dinsdag 11 juni 2013

Grauwe Fitis, Roodmus en Orpheusspotvogel: er spookt heel wat rond in de Kop van Limburg...

Had het navigatiesysteem 'Hummer' geheten, en ik bestuurder van zo'n gelijknamig stuk blik, dan zou ik zeer in m'n sas zijn met deze routeplanner. Met een sierlijke boog draaien wij over een zo te zien nieuw aangelegd stuk asfalt naar links. Het navigatiesysteem gaat letterlijk en figuurlijk van het padje af, en crosst rechtdoor onbekend groen terrein in. Af en toe licht een stippellijntje op: wanhopige pogingen van TomTom weer aansluiting te krijgen bij de dichtstbijzijnde weg. Geen idee of het komt door het staren naar dat stippellijntje, we blijven gewoon doorrijden, de A74 af. Het kwartje valt erg traag wanneer er teksten en plaatsnamen in het Duits langs de autobaan opduiken. Shit, we rijden Duitsland in! En het voelt niet als een binnendoorweg. De eerstvolgende ausfahrt er af: gütentag Kaldenkirchen. De trend voor vandaag lijkt gezet: iedere locatie die vandaag werd bezocht kende een gedwongen koerscorrectie. Na vertrek om zeven uur bij het huis van Joost van Bruggen, zouden we een uur en vier minuten later in de Romeinenweerd bij Venlo moeten arriveren. In de ochtend van 2 juni ontdekte Herman Smits hier een zingend mannetje Grauwe Fitis en nu al negen dagen legt deze luid lonkend naar een vrouwtje een parcours door de boomtoppen af. Dat we er nu een half uur langer over doen maakt op al die dagen eigenlijk ook geen bal uit.

De auto gaat op een parkeerplaatsje aan de rand van het gebied op slot en tegen half negen lopen Matthias Koster en ik langzaam de weerd in. Joost is iets vergeten en loopt terug naar de auto. Voor hij weer bij ons is, horen we de Grauwe Fitis al zingen. Thuis was natuurlijk de zang weer ingeprent, in het veld is het mijn tactiek de oren te sluiten voor alle bekende geluiden, om zo die afwijkende er uit te pikken. Al snel komt de fitis ook in beeld, hoog in een wilg. De kenmerken zijn net allemaal aardig gezien, of het zangertje is al verder het gebied ingetrokken.
Met z'n zang verraadt hij z'n nieuwe plek, een stukje noordelijker. Over een dijkje tussen de plas in het gebied en de Maas huppelen wij er achter aan. Met lichte verbazing kijk ik naar het grote verschil in waterstand tussen de Maas en de plas in het gebied, de Maas ligt zeker een paar meter lager. 
Joost en Matthias zijn al vooruit gelopen, kuierend en luisterend -die IJsvogel ontging me niet- neem ik dit nieuwe gebied in me op. Aan de overkant van de Maas klinkt de kerk van Tegelen.  En sluit me mooi op tijd weer aan: de fitis zit vrij in beeld, zingend vanaf een uitstekend takje in de top van een boom. Blijkbaar een favoriete zangpost, minutenlang is laat hij zich door de telescoop geweldig fraai bewonderen! 

Een aantal keer duikt ie een meter omlaag de kroon in, zingt hier korte tijd, om vervolgens de toppositie weer in te nemen. Door het goede licht is het met enig inzoomen nét of hij vlak voor je zit. De markante wenkbrauwstreep en het opvallende vleugelstreepje zijn goed te zien: kenmerken die altijd een kick geven wanneer je een zangertje met zulke details in het kleed ontdekt. Tientallen foto's en enkele filmpjes vullen de geheugenkaarten van onze telefoons en camera's. 
Gelukkig neemt de fitis het initiatief en verdwijnt ineens noordwaarts. Anders stonden we er nu nog, zo heerlijk is het kijken naar dit zingende mannetje. En zo tegen negenen is het ook voor ons tijd om verder te trekken. We starten de auto. En remmen weer: we zijn aan de De Berktweg in Hout-Blerick voor Europese kanaries. Slechts een kilometer van de Grauwe Fitis duw ik de voorstoel voorover en kruip van de achterbank af. Gelijk is de 'slecht geoliede derailleur' van de kanarie te horen. Of de 'draaiende stok in de glasbak'. Ezelsbruggetjes voor deze soort onder vogelaars.

In eerste instantie twijfel ik, het is niet helemaal de zang die ik ken van de kanarie. Deze lijkt monotoner, waardoor de gedachte aan misschien een gekke Koolmees me van de wijs brengt: 'hoor je een gek geluid, en kun je het niet plaatsen, maak er dan maar een Koolmees van', zo leerde ik ooit. Een kleine vijftig meter verder in de straat zingt een tweede man, die zich leuk laat bekijken en fotograferen, alvorens verder te vliegen. Thuis zie ik op een foto dat het mannetje geringd is. Matthias en ik lopen er achter aan en maken zo een korte wandeling door het buurtschap. Groenlingen baltsen rond, een paar Huiszwaluwen nestelen onder een dakrand, een Zwarte Roodstaart zingt verderop. De Europese kanarie is een grote spar ingevlogen, die ik al wandelend in de gaten hou. En stoot zo nietsvermoedend vlak voor me niet alleen een groepje Groenlingen van de straat op, ook de kanarie blijkt er tussen te zitten. Balen zeg, gewoon vlak voor me op het asfalt! Hierna lijkt ie helemaal verdwenen.
Matthias en ik lopen daarom weer naar Joost, die nog rondhangt in de buurt van de auto. Hij kon de andere man mooi bekijken in de houtsingel. We lopen een stukje een wei in zodat de andere kant van de singel is te bekijken. Vanuit een rij sparren langs een huis aan de andere kant van het grasland klinkt de knarsende zang. Met de telescoop scan ik de rij af en krijg zo een geel puntje in beeld, onderin een spar.
Kijkend en keuvelend noteren we hier ook een overvliegende Havik en Grote gele kwikstaart, waarna we het tijd vinden onze volgende wenssoort op te zoeken, de Roodmus in het Reigersbroek bij Montfort. Vaak zijn deze na een ontdekking vrij snel weer vertrokken, zeker in het binnenland. Nu zingt al sinds 28 mei een mannetje zijn kenmerkende 'pleasetomeetyou' vanuit een min of meer vaste stek, een grote vlier langs een sloot. Dat het
ook nog eens een adulte man is, is een tweede bijzonderheid! Vrijwel altijd zijn het de onvolwassen, nog bruine mannetjes die opduiken. Deze is schitterend rood uitgekleurd. 

Je ontwikkelt er een soort oog voor: het herkennen en vinden van situaties in het veld die je eerder op een foto zag. We staan aan de Reigersbroekweg midden in een prachtig gebied, als we een paar weilanden verderop 'dé vlier' herkennen. Overigens vergeten te vertellen: gezwets over spärgel, kersen, en wat nog meer, betekende vlak voor aankomst nog een koerscorrectie: afslag gemist. Het is heerlijk zonnig weer, Matthias en ik willen over een pad tussen de weilanden door naar de vlier lopen, Joost rijdt terug naar de ingang van het gebied en steekt vanaf die kant er in. Een leuke tocht tussen de weilanden door, Roodborsttapuit en Blauwborsten zingen om ons heen, eindigt abrupt bij een brede sloot die haaks op de kop van het pad ligt. 
Weidebeekjuffer
Links- en rechtsaf zijn geen probleem, voor rechtdoor dan maar de schoenen en sokken uit en de broekspijpen omhoog. De gedachte dat de sloot wel eens dieper kan zijn dan verwacht vormt een mentale barrière: er vliegen dan wel leuk Weidebeekjuffers, een opdoemend beeld van een halve meter baggerbodem én een roestrode waterkleur die meestal gelijk staat aan 'onuitwasbare stank', zorgen dat in straf tempo de omweg wordt gelopen. Dat dit niet zo heel snel had gehoeven blijkt later. Het wachten is zeker geen crime, rondom de Vlier is genoeg te zien. Zo vliegen ook hier weer Weidebeekjuffers, een Vuurlibel en Grote keizerlibel. Een man Bosrietzanger laat zich ongekend mooi bekijken tijdens een zangsessie vanaf een dode tak in de top van de Vlier. 
Bosrietzanger
Ook Blauwborst en Roodborsttapuit komen even langs. Volkomen onverwachts is na een uur en drie kwartier de Roodmus ineens terug. Pal naast ons klinkt zijn luide doordringende '
tsjewie-tjewietjoe' vanaf een prikkeldraad. Kort erna begint de schitterende rode man vanaf hetzelfde draad de zaden uit een kruid te peuren. Joost is een rondje door het gebied aan het maken, snel bellen we dat de mus er weer zit.
Roodmus
Helaas niet voor lang, al snel vliegt ie van ons af, in de richting van Joost die verderop aan komt lopen. Door de telescoop is te zien dat de vogel nu vanuit een boom vlak naast Joost is gaan zingen. In de hoop dat ie daar langer blijft zitten spoeden we zijn kant op. Halverwege de run wijst Joost al weer onze kant op: de Roodmus is weer richting Vlier gevlogen. Vanuit de ruigte ergens langs de sloot klinkt nu de zang, langzaam lopen we op het geluid af. Voor we er zijn vertrekt de vogel al weer. Naar de tak in de top van de Vlier, waar eerder de Bosrietzanger zich prachtig liet zien! Helemaal vrij op de dode tak trekt hij z'n snavel wijd open.

De haren op m'n armen schieten overeind zodra de eerste heldere toon de lucht in vliegt. Wat een schitterende vocale beloning voor ons geduld! Zodra dit pareltje voor de tweede keer wegvliegt, is dit ook voor ons een teken verder te gaan, er staat nog meer op het programma. Halverwege de wandeling naar de auto wordt het toch weer spannend. De Roodmus begint ergens langs het zandpad voor ons te zingen. Omdat ik niet helemaal de foto's heb die ik graag van de vogel had gehad -ik fotografeer eigenlijk vaker de vogelaars- zoek ik de zangpost op. Zingend voor me wordt ineens zingend achter me, zo sneaky hè, en dan zie ik 'm in een top zitten. En weg duikt ie weer. Met verbazing zie ik vervolgens dat de man in de struik met een andere, onopvallende, vogel ruziet. Is het wel bakkeleien vraag ik me vervolgens af, is hij misschien niet aan het stoeien met een vrouwtje? Een paartje Geelgors bekvecht met elkaar een struik verderop. Misschien had de Roodmus het wel met een van hen aan de stok? Voor er duidelijkheid is te verkrijgen wordt het stil in de bosjes, reden voor ons verder te lopen. De volgende soort wacht op bezoek. Mijn visualisatie van het woord 'Kruispeel' zag er uit als een leuke wandeling in een soort heide- en veengebied, waardoor het bezoeken van de Orpheusspotvogel in dit gebied bij Weert al enig voorpret kende.

Na de Roodmus gaat de tocht hierheen en bij het parkeren van de auto aan het begin van een zandpad aan de Lozerweg beeld ik me achter het bos waar we doorheen lopen een rustgevend landschap voor. Een enorme zandwinplas doemt links voor ons op. Dát had ik dan weer niet verwacht! Een kleine vijf minuten later kijken we op een kleinere, meer natuurlijke plas met druk roepende Kleine plevieren en rond scherende Oeverzwaluwen. We hebben geen idee waar we eigenlijk precies moeten zijn, volgens de telefoon van Matthias zijn we er al. Toch geeft het niet helemaal een lekker gevoel, waardoor we wat rondslenteren in de directe omgeving. En het is maar goed dat we bleven rondhangen. Eerst hoor ik een spotvogel zingen, door de 'pneu' stukjes in de zang blijkt dit een gewone Spotvogel te zijn. Dichterbij klinkt dan vanuit een hoek met lage struiken ineens een snel gebrabbel. Heel kort, maar helder: hebbes! En het is weer stil.
Ik roep de rest en we speuren de struiken af. Het zag er uit als 'lege struiken, er blijkt stiekem heel wat te gebeuren. Er schiet van alles van links naar rechts en weer terug. Zwartkop, Tjiftjaf en Orpheusspotvogel sneaken voor ons rond. Één voor een krijgen we de Orpheus goed te zien, net hoe we er voor staan. Gelukkig zingt hij nu vaker en het wordt spannend wanneer Joost de Orpheus ziet donderjagen met een andere. Zou hij een vrouwtje hebben? Of bakkeleien met de Spotvogel van verderop? Het viel me niet direct op, wanneer ik er aandacht aan geef hoor ik aan de andere kant van de plas het vrolijke geluid van een Wielewaal. Niet veel later vliegt er fraai geel/zwart mannetje vlak voor ons langs. Invoeren in ObsMapp gaat niet meer, door al het gefotografeer is de batterij van m'n telefoon leeg getrokken. Natuurlijk nét in het enige moment dat de Orpheusspotvogel vrij en fraai in m'n telescoop staat, volop zingend. 


Snel wil ik overschakelen naar m'n gewone camera en grijp naar de cameratas. Die er niet blijkt te hangen. De camera hangt direct om m'n nek, waar is die tas dan? En waar is eigenlijk de 'hoodie' die ik aan had? Fuck! Die heb ik allemaal afgedaan bij de Roodmus en aan een weidepaal gehangen. Cameratas kwijt is niet zo erg, het verlies van de capuchonjack maakt me bijna wanhopig. Een gevoel dat ik niet vaak heb, het is immers maar materiaal. Het jack kregen we cadeau bij de geboorte van onze dochter en is bewerkt tot een persoonlijk item. Een rotgevoel bekruipt me, en ik zeg het de anderen. Gelukkig is Joost meevoelend en stelt voor terug te rijden, het 'is maar een half uur'. De hele rit hoop ik dat alles er nog hangt en bij aankomst stap ik snel uit. Stom toevallig komt Joost er dan achter dat ook hij zijn jas is vergeten. In draf loop ik naar de Vlier, waar dezelfde twee fotografen als bij vertrek nog steeds. Alles hangt er nog! Anders, zo zeggen de fotografen, hadden ze via Waarneming.nl wel melding van de spullen gemaakt. Dolgelukkig loop ik terug naar de auto, in de verte klinkt als toegift de Roodmus.
Op naar Tradeport West bij Venlo voor de laatste soort uit onze rij van vijf: de Kuifleeuwerik. Het zal gelijk de moeilijkste vandaag zijn, Niet alleen is het de laatste vaste locatie in Nederland waar deze soort zit, met hooguit een tot drie vogels! Ook niet altijd laten deze kleintjes zich vinden op de immense truckersparkeerplaats met alle vrachtwagens en auto's. Uit automatisme kijk ik na het parkeren en uitstappen gelijk de plekjes na waar in het verleden de Kuifleeuweriken scharrelden. Ook het rondje waar ik aan begin is bijna standaard: langs het gras aan de buitenrand via het douaneterrein naar de grote parkeerplaats achter het tankstation. Af en toe een blik werpend op de rand van het enorme dak boven de benzinepompen, een heimelijke uitwijkplaats. Het eerste rondje levert niks op, en ook bij Matthias en Joost verderop is geen juichhouding te bespeuren.

Joost zoekt op een plek waar ik zelf eigenlijk nooit ben geweest, het douaneterrein. Het duurt dan ook niet zo lang voor er een poppetje in uniform naar 'm toeloopt, ongetwijfeld met de vraag wat hij daar doet. Op afstand kijk ik ze aan en bedenk hoe het gesprek zal gaan. Joost zal op zijn wijze rustig uitleggen wat de bedoeling van zijn aanwezigheid is. Wanneer ik 'm zijn portemonnee zie pakken, en de douanier naar de portofoon, kan ik een grijns niet onderdrukken: daar wordt er een nagetrokken. Ietwat opzichtig maak ik foto's van het tafereeltje, benieuwd of ik daarna ook op gesprek mag. Het blijft er bij, wat gelijk het meest spannende op deze plek is. Inmiddels hakt de weinige slaap er lichtelijk bij me in, ook Matthias en Joost zijn merkbaar gaar.
We besluiten onze zoektocht vanaf het terras van de Burger King voort te zetten. Vrij kansloze actie natuurlijk, zoeken met een rammelende maag werkt alleen ook niet echt motiverend. Met de gedachte '
vier-uit-vijf-gelukt' breien we er dan ook een eind aan. In de auto val ik al snel in slaap, om in Arnhem weer wakker te worden. De Grauwe Fitis werd twee dagen na ons nog een keer gehoord, daarna leek hij verdwenen. Hetzelfde overkwam ons ook bij de Kleine klapekster: de dag er na pleitte. Maakt me nieuwsgierig hoe vaak de wind in de Mongolenwaaier nog onze kant op waait.... 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten