woensdag 29 april 2009

12:53, sms: '2 steltkluten kaliwaal via bekhuis'

Vanochtend ondanks dikke ochtendnevel een leuke ochtend gehad. 's Middags klaarde het op en besloot ik nog 'even' de Ooijpolder in te duiken om te zoeken naar onder meer het Paapje. Langs de Persingensestraat is het 'rustig': her en der Roodborsttapuiten, zingende Veldleeuweriken en groepen Houtduiven. In de hoop een Ortolaan te vinden loop ik een ruige akker af, zonder resultaat. Oké, een paar Grasmussen en een paartje Torenvalken is altijd leuk om van dichtbij te bekijken. Op de kruising met de Koudedijk sla ik linksaf, maar bedenk me, fiets terug en sla af naar Persingen: toch even naar de nieuwe plasjes in de Polder van Beek kijken. Hier zitten een Kleine Plevier, Witgat en enkele Kieviten. Terug naar de Koudedijk. Op de hoek zit nu een man Roodborsttapuit te zingen en een paar meter verder laat een pracht van een man Blauwborst boven in het riet z'n beste kunnen op vocaalgebied horen.

Halverwege de Koudedijk sla ik een 'natuurpad' naar het oosten in, de laatste keer dat ik hier was zaten er Tapuiten. Nu zitten er Graspiepers en Houtduiven. En natuurlijk een man Roodborsttapuit. In de lucht cirkelen 19 Kleine Mantelmeeuwen die net van een akker opgevlogen waren. Via de Leuthsestraat en Kruisstraat, waar ik nog een Pimpelmees mee pik die z'n nest in een holte in een fruitboom heeft en een Ringmuspaar een nestkast bezet, rij ik naar de Bisonbaai: helemaal leeg. Ik besluit langzaam weer naar huis te fietsen via de Langstraat. Halverwege in een meidoorn zit een Nachtegaal op een paar meter voor me hard te zingen. In de hoop een plaatje te kunnen maken wacht ik, krijg de vogel ook prachtig in beeld, maar een foto zit er niet in.

De Zomertortels zijn terug in het land, op de Paardeweide krijg ik ze helaas nog niet te zien. Wel hoor ik verschillende Tuinfluiters, een Groene Specht, Kneutjes, Zwartkoppen en geniet van een paartje Torenvalk. Op drie plekken om me heen hoor ik Nachtegalen zingen. Bij het huis aan het westeind van de Langstraat zingt nog steeds een Gekraagde Roodstaart. Zittend op de dijk bij Tiengeboden een telefoontje van Jouke van der Zee. Of ik nog tips voor een middagje vogelen heb. Geen idee, het lijkt rustig. We spreken af later nog weer eens contact te hebben. Ondertussen zie ik eindelijk weer eens de Pijlstaart die hier al geruime tijd bivakkeert, er vlak voor dommelen twee mannetjes Smienten. In de modderige vegetatie staan Grutto's en Tureluurs. De twijfel tussen terugfietsen over de dijk langs de Oude Waal of langs de Zwarteweg en Vlietberg wordt weggenomen door de gedachte dat er nu best wel leuke slikrandjes langs laatste locatie liggen. Aan het begin van de Zwarteweg, in de hoge wilgen, zingt een Boomkruiper, Bij de slikjes is het helaas toch rustig. Nog steeds dezelfde Grutto's en Tureluurs, nu met Kleine Plevier, een Zomertaling en een zingende Braamsluiper.

De Vlietberg fiets ik langzaam voorbij, te droog, en ik wil naar de Stadswaard, Paapjes moet toch een keer lukken. Niets.

Dan krijg ik om 12:53, net op het moment dat ik rechtsaf op de dijk naar huis moet, een sms: '2 steltkluut kaliwaal via bekhuis'. Wat krijgen we nou?! De rustige middag wordt ruw verstoord door de melding van een tweetal schitterende zeldzame steltlopers in ons werkgebied. Ik bel gelijk de afzender, Jos van Oostveen op, voor meer informatie en de vraag of hij die kant op gaat. Hij kan pas later, een snelle berekening maakt duidelijk dat ik er sneller ben. Ondertussen probeer ik meerdere keren Jouke achter zijn lunch vandaan te halen, maar die blijft onbereikbaar. Gebogen over het stuur, telescoop in de ene hand, telefoon in de andere, terg ik mijn inmiddels fragiele fiets tot het uiterste. Voor het dorp Ooij heb ik een standaardsms met informatie naar diverse mensen gestuurd en diverse mensen gebeld om de waarneming door te geven.

Bij de Kaliwaal is nog niemand, ben de eerste. Ik moet het hart uit m'n keel halen na de fietstocht en de spanning van het wel of niet weervinden. In de plasjes vooraan zit niets. Als ik naar de rand van de grote plas kijk, zie ik tot grote blijdschap één Steltkluut lopen. Die even later achter een oeverwal verdwijnt...Maar er zit er in ieder geval nog één! Een paar minuten later komt Gerard van Aalst langs, die klaar stond om naar de Alphenheggemus te gaan als deze weer werd gemeld en deze melding voorbij zag komen. Ondertussen heb ik ook de tweede vogel gevonden, die verderop langs de oever loopt. Al kijkend door de telescoop bel ik mensen om te bevestigen dat de vogels er nog zitten. Zo wordt de waarneming ook op de mailgroep van de Gelderse vogelaars geplaatst. Langzaam druppelen de mensen binnen. Hoewel enigzins ver zijn de Steltkluten mooi te bekijken. Verbazingwekkend hoe snel ze zich langs de oever bewegen. Een naderend klein bootje doet onze harten sneller kloppen: wat zouden de vogels doen? Gelukkig trekken ze zich er Toch vliegen ze tot onze schrik even later op, om achter de oeverwal te verdwijnen. Uit beeld.

Dan ziet de inmiddels ook gearriveerde Jouke de vogels ineens een stuk rechts vliegen. Ze zouden toch niet....? Ze vliegen gelukkig en tot nog grotere vreugde van ons naar het kleine plasje vlak langs de weg. Langzaam lopen we erheen, installeren ons op de dijk en kunnen zo getuige zijn van een korte paringsdans gevolgd door een paring. Schitterend! Daarna lijkt het of ze niets van elkaar moeten hebben en foerageren een flink eind uitelkaar. Om later toch weer naast elkaar te eindigen om een synchroonpoetsbeurt uit te voeren, een zeer kort uiltje te knappen, hierbij gestoord door een Lepelaar en daarna weer verder te gaan met eten zoeken.

Langer dan gepland blijf ik hangen, tis ook zo gezellig! Aan het eind van de middag fiets ik met Jeroen Veeke naar Nijmegen, thuis geniet ik nog uren na via de foto's.

Zoekactie Noordse Sterns de mist in

Na het Noordse Sternengeweld gisteren in ons werkgebied, waarvan ik op het Grote Grindgat van Weurt twaalf vogels mooi kon bekijken,vanochtend vroeg weer die kant opgegaan, kijken of er nog iets is blijven hangen. Gisteravond bleek al dat de meeste sterns uiteindelijk doorgevlogen waren, maar je weet nooit. In het ietwat heiige ochtendgloren cirkelde een Slechtvalk rond de pijp van de EPONcentrale. Altijd een schitterend gezicht! Na na de sluis rechts de dijk opgedraaid te zijn fiets ik bij het grindgat een tapijt van mist in. Ik heb nog enig zicht, naarmate ik dichter bij het water komt wordt de deken dichter en moet ik het hebben van wat er vlak voor me gebeurd of wat ik hoor.

Na de fiets tegen een paaltje op het einde van de dijk geparkeerd te hebben loop ik de Weurtse Plaat op. Twee Patrijzen schieten al snel vlak voor me weg, het gras verderop induikend. Flarden witte hoge luchtvochtigheid schieten als watervrezenden van de Waal af en duiken over de dijk het grindgat op. Ik spits de oren om te luisteren of er misschien sterns roepen, het blijft echter stil op het water. Graspiepers schieten voor me uit, ergens boven me roepen Zilvermeeuwen. Een Gele Kwikstaart roept onvindbaar ergens vlakbij. In een bosje links van me zingen Zwartkoppen, Fitis, Grasmussen, Putters en een Vink, laag over het land duikt een Buizerd weg. 'Ergens' roept een Groene Specht, de zingende Rietgorzen met hun bruine koppies boven in de struiken zijn makkelijker te vinden. Langs de waterrand van het grindgat schieten drie Oeverlopers laag roepend over het wateroppervlak, een paar Scholeksters maken iets meer kabaal. Her en der steken de bruine koppies van de Grauwe Ganzen boven het gras uit. Halverwege de plaat zie ik een plompe plevier langs de rand staan. Zal dat de Zilverplevier zijn die gisteren ook werd gezien? Voorzichtig iets dichterbij sneakend om een iets helderder beeld te krijgen vliegt de grijze vogel toch op om vrij snel weer op de rand te gaan staan. Inderdaad de Zilverplevier! Ik pak de telescoop en ga er eens lekker voor zitten om te genieten van deze regionale bijzonderheid én nieuwe jaarsoort.

De eveneens gisteren gemelde Bontbekplevier lijkt gevlogen en heeft plaats gemaakt voor een Kleine Plevier die onopvallend met korte rukjes over de oever voor me uitloopt, om dan met een boogje om me heen weer achter me te landen. Een tweetal Tureluurs scharrelt mee. Dan hoor ik het geluid van een stern en uit de mist doemen er twee op en gaan op een paaltje in het water staan. De contouren verraden een stern, het geluid dat het een Visdief is. Een vierde Oeverloper zit bijna aan het eind van de plaat. Een geul ligt als onoverbrugbare hindernis, althans niet zonder droog te blijven, tussen grindgat en Waal en zorgt dat ik me omdraai en terugloop. Grasmussen krassen her en der. In een bosje tegenover de geul kleppert een man Braamsluiper, geflankeerd door een zingende Gekraagde Roodstaart. Op de terugweg zit de Zilverplevier er nog steeds. Met een klein boogje loop ik er om heen en wandel naar de andere kant van de plas, bij de dijk. Ik struin door wat dichte bosjes, je weet nooit wat je treft. Een Staartmees hangt in de bomen boven een groep Huismussen die met pluisjes in de bek naar het dorp vliegen. Langs het water zit wederom een tweetal Tureluurs en een Gele Kwikstaart houdt me in de gaten vanaf een paaltje.

Aan het eind van de plas draai ik weer om en loop langs de waterrand terug. In hetzelfde bosje van net aangekomen hoor ik een kenmerkend geluid: 'biet'. Vlak er achteraan klinkt een voorzichtig gezang. Een Bonte Vliegenvanger! Leuke plek voor deze soort, gezien de locatie zal het echter een doortrekker zijn. Ik zoek even en heb later het bruine mannetje in beeld. Langzaam loop ik naar de fiets, genietend van de rust en de stilte, geluiden worden gesmoord in het dikke pak mist. Hierdoor zijn de geluiden dichtbij veel intenser en voordat ik m'n fiets pak blijf ik nog even staan voor een momentopname.

zondag 26 april 2009

Jodelahitie vanaf het kuilvoer

Deze ochtend sta ik al vroeg naast m'n hoogslaper. Buiten is het bewolkt en mijn plan bestaat uit het zo snel mogelijk in de Millingerwaard zien te komen vóór het eventueel gaat regenen en dan langzaam terug te gaan. Langs de Oude Waal staat een groepje vogelaars, blijkbaar één of andere excursie. Ik trap gestaag door en kom rond zeven uur bij de Kaliwaal. Hier las ik een korte pauze in, om uit te blazen en te genieten van een Lepelaar vooraan in de plas. Op de slikjes lopen een Kleine Plevier en een Groenpootruiter, twee Blauwborsten zingen verderop op de grote ruigtevlakte voor de picknickbankjes.
Iets verder langs de dijk zit op het dak van een boerderij verscholen onder een vrijliggende nokpan een Steenuil te doezelen. In de Millingerwaard tref ik van alles aan: Sprinkhaanzangers, Roodborsttapuiten, Zwarte Stern, twee Visdieven, Kleine Plevieren,Tuinfluiters, Oeverzwaluwen, een Havik, enzovoorts, maar weinig echt bijzonders. Vanuit Kekerdom rij ik naar de Zeelandsestraat, waar een Kleine Karekiet onderin een houtwal zingt, beetje gekke plek, en via Leuth weer naar de Kaliwaal en de Erlecomse Waard, waar ik Mark Wilkinson aantref.

Ik zit net lekker langs de dijk met Mark te kletsen, waarbij hij me nog wijst op een Bosruiter en een Groenpootruiter, als ik een telefoontje krijg van Geert Lamers: 'er wordt een Alpenheggenmus gemeld bij Eibergen op een boerenerf'! Wat moet ik daar nu weer van denken? Geert heeft niet meer informatie, maar wat beschikbaar is lijkt aardig te kloppen. Ik hang op met de mededeling één en ander verder uit te zoeken en bel Arjen Poelmans, die hopelijk meer mensen kent uit die regio. Hij vertelt dat er een bekende van hem is gaan kijken en ook afwacht. Ondertussen komt het bel en smsverkeer op gang en Geert krijgt het al behoorlijk op de heupen en wil gaan rijden. Mij zit het nog niet helemaal lekker en wil dan ook nog heel even nieuwe informatie afwachten. Vorig jaar ben ik in één week tijd twee keer op en neer geweest naar Vlieland voor deze dwaalgast en beide keren greep ik er goed naast.
Niet veel later krijg ik Arjen weer aan de lijn: de vogel is teruggevonden en het gaat inderdaad om een Alpenheggenmus!!!

Met Geert spreek ik af dat hij over een half uur bij mijn huis is, Mark heeft wel zin in deze twitch en fietst met me mee. Na thuis nét een kop koffie klaar te hebben, dat was wel even nodig na de vroege start vandaag, staat Geert al voor de deur. De koffie wordt rap weggewerkt waarna we ons in de auto proppen. Tomtom navigeert ons door het heerlijke Achterhoekse landschap, eerst over de autobaan en dan via provinciale en landwegen naar de Zwilbroekseweg 5 bij Eibergen. Verschillende mensen hangen onderweg aan m'n telefoon en vlak voor we aankomen bel ik op de gok Aart Vink, die er gelukkig al blijkt te zijn, voor laatste informatie. De vogel foerageert rustig op een kuilvoerhoop en lijkt geen aanstalte te maken stante pede te willen vertrekken.
Vijf minuten later schuiven we in een vrij gewoon boerenlandschap aan bij een meute vogelaars naast een boerderij, telescopen en kijkers gericht op de inmiddels bekende hoop van amper anderhalve meter hoog. En daar zit ie! Op het klaarblijkelijk hoogste punt in de omgeving zit een werkelijk ongekend prachtig getekende Alpenheggemus in zijn eigen ruige Alpenweitje een lunch naar binnen te werken. Voor mij is het een dubbel groot feest door het treffen van mensen uit mijn vroegere Twentse vogeljaren. Zo spreek ik, helaas kort, iemand die ik zeker twintig jaar niet heb gezien, maar feilloos op naam weet te brengen.

Het is slechts zelden dat ik een vogeltje van zo'n formaat zo mooi getekend heb gezien. Hij is iets forser dan de in Nederland voorkomende Heggenmus en doet wat denker aan een pieper. De potloodgrijz grondkleur is op de rug met zwarte lengtestrepen bedekt, over de buik lopen zware roestroodbruine strepen. De zwarte snavel met gele mondvlek zit boven een mooi wit slabbetje, voorzien van fijne zwarte streepjes. Een zwart kraaloogje kijkt je onschuldig aan.

Rond drie uur wordt het constante gepik door de vogel afgewisseld met een bezoekje aan een nog hoger punt, de schoorsteen van de boerderij. Hier blijft de vogel een paar minuten zitten, waarschijnlijk om er achter te komen dat die hoop toch echt de hoogste alpenwei is die er in de buurt is te vinden. En vliegt later dan ook weer naar de grond. Waar we verder kunnen gaan met het bewonderen van deze alpine soort. Echt schuw is de vogel niet en laat zich tot op een tiental meters benaderen, vanaf waar we rustig op een rijtje elkaar aankijken. Deze betrekkelijke rust wordt even onderbroken door de brul 'Zwarte Wouw!' en het bezig zijn om de langzaam overcirkelende roofvogel te vinden. Eerst heb ik zelf ook een roofvogel ver weg in beeld, maar de wouw blijkt dichterbij te vliegen dan ik dacht en pik deze later dan toch nog mooi mee. Ondertussen zingen een Braamsluiper en Gekraagde Roodstaart rond de boerderij rustig door.

Door de vele bekenden en het niet kunnen loslaten van deze ongelofelijk mooie soort, wordt het stiekum toch half zes. Met z'n drieën laden we onze spullen in de auto en bel ik naar huis dat ik er aan kom en we zo kunnen eten. Nog één keer kijk ik om. En bedenk me dan, dat het voor passerende mensen er wel érg grappig moet hebben uitgezien: veertig mensen die met kijkers naar een kuilvoerhoop staan te turen. Die zijn getikt...

zaterdag 25 april 2009

Gewoon een fijn plaatje: Bisonbaai

Na 's morgens een flink eind gefietst te hebben naar de Kraaijenbergse Plassen en via Malden, waar ik zowaar een adult zomerkleed man Grauwe Kiekendief naar oost zag vliegen, weer naar Nijmegen. 's Avonds nog even richting Bisonbaai om ergens in de polder een Zwarte Stern te vinden, een nieuwe jaarsoort in ons werkgebied.

En dat lukte bij de Bisonbaai.En wat een mooi plaatje van deze plas opleverde, waarboven een viertal Visdieven en twee Zwarte Sterns rondvlogen. Maar dat is niet te zien op de foto.

zondag 19 april 2009

Dagje veld eindigt met Velduil

Zes uur. M'n wekker gaat af. Ik doezel nog wat en spring er dan uit. Altijd weer gevaarlijk met een hoogslaper. Koffiezetapparaat aan, spullen klaarzetten en bammetje maken. Na een half uur ben ik klaar en wacht op Jouke van der Zee, die me zo komt oppikken om naar Princepeel te gaan waar al een paar dagen een Velduil is gemeld. Ik kijk op de klok thuis: 5:42. Huh? Wat is hier gebeurd? Blijk ik het afgaan van de wekker gedroomd te hebben en ineens nog flink wat tijd over te hebben. Op Waarneming.nl kijk ik of er gisteren nog iets leuks is gezien waar we eventueel nog heen zouden kunnen en wandel om de tijd te doden een klein rondje in m'n buurt. Dit levert in ieder geval alvast een overvliegende Sijs naast m'n huis op.

Om kwart over zeven rij ik met Jouke naar Princepeel. Bij Haps zitten Roeken langs de weg, altijd leuk voor de daglijst en even later parkeren we de auto op de veldweg waar we moeten zijn. Veel Gele Kwikstaarten, zingende Veldleeuweriken, Kieviten, een drietal Grutto's en twee Wulpen vullen ons lijstje. Jouke vind nog een man Roodborsttapuit. Maar geen Velduil. We wachten zo'n tweeënhalf uur zonder een uil en vermaken ons met het maken van foto's van de Gele Kwikstaarten. We hebben nog wat tijd en besluiten naar het Nieuwe Heerenven op de Hamert te gaan.

Bij 'het hek' aan de Heerenvenweg maken we halt en kijken over het ven. Het is 'rustig': een zestal Zwarte Ruiters, enkele Groenpootruiters, Kleine Plevieren en een Kemphaan weten we aan steltjes in het tegenlicht te determineren. Vanuit de bosjes klinken Gekraagde Roodstaarten, Koekoek, Boompieper, Fitis en Grasmus. Een Kleine Bonte Specht roffelt links in een bos en recht tegenoverons roept een Zwarte Specht. Huiselijke zaken zorgen er voor dat we terug naar Nijmegen rijden. We maken een principeafspraak voor het begin van de avond om wederom de Velduil te proberen. Later op de middag maken we hier half zes van.

Thuisgekomen fiets ik snel een rondje over de stuwwal bij Berg en Dal en door de Ooijpolder. Op beide plekken is het rustig, op de stuwwal tikt een Appelvink en tot de Erlecomse Waard kom ik weinig bijzonders tegen. Dan vliegt binnendijks een roofvogel in glijvlucht naar het oosten. Zwarte Wouw! Dat is dan wel weer erg leuk. Bij de Erlecomse Waard kom ik Mark Wilkinson tegen, die me wijst op twee Oeverlopers, een nieuwe jaarsoort. Een paartje Kleine Plevieren is nog steeds aanwezig, een Groenpootruiter speelt verstoppertje, maar loopt later toch m'n telescoop in. Bergeenden en Tureluurs lopen de kantjes er van af. In de Waal dobbert een adult Grote Mantelmeeuw, op het strandje er voor staat een club Wulpen. Peter Hoppenbrouwers maakt even een korte stop en fietst later door.

Na met Mark afgesproken te hebben 's avonds mee te gaan ga ik vlak na Peter ook door richting huis. Langs de Waal ter hoogte van het dorp hoor maakt het gebrabbel en gezang me attent op een mannetje Blauwborst. Opmerkelijke locatie, ze lijken nu 'overal' in de Ooijpolder te zitten. Via de Hezelstraat en de Oude Waal kom ik aan bij de ijskraam op de dijk ter hoogte van de weg naar de Vlietberg. Hier staan Harvey van Diek en vriendin en Peter weer. In de korte stop die ik ook even maak hou ik de lucht contstant in de gaten, die Gierzwaluwen waar ik de hele dag al op hoop moeten toch een keer langskomen. Wat een drietal dan ook binnen een paar minuten doet. Heerlijk die zwevende halve maantjes door de lucht. Vanaf de ijscoboer('in' eigenlijk) horen we iets verderop in een rietsloot binnendijks een Blauwborst zingen, een nieuwe locatie dit voorjaar voor me. Gaat lekker met die soort! Mark komt ook aanfietsen maar mist ze net. Samen fietsen we een eind op. Thuisgekomen regel ik nog het één en ander, gooi een hap eten naar binnen en hoef dan nog maar even te wachten tot het half zes is.

Mark komt iets voor half zes bij me en niet veel later pikt Jouke ons op, zodat we rond zes op de inmiddels bekende plek staan. We zijn de eerste mensen en wachten op wat komen gaat. Gisteren vloog de uil al vroeg, hopelijk nu weer. Er komen meer mensen en met een babbel en genietend van de zingende Veldleeuweriken brengen we de tijd door. In een veld achter ons horen we jonge Kieviten, later zien we er één over een akker ploeteren. De drie Grutto's blijken er vier te zijn en de Gele Kwikstaarten vliegen nog steeds actief rond. Een noordwestwaarts vliegende valk blijkt m'n eerste Boomvalk voor dit jaar te worden. Nog meer mensen, voornamelijk van de Vogelwacht Uden, arriveren, maar van de uil nog geen spoor. Een dikbuikige valk vliegt stevig door naar wederom het noordwesten en blijkt een man Slechtvalk te zijn. Iets later volgt een Torenvalk dezelfde weg. Twee Wulpen maken een rondje over de velden.

De Veldleeuweriken zingen stevig door. Verder niets van iets wat lijkt op waar we voor staan te wachten. Rond kwart voor negen geven we het op. We gaan. Ik weet niet waarom, maar kijk tijdens het wegrijden in m'n telefoon of ik het nummer van Carel van de Sanden heb. Een voorgevoel? Nagenietend van een zwoele lenteavond, maar toch lichtelijk teleurgesteld rijden we naar huis. Net op het moment dat we Mill binnen rijden gaat m'n telefoon, het schermpje laat de naam 'Carel' zien. Aiaiai, zul je het hebben. 'Hij vliegt nu net op!' krijg ik te horen. Krijg nou wat! Resoluut draait Jouke de auto om en spoeden we ons terug.

Het is inmiddels behoorlijk gaan schemeren, maar als we op de veldweg aankomen blijken de mensen van net er nog te staan. Terwijl ook zij net het plan hadden te vertrekken, vloog de Velduil ineens op. Precies waar we stoppen wijst Carel naar een akkerrand bij een sloot. Ik zie het bruine koppie al en niet veel later kijk ik in het serieuze witte gezicht van de Velduil. Zie ik daar een lichtelijke grijns rond z'n snavel? 'Gotcha!' hoor ik 'm denken. Het avondlicht verdwijnt van het gezicht van de uil en hij verwordt tot een bruin propje in het veld. Jouke weet toch nog enkele leuke plaatjes te maken. Vlak voor we wegrijden 'schrik' ik nog even van iets rechtopstaands in het veld. Zou het? Het blijkt een klein paaltje te zijn. De stopactie levert nog wel twee heimelijke Patrijzen langs de rand van een akker op. Behoorlijk opgelucht dat de avond toch nog geslaagd is rijden we naar huis. Een heerlijk eind voor een geweldige dag in het veld.

woensdag 15 april 2009

Boemelen rond het Bemmelse

Na de afspraak van tien uur in Nijmegen afgerond te hebben spring ik nog even op de fiets. Een rondje aan 'de overkant' lijkt me wel wat en waag me over de Waalbrug heen. Een adult Kleine Mantelmeeuw zit letterlijk en figuurlijk graag in de schijnwerpers en kijkt me met een schuin koppie wantrouwig aan vanaf een lamp aan de zijkant van de brug. Bij de Lentse Waard friemel ik m'n telescoop eerst maar eens in elkaar. Dat ik nog steeds niet goed geleerd heb dit te doen vóórdat er iets leuks voorbij vliegt zal me nu niet aangewreven kunnen worden. En dat gebeurd dan ook snel. De witte cirkelaar in de lucht is zeer waarschijnlijk dezelfde Lepelaar, welke ik vanochtend bij de Oude Waal zag. Een pleviertje ligt wat moeilijk te doen door in het tegenlicht te gaan staan. En tegenlicht is ook licht, want onweer is ook weer. Het zal 'gewoon' waarschijnlijk wel om een Kleine gaan, maar je weet nooit. Langzaam zak ik de dijk af en uiteindelijk kijk ik door het zwarte oog van m'n scoop naar het gele ringetje rond het oog van de plevier. Een Kleine zal het zijn. Naast een viertal Tureluurs kunnen er bij die ene plevier nog drie opgeteld worden. En onderwijl iedereen over de dijk scheurt liggen ondermeer de Bergeenden, Scholeksters en Grauwe Ganzen lomig langs de waterrand. Een Groene Specht claimt zich lachend het populierenbosje binnendijks toe.

Bij restaurant Sprok klinkt een helder 'pjuu'. Een blik in de lucht blijft kleven aan twee Goudplevieren die laag naar het westen scheren. Dan het fietshekje door en rechts de dijk af. Het ge'tjek' van Ringmussen klinkt vanuit een Meidoorn en laat me remmen. Wat een beauties zijn het ook. Langzaam word ik meegevoerd en uiteindelijk sta ik zestig meter verderop bij een dijkhuisje waar ze blijkbaar onder de dakpannen broeden. De druktemakertjes roepen wat af en schieten van het dak af, om later in een spectaculaire achtervolging er weer op te eindigen. Een mannetje gaat vlak naast me langdurig in een boompje zitten kwetteren en laat zich zo prachtig bekijken. Om niet bevangen te raken door alles wat z uitvreten en me hierdoor vasthouden op deze plek, dwing ik mezelf om verder te fietsen. Zo'n 200 meter verder zit weer een groepje Ringmussen in een boom, maar nu wordt de aandacht vastgehouden op baltsende Grutto's in de weilanden links van me. Er zit een 'aardig' clubje, althans voor deze regio, wat lijkt op potentiële broedvogels. De hier en daar boven het gras uitstekende bruingrijze kopjes horen bij de Tureluurs, waarvan er ook een leuk aantal zitten. En met de drie rond een weiland tegen elkaar opzingende Gele Kwikstaarten en de man Roodborsttapuit verwordt dit gebied tot een heerlijk klein paradijsje waar ik dan ook nog even blijf hangen om het genieten. In een ruig terreintje tegen de steenfabriek aan iets verderop langs de dijk zit nog een paar Roodborsttapuit.

Een zingende Zwarte Roodstaart had ik wel verwacht bij de steenfabriek, ik mag het doen met Zwartkoppen, Grasmussen en wederom een paar Ringmussen. In de bocht op het eind van de dijk zit links op een plasje een Knobbelzwaan. Het vrouwtje zal waarschijnlijk wel iets met Pasen en eitjes aan het doen zijn. Ze is er in ieder geval niet. Bij de kunstenaar op de hoek sluipert een Braamsluiper door de bramen. Na de grote dijk weer rechts opgereden te zijn, vliegt een Tureluur op vanaf een plasdrasje waar zo te zien straks geen eer meer aan te behalen is en een beter oord wellicht handiger zou zijn. Vanaf de afrastering onderlangs de dijk zingen Putters en Kneutjes, enkele Zwarte Kraaien spelen molshoopje in de uiterwaard.

Ze staan er niet voor niets, vanaf een bankje tegenover het gehucht Kommerdijk ga ik er dan ook eens lekker voor zitten om de plas in de Gendtse Polder te scannen. Wederom Scholeksters, Tureluurs, Kleine Plevieren en een baltsende Grutto. Gele Kwikstaarten verzorgen het achtergrondmuziekje, een tweetal Grote Canadeze Ganzen zet hun tubageluid in. Het muziekje is waarschijnlijk bedoeld voor twee jonge Geelpootmeeuwen welke aan tafel zitten en zo te zien vis hebben besteld. Als kelners hippen twee Witgatjes om de meeuwen heen. Na de gedachte de vogels rond de plas nu wel gezien te hebben kuier ik verder, rechtsaf de weg met de unieke naam 'Polder' in. Hier bekijk ik het tafelreeltje van de meeuwen vanaf een andere kant. En zie nu ook een Groenpootruiter rondhobbelen. Of net binnengevallen, of heeft net 'om het hoekje' gelopen, in ieder geval nu alsnog gesnapt. Bij de steenfabriek zet ik voor de laatste keer de scoop op z'n pootjes en verbaas me over het flinke aantal Bergeenden op en langs de plas waar ik over kijk. Zo'n achttien zeker. Maar inmiddels weten we hoe het zit met 'hoekjes' en zo. Een man Zomertaling krijgt op het water op z'n donder van andere vogels, waarschijnlijk zitten de vijf Smienten daarom op de oever.

Hierna is het mooi geweest. De telescoop gaat de rugzak in en in stevige tred gaat het terug richting Waalbrug. Maar niet zonder tussentijds nog in de Bemmelse Polder een Tafeleend, enkele Kolganzen en ander spul opgerold te hebben. Over de Ambtswaard vliegen drie Ooievaars naar het noorden, niet veel later vlieg ik over de brug naar het zuiden.

Tussen zes en tien is altijd wat te zien.

Tien over half zes stond ik vanmorgen aan de buitenzijde van de huisdeur. Rustig fiets ik naar de Ooijpolder en laat me, voor zover het mogelijk is, langzaam langs de benevelde Oude Waal waaien. Ware het niet dat ik af en toe lichte tegenwind heb. Bij Tiengeboden sla ik de Hezelstraat in. Alles zingt al volop en ik hoor aan het begin van de straat, de westkant, twee Sprinkhaanzangers, twee Blauwborsten, een Nachtegaal, Dodaarzen, twee Waterrallen en de nodige Zwartkoppen, Fitissen en Tjiftjaffen. Waarschijnlijk dezelfde Koekoek kom ik eerst hier roepend tegen en later langsvliegend bij de Zwarteweg. Halverwege de Hezelstraat zingt een Rietzanger een duet met een Kleine Karekiet in een rietveld. Na tot aan de oostkant alles beluisterd te hebben fiets ik terug, sla rechtsaf de Ooijse Bandijk op en dan links de Zwarteweg in. In de verte zie ik in de nog nevelige en donkere ochtend een opgericht, nou ja, meer een wit hoopje, bij de Cilieboer staan. Dit blijkt de Lepelaar te zijn die gisteren werd gemeld en nu met een druipende loopsnavel wakker wordt. De adulte vogel poetst z'n witte pak en headbanged een paar keer, wat een mooie wapperende kuif in de ochtendnevel oplevert. Iets voor zeven is het mooi geweest en vliegt ie naar het westen.

Hoewel m'n verwachtingen behoorlijk hoger lagen door de voorspelde zuidoostenwind, blijkt er weinig trek te zijn. Althans zichtbare dan. Zo komen er 'slechts twee Kepen en evenveel Boompiepers, groepjes Graspiepers en ander klein spul noordoostwaarts langsvliegen. Op de plasdras langs de Zwarteweg zit een grote groep Grutto's, waarvan zeker 100 exemplaren tot de IJslandse ondersoort behoren. Solitair, in tweetallen of met kleine groepjes vliegen ze onder luid afscheid laag over de dijk weg naar het oosten. Een Zomertaling, paartje Tafeleend, de immer solitaire Knobbelzwaan en twee Pijlstaarten vallen ook nog op tussen het groene gras. En dan eindelijk hoor ik ook weer eens dat bekende heerlijke geluid: een IJsvogel speert vlak voor me langs en duikt een rietsloot in. Een tijd sta ik hier te luisteren en kijken, genietend van de inmiddels langzaam opkomende zon. Ik fiets nog even naar de klaphekjes verderop langs het pad, draai daar om, fiets terug en loop de dijk over, om dan de Langstraat in te steken. Bij een boerderijtje op de hoek zingt hoog in een boom een man Gekraagde Roodstaart. Ik maak wat foto's en geniet van het heerlijke geluid van dit schitterende vogeltje. Na tien minuten fiets ik een klein stukje verder, parkeer m'n vehicel tegen een paaltje en kachel de Paardewei op. Hier is het een drukte van jewelste door zingende Kneutjes, Grasmussen, Fitissen, tiekende Zanglijsters, Braamsluipers, Nachtegaal en Heggemus.

In een uithoekje, achter de SBBboerderij, kijk ik eens langer naar een Turkse Tortel en dat levert ook nog een geinig plaatje op. Langs de rand aan de Langstraat zingen twee Nachtegalen om het hardst en iets verderop, in de zuidelijke Groenlanden ratelt een Sprinkhaanzanger. En terwijl een Appelvink noordwaarts naar betere oorden vliegt slaat de Ooievaar op z'n nest het allemaal gelaten gade. Aan de noordkant van de Paardeweide, in 'de kuil', vliegen drie Blauwe Reigers laag roepend langs. Één ervan gaat boven in volgens mij een wilg, wat me zo nog bijstaat, zitten en probeert zich staande te houden. Als ik later de foto's bekijk die ik snel knip, lijkt het of er onder de vogel een nest zit. De nestgrootte van een Blauwe Reiger kennende kan ik me hier niet helemaal een voorstelling van maken, maar moet het maar eens in de gaten houden. Ik zie dat het bijna half tien is, en een afspraak om tien uur in de stad dient gehaald te worden. Ik pik m'n fiets dan ook weer op en fiets via de Zwarteweg naar de Vlietberg en dan achter de Oude Waal langs probeer ik op m'n barreltje tegen de dijk op te komen. Met een telescoop op de schouder en één hand aan het stuur en dán nog kracht zetten is wat teveel gevraagd. Stukkie lopen, aangemoedigd door een zingende Grasmus uit de top van een struikje langs de weg. Boven gekomen blijk ik nog 'zeeën' van tijd te hebben: een kwartier. Snel schiet ik de Persingensestraat nog even in en kan zo nog genieten van zingende Roodborsttapuit, Blauwborst, Gele Kwikstaart en Veldleeuwerik. In een wei struinen een paar Roeken tussen de Kauwtjes en Zwarte Kraaien. Altijd leuk om deze kaalsnaveligen in de polder te zien. Stip tien uur ben ik op m'n afspraak.