Om de vindkans wat te vergroten loop ik naar de grote plas om te zien wat daar rondhangt. Ver op het water dobberen nog meer meeuwen. Maar Grote Sterns dobberen, voor zover ik weet, niet. Dus wordt alles wat vliegt afgescand. Dit zijn een Kleine Mantelmeeuw en enkele Kokmeeuwen. Met een omweg loop ik weer naar de kleine plas. In een strook struiken zingt een Tjiftjaf, een lading Boerenzaluwen scheert soms schitterend rakelings langs me heen. Twee Lepelaars glijden en flappen statig door de lucht naar het zuiden. Even lijken ze te willen gaan landen bij de nieuwe afgraving aan de zuidkant van de Maas, ze vliegen uiteindelijk toch door.
Menno en Mark, die later aan komen lopen, hadden nog een Boomvalk. Langs de nevengeul van de Maas roepen een paar Oeverlopers. Met z'n drieën lopen we over het kruidenrijke schiereiland naar het westen. Aan het eind heeft zich ook een groep meeuwen verzameld, misschien dat de Grote Stern hier tussen staat. In de ondergaande zon is het heerlijk wandelen, alleen de wind staat nog stevig op stand 4.
Aan het eind hangen tientallen Kokmeeuwen, een tiental Stormmeeuwen en een drietal Aalscholvers rond. Langs de rand foerageren Blauwe Reigers. Bij het opvliegen van de meeuwen pikken we er één stern uit, een Visdief. Van z'n grote broer geen spoor.
Langzaam lopen we terug, de wind is afgezwakt en terwijl de zon gaat slapen pik ik nog snel de Scholekster bij de kleine plas mee die Menno en Mark al eerder zagen. Een groepje Roeken steekt de Maas over. Helaas niet gevonden waar we naar zochten, wel weer een heerlijk uitwaaimoment. En weer eens te ervaren hoe leuk deze plek eigenlijk wel is! Op de jagers bij het meest vogelrijke deel na dan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten