele voor Waterrietzanger te donkere vogels schiet er ineens een vrij lichte laag over het rietveld. Deze goede kandidaat gaat helaas te snel en blijft ongedetermineerd. Een andere goede kandidaat schiet vlak voor ons het riet in en laat zich ook niet meer zien.
Langzaam druipt iedereen weer af en ook Geert en ik gaan weer naar de Korte Ruigeweg, de melding van twee Lachtsterns hier is mede een reden. Vlak voor we er zijn gaat de pieper van Geert. Voor de gein zeg ik 'Blonde Ruiter'. Wat ook zo blijkt te zijn!
Binnen een minuut zijn we ter plaatse en via de telescoop van een vogelaar werp ik een eerste blik op de vogel. Ondanks de toch wel redelijke afstand zijn de kenmerken goed te zien. Ook de kenmerkende 'komma'vlek op de ondervleugel is tijdens het opvliegen te zien. In eerste instantie dacht ik dat dit een nieuwe soort voor me zou zijn, thuis blijkt dat niet het geval. Vanuit alle kanten druppelen verbazingwekkend snel vogelaars binnen die zeer waarschijnlijk de hele tijd in de omgeving hebben rondgecirkeld, wachtend op dat verlossende piepje. De twee eerder gemelde Lachsterns blijken langs de Korte Belkmerweg te zijn gezien. Voor Geert een nieuwe soort, we gaan na een kwartier hier dan ook kijken. Op een dijkje staan 'sterns'. Het licht en de hitte zorgen voor een nog beroerdere situatie dan vanochtend. Een paar keer krijg ik zicht op de korte zwarte snavel. Ook het lichtere voorkomen en het iets grotere formaat wijst op Lachsterns. Als ze later wegvliegen blijkt het om drie vogels te gaan.
We rijden weer naar de Ruigeweg. De mensen die nog steeds bij de Blonde Ruiter staan hebben de sterns gelukkig ook gezien. Ze blijken doorgevlogen te zijn. Het aantal mensen is ondertussen gegroeid.
Er wordt wat afgekletst tot het moment dat er vanuit het westen weer drie sterns aan komen vliegen. Ook dit blijken Lachsterns. Één vliegt er schitterend pal over ons heen, de andere twee landen op het bollenveld en laten zich redelijk mooi bekijken. Geert en ik besluiten vanuit het zuiden op de plas te gaan kijken vanwege het licht en even later komen we weer langs de drafbaan. In een groep Kokmeeuwen op een weiland naast het bollenveld staat een Lachstern. Af en toe is de kop te zien tussen de Kokmeeuwen. De rest van het lijf is verscholen in het hoge gras. Een paar keer vliegen de ongeveer honderd aanwezige Goudplevieren, Kemphanen en Kieviten op. We kunnen niet ontdekken waardoor. Twee Bruine Kiekendieven vliegen naast ons over een akker.
Rond kwart over vijf zetten we toch nog een poging in om een Waterrietzanger te zien te krijgen. Als we aankomen zijn we de enigen. De wind is nu gaan liggen en de zangactiviteit is zo te horen wat toegenomen. Redelijk ideale omstandigheden.
We zetten ons op de dijk en wachten. Terwijl ik Geert net het roepje van de Waterrietzanger heb uitgelegd komt er vlak voor ons een interessant vogeltje in het riet zitten. Na snel de kijker voor de ogen te hebben gezet komt een prachtige beige wenkbrauwstreep in beeld. En als de kop wordt gedraaid verschijnt ook een brede beige middenkruinstreep! Waterrietzanger! In plaats van, zoals verwacht, naar beneden te verdwijnen, klimt de rietzanger de rietstengel op en laat zich ongekend mooi bekijken. Ook na naar een andere stengel te zijn gevlogen kruipt de vogel weer omhoog en gaat zelfs zachtjes zitten zingen. Kippenvel kruipt bij mij omhoog. Het roepje hoef ik ook niet meer uit te leggen, het is regelmatig te horen nu.
Na een trage start, met zelfs de verwachting dat het op een deceptie zou uitlopen, sluiten we de alsnog tot een grandioos uitpakkende dag af met een frietje in Camperduin. Op de terugweg doet de richtingaanwijzer weer eens eigenwijs en tikt wanneer we niet hoeven af te slaan. Ach, we nemen het voor lief.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten