zondag 16 juni 2013

Witwangstern Kesteren en Steppekiekendief Deelensche Veld

Op de satellietkaart ziet 't er uit als een gewoon grasland. Als 15 juni het bericht binnen komt dat PieterGeert Gelderblom een Witwangstern heeft gevonden aan de zuidoostkant van de brug bij Rhenen, zit ik dan ook even te puzzelen. Wordt er de westkant bedoeld, of de noordkant, of zit ie nog oostelijker? Allemaal plekken met een plas, waar ie moet zitten is het groen. Het wordt me snel duidelijk als de uitleg binnenkomt: er ligt een nieuwe nevengeul. Vaak blijken deze mooie sterntjes dezelfde avond, of de volgende dag, al weer vertrokken. We zouden weer eens met z'n drieën gaan, gisteravond spraken Jorick en Ronald af om vandaag om elf uur naar de Slangenarend op het Deelensche Veld te gaan zoeken. Als ze er twaalf uur van maken kan ik mee, dan heb ik m'n dochter kunnen voeden en is er tijd om daarna op pad te gaan. Geen probleem. Jorick en ik hadden elkaar al een tijd niet gesproken, de ongeplande omweg die we via Kesteren maakten werd, tot we tegen enen de dijk opreden, ingevuld met bijbeppen. 
Zoals gezegd was er op de satellietkaart niets te zien, in werkelijkheid ligt er een nieuw gegraven nevengeul waar nu tientallen vogels rondhangen. Kleine mantelmeeuwen, Kokmeeuwen, Kieviten, Visdieven, Grutto's, Tureluurs, Lepelaars, er foerageert van alles op het gras en de omgeploegde rand van de geul. Al snel heb ik de Witwangstern in beeld, stil zittend aan de omgeploegde rand aan het water en zeg dit tegen Jorick en Ronald.
Omdat het een nieuwe soort is voor Jorick, zeg ik nog niet wáár de stern precies zit, zodat hij zelf de kunst en kick van het (terug)vinden kan leren en meemaken. Uiteindelijk heeft ie door waar hij zit en wandelen we over de dijk richting de plas waar de stern zit. Niet alleen om deze beter te bekijken, ook de rest van het gebied daagt enorm uit om er een iets spannends te ontdekken. In de tussentijd schuiven ook Patrick van de Kamp en Mary en Ed van der Es aan, en leer ik een nieuwe vogelaar uit de regio kennen, Fred Hoorn, die erg leuke foto's van de stern weet te maken. De tijd gaat snel, zeker als er zoveel te kletsen is, en we af en toe onderbroken worden door de Witwangstern die soms schitterend op enkele tientallen meters rustig voorbij vliegt, afgewisseld met duikvluchten naar het wateroppervlak om iets op te pikken. 
Patrick verteld dat vanochtend ook een Zwartkopmeeuw hier rondliep, een leuke regiosoort waarvoor we nu regelmatig alle meeuwen scannen. Of hij zit uit het zicht net achter een glooiing langs de rivier, of hij is vertrokken. Een Ooievaar vliegt hoog over. Zo tegen drieën is het tijd om de Slangenarend van de Hoge Veluwe ook te gaan bezoeken, waarvoor we naar het uitkijkpunt aan de Deelenseweg willen gaan. Ronald en ik zijn al eerder wezen kijken, zonder succes, dus dan vandaag dan maar! 

Met een leuke tussendoorweg door de Bilderdijkbossen bij Oosterbeek rijdt Ronald ons naar de rand van het Deelensche Veld. Hier blijken naast een mij onbekende vogelaar ook  Ed en Mary weer te staan. Ze staan er nog niet zo lang en hebben nog geen Slangenarend, wel was de Grauwe kiekendief die hier al een tijd rondhangt voorbij gevlogen. Met de telescoop scannen we het heideveld voor ons af. Elke grotere roofvogel blijkt helaas een Buizerd te zijn, een paar Boomvalken jagen op de libellen boven de vennetjes voor ons, bij een in de lucht duikelende Watersnip fantaseer ik zelf het kenmerkende baltsgeluid wat hij in duikvlucht met de staartpennen maakt: 'rrrroerrr'. Een paar Groentjes, een vlindersoort, fladderen in de struik naast ons.

Ronald roept me, het is iets na vier, en vraagt door z'n telescoop te kijken. Deze staat gericht op een paaltje in de verte waar een licht beest op zit. Ik zie door de afstand en de warmtezindering laag boven het veld niet direct wat het is, als hij zegt 'Koekoek' geloof ik 'm, hij zal er langer naar hebben gekeken. Ronald blijft nog naar het lichte beest kijken en als deze van het paaltje vliegt ziet hij tot z'n verbazing dat het een kiekendief is, en geen Koekoek, en roept dit naar ons. Als snel heeft iedereen de rover in beeld. Hij vliegt alleen laag van ons af, shit! Wat een licht beest! Of is dat een lichteffect? Gelukkig draait hij naar links, zodat we de kans krijgen 'm beter te bekijken. Hoewel op afstand, is onder allerlei hoeken waarin de vogel draait het lichtgrijze verenkleed erg opvallend. Als hij met z'n vleugels omhoog draait valt de ongetekende, egale lichte onderkant er van op. En steken de zwarte handpentoppen wel erg opvallend af tegen de rest van de vleugel. Mmm, voor een Blauwe kiekendief is hij wel erg licht, en bij een Grauwe zou je een donkere tekening op de ondervleugel verwachten, evenals een donkere lijn op de bovenvleugel. Ook is er geen zichtbaar contrast tussen kop en de rest van het lijf. En hij vliegt wel erg 'licht', soms 'verend' lijkt het. Staan we nou naar een adulte man Steppekiekendief te kijken?!

We staan er met z'n zessen, met z'n vijven volgen we gespannen de kiek die jagend naar zuid verdwijnt: een mij onbekende vogelaar blijft tot mijn grote verbazing stoïcijns op de rand van z'n kofferbak zitten. Hij raakt z'n kijker zelfs niet aan! Ondertussen
 drentelen wij heen en weer lang het hek, om door de haag voor ons de kiek zoveel mogelijk naar zuid te kunnen volgen. Tot grote vreugde draait deze zich aan de zuidkant van het veld om, en pendelt nu weer laag naar het noorden. Een aantal keer verdwijnt hij uit zicht, om daarna gelukkig weer op te duiken. Naast z'n lichte verschijning valt me ook telkens weer z'n licht verende, bijna stern-achtige vlucht op. Als de zon een paar keer achter de wolken verdwijnt neemt de warmtetrilling boven het veld iets af, zodat de kenmerken ook onder deze omstandigheden e bekijken zijn. We blijven hardop roepen wat we wel, of juist niet, waarnemen, zodat we gezamenlijk alle onderdelen van de vogel goed bekijken en niets over het hoofd zien. Vrij goed is te zien dat de zwarte handpentoppen in een punt, zogezegd een 'ruitje' of 'wybertje', naar het lijf lopen. Wel valt ons op dat het zwart aan de top breder is dan we eigenlijk verwachten. Hierdoor denk ik zelf nog aan een man Grauwe kiekendief. We zien ook meerdere keren dat de vogel geen donkere achterrand op de ondervleugel heeft. Met toevoeging van de waargenomen kenmerken zet ik de Steppekiek op de Whatsappgroep van het Gelders Vogelnet. Helaas wint de kiekendief na een dikke tien minuten hoogte en verdwijnt soepeltjes laag over de bomen richting zuidwest.
Verbouwereerd wat ons nu eigenlijk allemaal is overkomen bespreken we de waargenomen kenmerken. En ook waarvan we hebben kunnen vaststellen dat de kiek ze niet had. Alle kenmerken passen zeer goed op een adulte man Steppekiekendief. Waar we wel mee zitten is dat de, overigens duidelijke, 'zwarte ruitjes' wat breed waren. Ronald is inmiddels zeker, en ook Jorick weet wat hij heeft gezien aan kenmerken. Zelf wil ik thuis eerst nog door diverse gidsen en foto's struinen om écht zeker een Blauwe of Grauwe kiekendief uitgesloten te hebben. Maar ook dan blijft voor mij alleen Steppekiek over. Onderweg naar huis krijg ik telefoon van Alex Bos. Deze ochtend had hij ook al een erg lichte kiek, en had zelfs een foto gemaakt. Ook is hij er zeker van dat die lichte vogel beslist niet dezelfde Grauwe kiek man is, waarvan hij die ochtend óók foto's had gemaakt. Per mail krijg ik later zijn foto van de lichte vogel. Helaas geeft deze geen aanvulling, alleen een wegvliegende lichte kiek is te zien. Wel is ook hij zeker dat zijn vogel geen getekende ondervleugel had. En dat ie zwarte 'wybertjes' als vleugeltop had, maar dat ook hij ze wat breed vond.  Later op de avond wordt op Waarneming.nl door Erwin Reinstra ook een Steppekiekendief ingevoerd, en wel iets westelijker op de hei rond 16:20. Qua tijdstip en richting is dit waarschijnlijk onze vogel. Voor de Slangenarend moeten we nog maar eens terug

Geen opmerkingen:

Een reactie posten